Hoewel in 1912 D.W.Griffith de eerste gangsterfilm maakte met “Musketeers of Pig Alley” zou het tot de intrede van de geluidsfilm duren vooraleer dit genre echt aan bod zou komen. Het geluid is immers zeer belangrijk omdat de scènes aan intensiteit verliezen zonder het horen van revolverschoten, het gieren van banden, de piano in de bars en de hese stemmen van de gangsters zelf.
Verder lezen ‘Gangsterfilms’
Archief voor de categorie 'thriller'
Gangsterfilms
Dan Brown over de loge
Het nieuwste boek van Dan Brown, vooral bekend van de bestseller “The Da Vinci Code”, gaat over de vrijmetselaars. De titel is “The lost symbol” (oorspronkelijk was het “The lost key”, in het Nederlands is het altijd al “Het verloren symbool” geweest) en het grote verschil met het voorgaande is dat “The Da Vinci Code” over de katholieke kerk ging, maar dat dit dan tevens een virulente aanval op het instituut bevatte. Wie echter dacht dat hij nu de loge ging aanpakken, komt bedrogen uit. Brown is immers juist een hevige supporter van de vrijmetselarij. In Het Nieuwsblad van vandaag, 30 oktober 2009, geeft hij als verklaring: “Ik weet niet of mijn boeken echt een missie hebben, maar ik hoop in elk geval dat mensen na het lezen van mijn boeken opener van geest zijn. Mijn queeste naar tolerantie verklaart ook mijn fascinatie voor de vrijmetselaars. Wij leven in een wereld waar mensen elkaar vermoorden omdat ze elkaar de ‘juiste’ versie van God betwisten. De vrijmetselarij is een organisatie die christenen, moslims, joden en mensen die niet eens een naam hebben voor hun geloof bij elkaar brengt. Dat is een fantastische blauwdruk voor hoe religies in de toekomst zullen moeten zijn. Ik heb veel respect voor een organisatie die zoiets teweeg kan brengen.” Zelf is hij echter geen vrijmetselaar: “De belangrijkste reden waarom ik dat niet ben, is dat je een eed van geheimhouding moet zweren. Ik zou het bijzonder onkies van mezelf vinden als ik die zou afleggen en daarna wel over ze zou schrijven.”
Verder lezen ‘Dan Brown over de loge’
Ik hou niet van seriemoordenaars. Enfin, met die stelling zal ik wel niet alleen staan, maar wat ik eigenlijk bedoel is: ik hou niet van boeken over seriemoordenaars. Ik vind ze te “geconstrueerd”. De manier waarop zo’n seriemoordenaar te werk gaat is als het ware “ready made” voor een Hollywood-blockbuster. Nochtans gaat “Mannen die vrouwen haten”, het eerste boek van de Millenium-trilogie van Stieg Larsson (en in 2009 ook verfilmd, zij het niet in Hollywood – dat wel een remake plant – maar door de Deen Niels Arden Oplev)
over een seriemoordenaar. Hou ik dan niet van Stieg Larsson?
Verder lezen ‘De Millenium-trilogie van Stieg Larsson’
“Sinds 1830 ligt in alle Europese landen de oplossingsgraad van misdrijven tussen de 20 en 30 procent. Dat is de prijs die wij betalen voor onze betrekkelijke vrijheid. Wie dat percentage drastisch wil verhogen, moet naast elke Belg een politieagent zetten. Alsof al die politiemensen te vertrouwen zijn. Want ook dat is een illusie. Kiezers en verkozenen bedriegen elkaar als zij denken dat alle misdrijven op te lossen en alle daders te vatten zijn. Zij vergapen zich aan politiefeuilletons. Daarin worden de meest ingewikkelde raadsels inderdaad in de kortste tijd opgelost. Maar zo gaat dat in werkelijkheid niet.” (Rechtsfilosoof Koen Raes in Knack van 9/6/1999)
Verder lezen ‘De filmgeschiedenis van “detectives” en “thrillers”’
“Wallander” op Canvas
Vanavond herneemt Canvas de dertiendelige reeks over Kurt Wallander naar de boeken van Henning Mankell.
Verder lezen ‘“Wallander” op Canvas’
“Salem’s Lot” van Stephen King
Het enige boek dat ik ooit heb weggelegd omdat ik het te griezelig vond, is “Salem’s Lot” van Stephen King. “Uiteraard” heb ik dus ook niet de verfilming destijds door Tobe Hooper gezien en het is evenzeer twijfelachtig, of zeg maar uitgesloten, dat ik vandaag om middernacht op VTM naar de remake door Mikael Salomon zal kijken…
Verder lezen ‘“Salem’s Lot” van Stephen King’
Pieter Aspe in “Zomer 2008″
Pieter Aspe is vanavond te gast in “Zomer 2008″, de talkshow van Marcel Vanthilt op één (om kwart over tien). Hij komt er spreken over zijn jongste boek, “De zevende kamer”. Het verhaal speelt zich af in het luxebordeel Villa Papillon en de oprichter hiervan, Guy Danon, is eveneens te gast in het programma.
Verder lezen ‘Pieter Aspe in “Zomer 2008″’
“Deathtrap” van Ira Levin
Ira Levin, die op 12 november 2007 op 78-jarige leeftijd thuis in Manhattan aan een hartaanval overleed, schreef in veertig jaar slechts zeven boeken, die bijna allemaal werden verfilmd, zodat men kan zeggen dat maar weinig schrijvers zo succesvol zijn geweest als hij. Stephen King, die dat vast en zeker wél was, noemde Levin de Zwitserse horlogemaker onder de thrillerschrijvers, bij wie vergeleken hijzelf en anderen knutselaars waren van goedkope klokjes. Of deze beeldspraak overdreven is of niet kunnen we vannacht om half één vaststellen op BBC 1 waar men “Deathtrap” programmeert, een komische thriller van Sidney Lumet uit 1982. Dit oorspronkelijke toneelstuk van Ira Levin gaat over een… toneelauteur (gespeeld door Michael Caine) die de ene flop op de andere stapelt. Daarom vat hij samen met zijn vrouw het plan op om een andere schrijver (Christopher Reeve), die overigens nog een student is, bij hen thuis uit te nodigen, die dan daar te vermoorden en diens laatste theaterstuk als het zijne te verkopen.
Verder lezen ‘“Deathtrap” van Ira Levin’
De lichte voet van Paul Piedfort
Hebt ge nu ook die onnozele scène in “Aspe” gezien? Ik had me er vorige week al over geërgerd, maar alles gaat dan zo rap, ik wachtte op het vervolg om met een definitief oordeel uit te pakken. Maar ik blijf bij mijn mening! Het gaat uiteraard niet over de scène waarin Frank sterft in de armen van Guido (een regelrechte tearjerker), maar wel naar de aanloop ernaar. Hoe het zo ver is kunnen komen met andere woorden. En daar is scenarist Paul Piedfort (zou dat zijn echte naam zijn? Of is het een pseudoniem van Walter Grootaers of Jean-Marie Dedecker?) toch wel heel lichtvoetig overgegaan. De hele constructie met Frank als gemaskerde gijzelnemer en de échte gijzelnemer vermomd als gijzelaar was al van de pot gerukt, maar de dramatische afloop was helemààl om te gillen. Zo ként de politie de gijzelnemer. Niet enkel van naam, maar ze hebben ook een persoonsbeschrijving. En Tom Van Bauwel is verdomme niet enkel twee keer zo dik als Gunther Lesage, hij is ook nog eens twee koppen kleiner! Bovendien rijdt uiteindelijk de echte gijzelnemer alleen weg met de vluchtauto, zonder gijzelaars! Wat dacht de politie dan? Dat een gegijzelde ervandoor ging en dat de gijzelnemer zelf nog wat onhandig met een pistool stond te zwaaien? Komaan zeg, wat een onzin!
Verder lezen ‘De lichte voet van Paul Piedfort’
De blondjes van Alfred Hitchcock
De échte detectiveroman richt zich vooral tot het rationele deel van de mens en de thriller tot het emotionele. Beide kunnen echter samengaan in verhalen zoals Hitchcock die zo graag verfilmde: men kent de dader, de vraag is echter wie wordt z’n volgende slachtoffer en op welk manier zal hij haar (gek dat deze opdeling naar het geslacht onderbewust zo aangevoeld wordt) van kant maken (emotioneel) en wanneer zal men hem betrappen of ontmaskeren (rationeel)?
Eigenlijk is Hitchcock de grondlegger van de erotische thriller. Dat was b.v. reeds duidelijk te zien in één van zijn vroegste films, een stomme film over een Engelsman die met een Polynesisch meisje is getrouwd. Als hij haar verstoot, wandelt ze het water in om zich te verdrinken. De man schiet zijn kleren uit en rent haar achterna. Ze ziet hem komen en spreidt reeds uitnodigend de armen naar haar “redder”, als hij haar juist een kopje onder duwt!
Veel naakt is er – ondanks de plakkende kleren – in deze scène natuurlijk niet te zien, maar dat belet niet dat de jonge Hitch hiervoor wel altijd belangstelling heeft gehad. Denken we maar aan “The Pleasure Garden” uit 1926, een voyeuristisch filmpje over revuemeisjes in een nightclub. “Happy hooker” Xaviera Hollander vertelt over hem: “Alfred Hitchcock bestelde altijd een groep schoolmeisjes. De meisjes moesten in uniform naar een verduisterde, met zwarte gordijnen behangen kamer, waarin een doodskist lag. Ze moesten het deksel van de kist optillen. Hitchcock lag – uiteraard onherkenbaar geschminkt – opgebaard. Hij lag te masturberen en kwam met een ijselijke kreet rechtop als het deksel van de kist werd getild. Het gegil van de meisjes deed ‘m komen.” (Humo, 30/10/2001)
Verder lezen ‘De blondjes van Alfred Hitchcock’