Vanavond in de Bijloke een optreden van Concerto Copenhagen, geleid door Lars Ulrik Mortensen, met als solist Ronald Brautigan op pianoforte. Ze brengen werk van Haydn en Mozart. Mortensen is uiteraard een Deen (wellicht geen familie van ex-wielrenner Leif Mortensen), maar toch heb ik hem ontmoet in Zweden, meer bepaald in Nordmaling.
Verder lezen ‘Nordmaling’
Archief voor de categorie 'reisverhalen'
Nordmaling
Londen
Na veertien dagen Hastings ga ik in september 1971 nog een week naar Londen waar ik onder meer een bezoek breng aan het British Museum. Dat was helemaal gratis, zoals dat in Groot-Brittannië toen (en hopelijk nu nog) gebruikelijk was. Veel herinner ik me niet meer van mijn bezoek. Als je naar het BM gaat, moet je natuurlijk de mummies gaan bezichtigen, maar eigenlijk was ik op dat vlak veel meer onder de indruk van een “gewone” dode, wiens lichaam in het warme woestijnzand “op natuurlijke wijze” gemummificeerd was. Alhoewel hij al duizenden jaren dood was, bleef hij voor mij nog steeds een mens, wat van de mummies niet altijd kan gezegd worden. En natuurlijk moest ik ook de stoel eens gaan bekijken, waarop Karl Marx pleegde te zitten als hij in het BM kwam werken. Zouden ze dat op dat moment dan al geweten hebben dat die stoel een speciale attractie zou worden of worden we hier grandioos belazerd? Enfin, al dergelijke zaken komen misschien aan bod in de reeks “The Museum” die deze avond start op Nederland 2 (19.55 uur).
Die mummies werden overigens vaak in oude papyrusrollen gewikkeld, waarop landkaarten, boekhoudingen en medische teksten stonden. Recyclage dus. Maar ook een bron van informatie voor wetenschappers van nu. Dat alles wordt uit de doeken gedaan (haha!) in het wetenschappelijke magazine “Abenteuer Wissen” op Duitsland 2 op woensdag om 22.25 uur onder de aanlokkelijke titel “Versteckte Botschaften aus dem alten Ägypten”.
Verder lezen ‘Londen’
Hastings
In de nazomer van 1971 bracht ik een bezoek aan Hastings, uiteraard het best bekend van de slag uit 1066 (ja, ik heb de verplichte uitstap naar het slagveld gemaakt, niet dat er daar nog veel te beleven valt, maar kom, het geeft je wel een “historisch” gevoel), maar in Temse vooral een populair vakantieoord voor middelbare scholieren (mijn latere schoonbroer Harry was er bijvoorbeeld ook geweest).
Verder lezen ‘Hastings’
Zaterdag 10 december 1988
10.25u: vertrek naar de Sovjet-Unie op de luchthaven van Zaventem. Deelnemers: Albert Mons (EO), Thomas Notermans (VARA), Louis Smit (NCRV), Ben Spekman (KRO), Jan Henk Vinkers en Lisette Wouters (NOS), Robert Briel (Veronica), Erwin van ‘t Land (IKON), Dick Versteegh, Anja van den Akker en haar man Erik Vink (Brabant Pers), Jurjen De Jong en zijn vrouw Marie-Louise Verheyden, Ginny Mutsaers (VPRO), Ferrie Eiselin (Trouw), Lode en Maggie De Pooter (RV), Mieleke en Marie-Thérèse Janssens (GVA), Roland en Roger Rentmeesters (Zie), Toni Smeulders (Zondagsblad), Dirk Musschoot (Het Volk), Herman Van Dijck (GVA), Jaak Smeets (Belang), Huib en Hilde De Jonghe (Standaard), Fons Mariën (BRT-persdienst), Rita Jaenen & Wilfried Bertels (omroep Limburg), onafhankelijk filmer Jan Hintjens samen met zijn vrouw Carine en zijn schoonmoeder Els Noorten (uit Hingene) en Ingrid Heenen (uit Temse), Piet De Moor (Knack), begeleider wijlen prof.Hugo Benoy (hij zal in 2006 overlijden) en tolk Walter Matthijsses.
Om 16u (twee uur tijdsverschil niet meegerekend): aankomst in hotel Pribaltiiskaia in Leningrad.
Verder lezen ‘Een reis naar de Sovjetunie’
Vanavond om 18.30 uur bereidt Gène Bervoets zijn Gentse waterzooi (op één) in de Provence. Alhoewel ik een beetje mijn buik vol (!) heb van de vele kookprogramma’s op alle zenders, zal ik hiervoor toch een uitzondering maken. De reden leest u hieronder…
Verder lezen ‘Monieux, de Mont Ventoux en de Provence’
Normandië
Op dinsdag 24 juli 2001 om 16 uur arriveren we in Le Pavillon de Gouffern in het onooglijke dorpje Silly en Gouffern in het uiterste zuiden van Normandië. Om zeker niet te laat toe te komen hebben we de heenreis via de autostrade gemaakt. Gaby had uitgerekend dat we er zonder tegenslagen zes uur voor nodig zouden hebben en aangezien we vertrokken zijn om tien uur is het dus duidelijk dat alles naar wens is verlopen.
Verder lezen ‘Normandië’
Streetbuskers
Op 30 november is Wizz Jones te gast in de Muze van Meise (Brusselsesteenweg 69). Wizz Jones is de man die als streetbusker in het begin van de jaren zestig samen met Rod Stewart reeds in ons land optrad. Ik had destijds hierover een zeer openhartig gesprek met hem, maar eerst wil ik hem toch een beetje plaatsen binnen de traditie van de zogenaamde “street buskers”.
Verder lezen ‘Streetbuskers’
In 1991 wilde de Gentse fotograaf Michiel Hendryckx niet alleen de wereld zien, hij wilde terloops ook even de ezel uithangen… Michiel Hendryckx, de beroemde (en ook wel beruchte) fotograaf van ‘De Gentenaar’ (later promoveerde hij naar ‘De Standaard’), ondernam dat jaar een negen maanden durende voetreis door Europa. Dat mondde later uit in het boek “Twee ezels”. Op zijn tocht werd hij immers oorspronkelijk enkel vergezeld door de ezel Odin, die hij later (wegens ziekte van Odin) moest inruilen voor een tractor. “De grootste stommiteit van mijn leven,” zou hij later (De Gentenaar, 22/7/2000) verklaren. “Ik was toen erg gelukkig en sindsdien is alles in mijn leven minder. Maar ik heb onderweg gezien dat het goed gaat met de wereld.” Die laatste indruk weegt ook nog door, tien jaar later, als hij met Jean Blaute en Wim Opbroucke op een motor door Europa trekt voor het Canvas-programma “De bende van Wim”. Vóór zijn vertrek in 1991 kregen zowat alle inktkoelies opdracht om Michiel te gaan interviewen. Zo ook ondergetekende tijdens het kortstondige bestaan van “Tempo”, het culturele stadsblad van Eric Goeman. Aangezien Michiel op die manier al “plat” was geïnterviewd, verkoos ik een gesprek met de andere ezel.
Verder lezen ‘Michiel Hendryckx: tot u spreekt de ezel’
Joegoslavië
Op het einde van de jaren zeventig ben ik met Sonia en de kinderen ook even op reis geweest naar Joegoslavië. Waar precies dat weet ik niet meer, maar het moet in een kustplaats helemaal in het noorden van het huidige Slovenië geweest zijn, want om er te geraken, moesten we door Trieste passeren.
En voor de rest herinner ik me dat we op een naturistencamping hebben gekampeerd, maar dat het daar zo druk was dat we, wat het baden zelf betreft, liever “wilde” naturistenstranden opzochten.
Dat deden we dan onder meer met Benny, de broer van Sonia, en zijn gezin, die we als het ware “toevallig” onderweg waren tegengekomen.
Joegoslavië, dat toen officieel nog een communistisch land was, was dus wel erg vrij naar de normen van die tijd. Vandaar ook dat we er een Tsjechisch paar tegenkwamen (Roddy was op het strand met hun dochtertje aan het spelen) dat voor het eerst sinds 1968 weer eens naar het buitenland op vakantie mocht. De man was een burgerlijk ingenieur, als ik me goed herinner, en in dat fameuze jaar zat hij in het buitenland. Alhoewel hij desondanks braaf weerkeerde naar zijn gezin, mochten ze dus toch tien jaar het land niet meer uit. Uiteraard schrokken de man en zijn vrouw een beetje toen ik zei dat ik op De Rode Vaan werkte, maar uiteindelijk bleek dat toch geen bezwaar om een openhartige discussie te voeren. We beloofden ook nadien contact te houden, maar op mijn brief is nooit een antwoord gevolgd. Ik weet natuurlijk niet of de brief de familie ooit heeft bereikt… (*)
Het meest merkwaardige aan deze vakantie is echter wel een bezoek aan een grot, waarbij we kilometerslang in een treintje moesten zitten, dat door een gang reed die amper groot genoeg was om een mens door te laten (we werden aangeraden ons hoofd in te trekken). Het is ongelooflijk dat ik dit met mijn claustrofobie heb aangedurfd. Maar het resultaat was wel verbluffend. We kregen immers een ongelooflijke rondleiding door een jobstudent (“I smoke like a little chimney”) waarbij o.a. de “prehistorische” blinde vissen (blind omdat ze toch nooit het daglicht zagen) een grote indruk op mij maakten.
Ronny De Schepper
(*) Dat doet mij eraan denken dat ik destijds met de Blommenkinders ook reeds een vruchteloze poging had ondernomen om met een Tsjechische te corresponderen. We hadden op een bepaald moment immers besloten alle vier een “pennevriendin” te zoeken en ikzelf legde de lat dan voor mezelf maar meteen wat hoger en wou ze dus in het buitenland vinden. Zoals gezegd bleef mijn schrijven onbeantwoord. Om politieke redenen? Of gewoon omwille van het feit dat de inhoud van mijn brief niet erg veel indruk maakte op het meisje? Ik had het namelijk o.a. over wielrenner Jan Smolik, waarover toen de geruchten de ronde deden dat hij de eerste Oost-Europese prof zou worden (dat is uiteindelijk niet doorgegaan, al is zijn landgenoot Jiri Daler ongeveer tegelijkertijd wél prof geworden). Ik kon mij troosten met het feit dat ook de “Vlaamse” brieven van de drie andere Blommenkinders onbeantwoord bleven…
Zuid-West-Duitsland
Op 5 augustus 1992 vertrokken mijn vriendin en ik naar Duitsland voor een korte reis. In Trier brachten we nog een bezoek aan het geboortehuis van Marx, waar het oude vuur weer even oplaaide, maar in Bingen werd dat alweer gesmoord in zwelg- en braspartijen, die Hildegard zouden hebben doen blozen…
Sommigen daarentegen hebben dan weer meer belangstelling voor andere componisten, zoals ene Ludwig von Beethoven. Zijn geboortehuis in Bonn is wel goed onderhouden en er is ook een prachtige verzameling van Beethoven-memorabilia samengebracht, maar als je rekent dat Ludwig amper twee jaar oud was, toen hij Bonn reeds verliet, stelt het huis zelf natuurlijk niet veel voor. “Nicht schlecht aber Woolfie ist besser” vatte ik het een beetje onnozel samen in het gastenboek.
Een reis naar Duitsland is natuurlijk niet compleet als je niet toegeeft aan de lokroep van de Lorelei. Je kan aan de rand van de afgrond een beetje stoer gaan doen, maar beter is het je aan de voeten van de Vrouw te werpen.
In Traben-Trarbach logeerden we in een prachtig hotel (met privé-zwembad o.a.), maar het was toch een beetje luguber dat in de gangen foto’s hingen van een zekere mijnheer Hitler die daar in de jaren dertig ook had verbleven. Dat was zelfs nog “luguberder” dan onze doortocht in het dorpje Frankenstein, waar we de schaarse inwoners de schrik op het lijf joegen omdat we dringend moesten plassen… Toen we eindelijk soelaas vonden aan de rand van het stadje in de vorm van een all-women-restaurant, werden we een beetje afgeleid omdat Amerikaanse soldaten zowel de moeder als de dochters des huizes (nochtans nog in de giecheljaren) opvrijden.
Heidelberg, de studentenstad, mag dan nog vooral bekend zijn omwille van het mooie slot, toch was een “Fechtschule” (voor degens, jawel) misschien een betere illustratie van het verleden en… het heden. Of zou Heidelberg dan toch Rostock niet zijn?
Ronny De Schepper