Als in the States P.J.Proby er genoeg van heeft om demo’s op te nemen voor Elvis Presley, steekt hij, samen met de drummer op die demo’s, Gary Leeds, de plas over naar het land waar het allemaal gebeurt op dat moment: Engeland. Daar brengt hij in 1964 een schitterende versie van het West Side Story-nummer “Somewhere” en de rockers “Hold me” en “Together”. Dat jaar halen ook Billy Fury en zowaar Richard Anthony de Engelse hitparade met resp. “I will” en “If I loved you”, twee nummers die Proby ook op zijn elpee zet. Als Proby een jaar later het succes van “Somewhere” niet kan evenaren met “I apologize”, “Zing went the strings of my heart”, “Answer me”, “Let the water run down” en “That means a lot” (nochtans van Paul McCartney) brengt hij (nog steeds in datzelfde jaar!) “Maria” uit, opnieuw uit West Side Story. Later zullen nog volgen: “I can’t make it alone” (1965), “Niki hoeky”, “I’m coming home” en “Today I killed a man”. Proby was onder zijn echte naam James Marcus Smith zoals gezegd reeds in de jaren vijftig begonnen als demozanger voor Elvis Presley. In 1957 had hij reeds twee singles uitgebracht met The Mellow Kings en een eerste solo-single als Jett Powers.
Verder lezen ‘P.J.Proby en Scott Walker: de mooiste stemmen in de popmuziek’
Archief voor de categorie 'rock'
Tina Turner wordt zeventig!
Op 22 en 23 januari kwam Tina Turner naar het Antwerpse Sportpaleis. Ze was op dat moment precies 69 jaar en twee maanden, want vandaag wordt ze zeventig. Aangezien haar wereldtournee startte op 1 oktober konden we dus alleen maar hopen dat ze tegen die tijd geen heup had gebroken of dat Alzheimer niet al te drastisch in haar songteksten ging rommelen. Ach, ik ben nu natuurlijk veel te onbeleefd tegen een monument van een vrouw voor wie ik veel bewondering koester. Maar of je nu op zeventigjarige leeftijd nog moet gaan rocken en rollen, dat weet ik nog zo niet.
Verder lezen ‘Tina Turner wordt zeventig!’
Het is vandaag precies 45 jaar geleden dat The Rolling Stones voor het eerst optraden in ons land. Ze werden daarbij geïnterviewd door niemand minder dan nonkel Bob en tante Terry! Dat moet een hilarische aangelegenheid geweest zijn. Ik ben haast zeker dat ik het toen heb gezien, maar ik herinner mij er helaas niets meer van. Ik heb het voorval wel ter sprake gebracht toen ik Bob Davidse in de jaren tachtig eens telefonisch heb geïnterviewd voor De Rode Vaan. “The Beatles die kénde ik een beetje,” zei nonkel Bob. “Tenslotte schreven zij ook melodieuze liedjes, maar The Stones waren tot dan toe aan mij voorbijgegaan. Toen ik ze voor het eerst ontmoette in het Sheraton Hotel op het Rogierplein moest ik aan hun impressario vragen wie wie was. Maar ik had de indruk dat hij met mijn voeten aan het spelen was.”
- Hij toonde je Brian Jones en zei dat het Mick Jagger was en dat soort grappen?
“Nee, zo erg was het gelukkig niet, maar hij zei me bijvoorbeeld dat de drummer (Charlie Watts, RDS) alles verzamelde dat met Napoleon te maken had. Dus ik stel hem daarover een vraag op antenne en die jongen blijkt uit de lucht te komen vallen!”
- En het optreden zelf?
“Luid! Ongelooflijk! Vooral die bassist (Bill Wyman, RDS). Onze klankmannen waren bang dat hun microfoons zouden stukspringen. Maar de fans die vonden het prachtig natuurlijk. Die schreeuwden zelf trouwens ook een hoop decibels bijeen!”
Post Scriptum: twee weken na de uitzending wiste de BRT de beeldbanden van de rubriek “Leuke plaatjes, goede maatjes” (hoe verzin je het!) in “Tienerklanken” van 19 oktober 1964, de dag dat ik mijn dertiende verjaardag vierde, door er een voetbalwedstrijd over op te nemen…
Verder lezen ‘45 jaar geleden zaten de Stones bij nonkel Bob en tante Terry op de schoot’
Tim Easton
Een andere ontdekking waarover ik u moet berichten, is deze Tim Easton. Ook van hem had ik helemaal nog niet gehoord en buiten het mooie CD-hoesje was er eigenlijk geen reden om hem mee te pikken. Thuisgekomen kon ik vaststellen dat hij wordt bijgestaan door mensen als Jim Keltner, Jai Winding en Hutch Hutchinson, dus dat beloofde alvast. En inderdaad, ook deze CD is een geweldige meevaller geworden. Alhoewel Tim Easton reeds een plekje heeft veroverd op Wikipedia, word je daar toch niet echt wijzer van. “Tim Easton (Akron, Ohio) – zo staat er – is een Amerikaans gitarist en singer-songwriter die zich vooral heeft toegelegd op het maken van (al dan niet rustige) rockmuziek en rock’n'roll. Easton was voorman van de rockgroep The Haynes Boys. Hij staat onder contract bij het platenlabel New West Records en bracht 6 albums uit. (Deze welke ik heb gekocht, was zijn derde, RDS) Easton begon zijn carrière in 1997. Hij laat zich in zijn muziek beïnvloeden door Bob Dylan. Easton staat regelmatig in het voorprogramma van John Hiatt.” Buiten het feit dat dit “geregeld” moet zijn in plaats van “regelmatig” heb ik daar weinig aan toe te voegen. De muziek van Easton laat zich volgens mij niet echt beschrijven. Zelf naar luisteren is dus de boodschap.
Een jury uit Los Angeles heeft enkele maanden terug geoordeeld dat Phil Spector, wellicht de bekendste producer van popmuziek aller tijden, schuldig is aan moord op de actrice Lana Clarkson. Vandaag wordt de definitieve strafmaat bepaald, maar nu al staat vast dat Spector tegen een gevangenisstraf van op z’n minst vijftien jaar aankijkt. Dat proces was dan wel het tweede, want de eerste maal was de jury niet tot een eensluidig oordeel kunnen komen. Na dat éérste proces werd Spector geïnterviewd door Vikram Jayanti, in opdracht van de Britse prestigieuze docuserie Arena. Dit interview wordt vanavond uitgezonden op Nederland 2 om elf uur. Het is een niet te missen document, al was het maar omwille van de heel aparte structuur. Het gesprek gaat immers vooral over het “oeuvre” van Spector en niet zozeer over de moord (of zelfmoord, zoals Spector is blijven beweren, al luidde zijn eerste verklaring wel: “I think I shot someone”). De zeer lovende kritieken over Spectors werk (ontleend aan het boek “Tearing down the wall of sound” van Mick Brown) worden geprojecteerd over de beelden uit de rechtzaal. Over een bizar vervreemdingseffect gesproken!
Verder lezen ‘Phil Spector schuldig bevonden aan moord’
Ah, de good old internet movie database! Op die manier heb ik gezien dat ik de volgorde van de vroegste Elvis-films een beetje door elkaar had gehaspeld. Logisch ook, want die eerste films waren allemaal zwart-wit, behalve de tweede, die in kleur was. Daarna volgen er opnieuw nog twee in zwart-wit. Zeer verwarrend allemaal. Maar nu dus rechtgezet.
Verder lezen ‘Elvis Presley: een update van zijn vroegste films’
Rock’n'roll: een update
Ik vind dat Chuck Willis wel schromelijk verwaarloosd wordt in de popgeschiedenis. Daarom heb ik een item over hem toegevoegd aan mijn geschiedenis van de popmuziek in de jaren vijftig.
Verder lezen ‘Rock’n’roll: een update’
21 februari in Minnemeers: tribute to Buddy Holly met o.a. Nathalie Delcroix en Isolde Lasoen
JACQUES PERK (10 juni 1859 – 1 november 1881)
BUDDY HOLLY (7 september 1936 – 3 februari 1959)
de twee vernieuwers leefden even kort.
te kort voor Perk, hij bleef nu wat halfslachtig,
de voorloper en gangmaker van ‘80,
wanneer der schoonheid naam geheiligd wordt.
Buddy’s gitaar en hikstem waren machtig,
zo bleek op teenagers hun schoolrapport.
toen ‘t vliegtuig dat hem vloog was neergestort,
bleven hem fans en MCA indachtig.
ze brachten werkjes over de verloofden
van anderen, Jacques Perk, de blondgehoofde,
beschreef Madonna-achtige Mathilde,
en Buddy Holly zong, de zwartgebrilde,
over die van zijn drummer “Peggy Sue”.
ook ik ben tweeëntwintig, twenty-two.
Chuck Berry
Le Monde de la Musique noemt hem “Le Beethoven du rock’n'roll”, maar dat is een woordspeling die te veel voor de hand ligt, vind ik. Daarom geef ik de voorkeur aan Charlie Gillett die in “The sound of the city” schrijft: “Als belangrijkheid in de popmuziek zou worden gemeten aan de hand van vindingrijkheid, creativiteit, geestigheid en de vaardigheid om een gans spectrum van ervaringen en gevoelens in een muzikale vorm te vertalen, dan zou Chuck Berry worden beschreven als de voornaamste figuur uit de rock’n'roll.”
John Lennon zei zelfs: “Als je rock’n'roll een andere naam zou willen geven, zou je het Chuck Berry kunnen noemen.”
En Klaas Vaak, de legendarische deejay van Radio Veronica, formuleerde het als volgt: “Chuck Berry schreef van 1955 tot 1959 zo ongeveer twintig tot dertig klassieke rock’n'roll-nummers die net zo zeker de richting van de rock hebben gevormd als Ferenc Puskas en het Hongaarse voetbalteam dit bij het voetballen hebben gedaan en dit ruwweg ook nog in dezelfde periode. Gedurende die jaren leek het wel of Chuck niets verkeerds kon doen – hij reed op de rock’n'roll-fiets met een stijl die herinnerde aan Sugar Ray Robinson de andere grote negerkampioen van die tijd.” (1)
Verder lezen ‘Chuck Berry’
Toen Amerika in beroering werd gebracht door de rock’n'roll, werd eigenaardig genoeg door rechts de folkmusic ingeroepen als “remedie” tegen deze nieuwe kwaal. Met veel barnumreklame werden mensen als Harry Belafonte, het Kingston Trio en Peter, Paul and Mary de ether ingeslingerd. Het bleek echter een misrekening te zijn. Niet alleen kenden deze mensen slechts heel weinig succes bij de jeugd, bovendien zat een nieuw venijn in hun staart. Eén van de grootste successen van Peter, Paul en Mary was immers “Blowin’ in the wind” van ene zekere Bob Dylan, die overigens ook mondharmonica speelde op een elpee van Harry Belafonte (*).
Dylan zelf maakte reeds een eerste elpee in 1961, maar zou pas doorbreken nadat The Byrds met hun versie van zijn “Mr.Tambourine Man” het aangezicht van de popmuziek hadden veranderd. De tijden waren er immers rijp voor: de oorlog in Viëtnam, de dienstweigeraars, de beweging voor de burgerrechten, de anti-atoommarsen….
Verder lezen ‘Bob Dylan: something old, something new, something borrowed, something blue…’