Archief voor de categorie 'theater'

23
Dec
09

“Zijde” in De Kazematten

Herve Joncour heeft een bloeiende handel in zijderupsen. Een mysterieuze ziekte onder rupsen in Egypte en Klein-Azie bedreigt de productie, waardoor Joncour zijn terrein naar Japan moet verleggen. In het land van de rijzende zon raakt hij in de ban van een prachtige, geheimzinnige vrouw van wie hij bij het afscheid een briefje in zijn handen gedrukt krijgt met de tekst: “Kom terug, anders ga ik dood”. Vanaf dat moment groeit er een even vreemde als intense relatie tussen de handelaar en de vrouw.
Tekst en regie Wim De Wulf Spel Hans Van Cauwenberghe en Filip Peeters Scenografie en Poppen Filip Peeters Muziek Yves Meersschaert & Nils De Caster Kostuums Chris Snik Techniek Rupert Defossez
Premiere op 8 januari 2010 om 20u30, daarna 9,14,15,16,21,22,23 januari om 20u30 en 10 januari om 15u in De Kazematten, Kazemattenstraat 17, 9000 Gent
Reserveren Uitbureau Gent 09 233 77 88 – info@uitbureau.be Tickets 10 euro, reductietarief 8.
Verder lezen ‘“Zijde” in De Kazematten’

22
Dec
09

Samuel Beckett overleed twintig jaar geleden

Samuel Beckett werd in Dublin in een burgerlijke familie geboren op 13 april 1906 en kwam na studies Frans en Italiaans in 1928 naar Parijs waar hij docent Engels werd aan de Ecole Normale Supérieure, waar hij Jean-Paul Sartre als collega had. Hij was ook een tijdje secretaris van James Joyce en debuteerde dan ook in het Engels eerst met het gedicht “Whoroscope” (1930) en daarna met de roman “Murphy” (1938) die sterk onder de invloed stond van Joyce. Zijn eerste Franse roman “Molloy” verscheen pas in 1951. Hij breekt een jaar later door met “En attendant Godot”, dat volgens hem een slecht stuk is, voornamelijk bestaande uit gewone conversaties tussen hem en zijn vrouw Suzanne Deschevaux. Hij is dan ook geërgerd omdat het de aandacht afleidt van wat hij als zijn belangrijkste werk beschouwt, zijn romans, waarvoor hij in 1969 de Nobelprijs kreeg (hij heeft hem wel aanvaard, maar heeft geweigerd hem te gaan afhalen; het geld moest aan behoeftigen worden overgemaakt). Oef, een pak van mijn hart, want ik vind dit stuk ook maar niks…
Men heeft zich vaak afgevraagd wie Godot nu eigenlijk was. Zeker is dat de naam verwijst naar “godillot” of “godasse”, argot voor schoenen, omdat voeten in het stuk zo’n grote rol spelen. Anderen beweren dat de naam eigenlijk naar God verwijst, maar aangezien Beckett het stuk oorspronkelijk in het Frans heeft geschreven, is dit niet 100% zeker.
Een andere ontstaansgeschiedenis leert ons dan weer dat het werk geïnspireerd zou zijn door het lange wachten op een bus aan het kruispunt van de drukke N100 en de D108 naar Roussillon in de buurt van de Pont Julien. Feit is dat Beckett in die tijd in de Vaucluse woonde en dat er in het stuk zelf een allusie wordt op gemaakt. Vladimir reageert daar op een opmerking van Estragon, die de Vaucluse ‘de Merdecluse’ noemt, een pestland: “Toch waren we samen in de Vaucluse, daar steek ik mijn hand voor in het vuur. We hebben bij de wijnoogst geholpen, bij, wel, een zekere Bonnelly, in Roussillon.” (*)
Andere anekdoten zijn leuker, maar minder accuraat. Zo is er het verhaal dat Beckett op een bepaald moment een grote menigte op straat ziet en vraagt wat er gaande is. Blijkt dat de Tour de France is gepasseerd en ze nog op de laatste, tevens de oudste renner wachten, Godot. Bij mijn opzoekingen ben ik echter nog nooit een renner tegengekomen met die naam (ook niet rond 1949, het jaar waarin men volgens sommige bronnen het schrijven van “Godot” moet situeren). Ik ken wel een Pierre Gaudot, maar die is geboren in 1928 en was in 1949 dus zeker niet de “oudste” renner van het peloton. Integendeel, hij was toen nog amateur. Dat is niet het geval voor Roger Godeau, die geboren is in 1920 en prof sedert 1942, maar ook hij was in 1949 “slechts” 29 jaar en dus evenmin de ouderdomsdeken.
Een andere anekdote zou teruggaan op een hoertje dat Beckett zou hebben aangeklampt op de hoek van de rue Godot de Mauroy. Omdat hij weigerde, zou ze hem nijdig hebben gevraagd voor wie hij zich dan wel spaarde: “Voor Godot misschien?”. Even apokrief is de “verklaring” dat hij dacht dat hij aan kanker leed en dat “Godot” zijn “testament” is. Authentiek blijkt wel het voorval te zijn dat Beckett enkele jaren nadat dit stuk hem beroemd maakte, het vliegtuig naar Londen nam en werd verwelkomd door “kapitein Godot en zijn bemanning”. “Ik moest me uit alle macht weerhouden om niet naar buiten te rennen,” zegt Beckett, “want ik heb niet veel vertrouwen in een wereld die zichzelf toevertrouwt aan een Godot.”
Verder wachten de personages in de roman “Le Faiseur” van Balzac op een zekere monsieur Godeau, maar Beckett zweert dat hij dit boek slechts heeft gelezen nàdat zijn stuk reeds was geschreven. Hetzelfde geldt overigens voor “Droomspel” van Strindberg en “The Cat and the Moon” van Yeats, waarin sommigen flarden “Godot” menen te herkennen. Anderen zoeken dan weer allerlei diepere “lagen” in het stuk en zien er een allegorie in op de Franse weerstand tegen de Duitse bezetter, idem van de Ieren tegen de Britten of zelfs van Becketts verhouding tot James Joyce, maar Beckett zelf wijst dit allemaal af. Zelfs de blaadjes op de boom bij het begin van het tweede bedrijf drukken enkel een tijdsverloop uit, zegt hij, en geen hoop (al groeien de blaadjes dan wel rap bij Beckett, want er verloopt slechts één dag).
Samuel Beckett schrijft verder nog “Fin de partie” (1957) en “Happy days” (1963): volgens bepaalde kritieken zou dit stuk zijn doorbraak hebben betekend, i.p.v. “Godot”.
“Fragment de théâtre I” (1960) werd in de Tinnen Pot op 12 oktober 1993 opgevoerd in een regie van Marie-Dominique Wiche. Dit mooie kind is het nieuwste slavinnetje van Julien Schoenaerts; het was immers zijn idee om met deze drie “stukjes” onder de noemer “de eenzamen” uit te pakken, zij het dat hij eerst aan zijn zoon Matthias had gedacht als tegenspeler. Uiteindelijk werd het Nand Buyl als een kreupele en Julien Schoenaerts als een blinde vioolspeler, die er maar niet in slagen met elkaar overweg te kunnen, zodat ze uiteindelijk alle twee hulpeloos achterblijven (het is kort na “Fin de partie” geschreven, inderdaad). Julien Schoenaerts slaagt er ongelukkiglijk nog altijd niet in zijn teksten te onthouden. Hij zegt dan ook terecht: “Dat is altijd mijn ongeluk geweest: ongelukkig, maar niet ongelukkig genoeg.” Daarna volgde “Comment dire” (1989): Nand Buyl ligt wat te broebelen, terwijl Julien Schoenaerts er alleen maar bijzit, omdat dit tesamen met “Impromptu d’Ohio” (1981) werd gespeeld. Julien Schoenaerts leest moeizaam een tekst voor uit een boek over twee mannen die aan een tafel zitten en waarvan er één moeizaam een tekst voorleest uit een boek. Nand Buyl klopt af en toe eens op de tafel om aan te geven dat Schoenaerts iets moet herhalen. Als hij dat eens vergeet, staan ze later in de wc hierover ruzie te maken.
Nadat hij de Nobelprijs kreeg in 1969 schreef Beckett “Breath” een “stuk” van slechts dertig sekonden dat alleen maar een zucht liet horen.
Zijn laatste werk was “Stirrings still”, dat vreemd genoeg weer in het Engels werd geschreven. Hij stierf in Parijs op 22 december 1989.

Ronny De Schepper

(*) Stefaan van den Bossche in “De Provence, reisverhalen” (uitg.Pandora, 2001), p.36 e.v.

21
Dec
09

Theater Vertikaal

Tijd voor een experiment. Ik stel tot mijn eigen verontwaardiging vast dat ik in mijn computer geen bijdrage heb zitten over het Gentse kamertheater Vertikaal. Nochtans is dit theater erg belangrijk geweest, met name op het einde van de jaren zestig, zoals mag blijken uit het artikel “Toen Havel in het Nederlands schreef” van Wim D’Haveloose in De Standaard van 10 januari 1990. Ik doe nu een poging om een scan van dit artikel hierbij te plaatsen in de hoop dat het ook leesbaar is.

21
Dec
09

“Elektra” van Euripides: de rolverdeling!

Ik heb reeds eerder gezegd dat het mijn intentie is om alles, maar dan ook werkelijk àlles, wat ik ooit heb geschreven (en bijgehouden uiteraard) te publiceren. Dat geeft soms aanleiding tot genante taferelen, maar dat moet dan maar. Zo heb ik hier een verhandeling uit de poësis (gedateerd op 17 oktober 1967, twee dagen vóór mijn zestiende verjaardag dus) en met als onderwerp “bespreking van Euripides’ ‘Elektra’ naar aanleiding van de T.V.-opvoering”. Ik heb op de archiefafdeling van de VRT getracht iets meer te achterhalen i.v.m. deze uitzending maar dat is me voorlopig niet gelukt (een mail is onderweg). Aangezien wij als taak een antwoord moesten geven op twee specifieke vragen en deze niets van doen hadden met de opvoering op zich, spreek ik in mijn verhandeling immers niet over de opvoering zelf. Persoonlijk vind ik dat nu een groot mankement, maar blijkbaar was dat dus inderdaad de bedoeling niet want ik kreeg voor deze verhandeling uitstekende cijfers (9/10), bovendien met de vermelding “zeer goed” en dat van de hand van Daniël De Smet, die nochtans mijn bloed kon drinken (en ik het zijne, dus wat dat betreft: sans rancune). Na mijn eigen antwoord op de twee gestelde vragen, geef ik ook nog de mening van De Smet zelf, zoals ik die heb genoteerd in zijn lessen.
Verder lezen ‘“Elektra” van Euripides: de rolverdeling!’

18
Dec
09

“Nachtwake” in Minnemeers i.p.v. in Backstage

Dirk TangheDrama Gent KASK speelt “Nachtwake” met Alexis Julémont, Lize Pede, Sarah Van Overwaelle en Seppe Cosyns in een regie van Dirk Tanghe (foto). Oorspronkelijk gingen deze voorstellingen plaatsvinden in Backstage, maar iedereen weet ondertussen wel dat eigenaar Serge Elia overhoop ligt met de brandweer (vandaar ook dat hij zich verplicht ziet het gebouw te verkopen) en dus zullen de voorstellingen nu plaatshebben in Minnemeers op op wo 20, do 21, vr 22 en za 23 januari om 20:30u. Meer informatie op http://dramagent.be/map/nachtwake. Reserveren via drama.gent@gmail.com.
Verder lezen ‘“Nachtwake” in Minnemeers i.p.v. in Backstage’

16
Dec
09

Het Amerikaanse theater

De schrijver David Belasco (1853-1931) legde samen met de legendarische acteur Charles Kean (1811-1868) de grondslagen voor het Amerikaanse toneel.Gezien de primitieve maatschappij waarin deze kunstvorm tot ontplooiing moest komen, greep Belasco terug naar de trukendoos van het baroktheater: dure decors, verbazingwekkende mechanische effecten en… exotische onderwerpen. Zo schreef hij naast “Madam Butterfly” (1900) ook “The heart of the Maryland” (1895), “Du Barry” (1901), “The Music Master” (1904) en “The Warrens of Virginia” (1905) waarvoor hij de twaalfjarige Mary Pickford (foto), die op dat moment haar familie onderhield door kinderrollen te spelen in een reizend theatergezelschap, naar Broadway haalde. Op het einde van zijn leven (in 1926) schreef hij ook nog “Lulu Belle”.
Verder lezen ‘Het Amerikaanse theater’

16
Dec
09

De geschiedenis van de musical

“Ik hou niet van musicals,” hoorde ik Tom Jones eens verklaren in een televisie-interview. “Een goede popsong ontstaat spontaan. Musicals daarentegen hebben iets kunstmatigs.” Ik zou het niet beter kunnen zeggen, Tom, maar een beetje geschiedenis kan nooit kwaad natuurlijk en dan moeten we terugkeren naar de Verenigde Staten in de negentiende eeuw, waar in de periode van de romantiek het volksnationalisme ook in de muziek tot uiting kwam. Aangezien de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Engelsen werd uitgevochten, werd de Engelse invloed op de muziek na de onafhankelijkheid (1776) steeds kleiner, ten voordele van vooral Italiaanse (opera) en Duitse (operette) invloeden. Voeg daarbij de invloed van de muziek van de zwarte slaven (wat uiteindelijk in jazz en blues zou uitmonden) en de typische musical-muziek krijgt stilaan vorm in spektakels die rond 1860 de naam hadden van vaudevilles, extravaganza’s of burlesques. Let wel op: voor diegenen die in het vak zaten, waren dit niet zo maar synoniemen, zoals we o.m. kunnen leren uit de film “Gypsy”, waarin de moeder van stripper Gypsy Rose Lee zich oorspronkelijk sterk verzet tegen een carrière van haar dochter in “burlesque”, terwijl zij toch van “vaudeville” zijn!
Verder lezen ‘De geschiedenis van de musical’

15
Dec
09

“Antigone” van Sofokles

We zijn een kleine veertien dagen verder (14 mei 1968 om precies te zijn) en, lap, ‘t is weer van dat. Weer geen kwotering. Deze keer weet ik echter zeer goed hoe het komt, als opdracht kregen we immers “résumé van de slotbeschouwingen over de Ilias in het handboek” en om de een of andere duistere reden begin ik over de “Antigone” van Sofokles. Op zestienjarige leeftijd was ik blijkbaar al even verward als nu op bijna zestigjarige leeftijd!
Verder lezen ‘“Antigone” van Sofokles’

07
Dec
09

Dorothy Parker

Jennifer Jason Leigh was in 1994 te zien als de controversiële schrijfster Dorothy Parker in “Mrs.Parker and the vicious circle” van Alan Rudolph (zie foto). Dorothy Parker werd geboren als Dorothy Rothschild op 22 augustus 1893, maar van geboorte was ze helemaal niet rijk, al lijkt haar familienaam dit wel te suggereren. Dat was wel het geval met haar man Edwin (Eddie) Pond Parker II, met wie ze evenwel “sub rosa” is gehuwd op 30 juni 1917, aangezien zijn familie duidelijk haar afkeuring liet blijken. Dat huwelijk had alles te maken met de oproeping van Eddie als ambulancier in de Eerste Wereldoorlog. Die houdt daar evenwel een trauma aan over en geraakt verslaafd aan morfine en alcohol.
Verder lezen ‘Dorothy Parker’

30
Nov
09

Marijn Devalck

Op het eind van de jaren zeventig had ik nogal wat contact met Marijn Devalck. Ik had hem de mannelijke hoofdrol aangeboden in de rock-opera De Kat, die ik samen met een paar vrienden had geschreven en Marijn zag dat wel zitten, maar Theater Arena, waartoe hij op dat moment behoorde, helaas niet. Toch was nog niet alles verloren, want Marijn stemde erin toe om samen met o.a. Raymond van het Groenewoud, Zjef Vanuytsel en Guy Mortier deel uit te maken van een vedettenelftal om op het Feest van de Rode Vaan, maar toen was er een persvisie op de BRT van een musical waarin Marijn met Linda Lepomme de hoofdrol (ik meen me te herinneren dat het zelfs de énige rollen waren) vertolkte en Lode De Pooter vond er niks aan en maakte dit in zijn gebruikelijk beeldrijk taalgebruik duidelijk aan Marijn, met als gevolg: geen Marijn op het veld. En nadien kwam er een solo-elpee die ik dan weer niet zo goed vond, zodat het contact voor altijd werd verbroken.
Verder lezen ‘Marijn Devalck’




Blog-teller

  • 258,030 keer aangeklikt

uit de oude doos