Ik was in de tijd van Tliedboek vooral een fan van de manier waarop André De Bruyn en Miel Swillens songs onder het ontleedmes liet passeren (respectievelijk van Leonard Cohen en van Bob Dylan). Zo schrijft André o.a.: “Cohens teksten munten niet alleen uit door een sterke poëtische zeggingskracht en een merkwaardige sfeerschepping (eigenaardig genoeg nog versterkt door een unieke ongeaffecteerde wijze van zingen), maar tevens door het veelvuldig en origineel gebruik van beelden. De vaak duistere metaforen en de soms kryptische constructie van de songs bemoeilijke evenwel het begrijpen van de teksten. Indien men de verschillende songs echter met elkaar vergelijkt, komt men tot de bevinding dat bepaalde thema’s en beelden frequent voorkomen, en dat uit het geheel een patroon kan worden gehaald dat verhelderend werkt bij het begrijpen van de afzonderlijke beelden. Elke song blijkt dan een bepaald aspect van dit patroon te belichten en verder uit te diepen.”
Verder lezen ‘Het begrip “shelter” bij Leonard Cohen’
Archief voor de categorie 'poëzie'
Ik heb mijn tekst over Hugo Claus, die kilometerslang is, ingedeeld in een aantal kleinere hoofdstukken. Als ik dan iets moet updaten, moet ik niet telkens die hele lap tekst vervangen. Deze keer betreft het dus een update over Claus’ eerste film, “De Vijanden”…
Verder lezen ‘Hugo Claus: update over “De vijanden”’
Herman Gorter
“Herman Gorter (Wormerveer, 26 november 1864 – Sint-Joost-ten-Node, 15 september 1927) was een Nederlands dichter en medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij. Hij is onsterfelijk geworden met zijn gedicht van epische lengte ‘Mei’ (1889). Velen zullen de beginregel van dit gedicht kennen: Een nieuwe lente en een nieuw geluid.”
Zo begint het artikel over Herman Gorter op Wikipedia en persoonlijk dacht ik er ook zo over. Zodanig zelfs dat ik in de les van prof.Van Elslander als grap noteerde: “Velen zullen de beginregel van dit gedicht kennen: In mei leggen alle vogels een ei”. Ik nam die dag echter ook nota’s voor een medestudent die niet naar de les kon komen omdat hij een studentenjob had om zijn studies te betalen en op de examens bezorgde deze vriend me de schrik van mijn leven, toen hij met een doodernstig gezicht zei dat hij op het mondelinge examen de vraag had gekregen: hoe begint het gedicht “Mei” van Herman Gorter? En dat hij in alle ernst “In mei leggen alle vogels een ei” had geantwoord. Ik trok wit weg, want ik was ervan overtuigd dat mijn onschuldig grapje hem ongetwijfeld een buis had opgeleverd, maar gelukkig barstte hij – toen hij dat zag – in lachen uit. He was just pulling my leg.
Enfin, hoe dan ook, wat hieronder staat, is een mengeling van Wikipedia en die bewuste les van prof.Van Elslander en dan nog een paar nota’s uit de lessen van Anton van Wilderode (over het puur poëtische aspect, de politieke activiteiten van Gorter werden doodgezwegen, moet ik zeggen, al behandelt hij die wel in zijn boek “De Dubbelfluit”).
Verder lezen ‘Herman Gorter’
Quintus Horatius Flaccus
Quintus Horatius Flaccus (flapoor) werd geboren in 65 voor Christus te Venusia, een Romeinse kolonie in Apulië (Zuid-Oost-Italië). Zijn vader was een vrijgelaten slaaf, zijn moeder stierf vroeg, maar zijn vader droeg toch zeer veel zorg voor hem, zodat ze samen naar Rome gaan wonen om Horatius naar een goede school te kunnen laten gaan. Orbilius Pupillus was zijn goede, maar conservatieve en strenge leraar.
In 45 en 44 gaat Horatius praktische wijsbegeerte studeren in Athene. Als Brutus soldaten komt ronselen voor het republikeinse leger, sluit Horatius zich hierbij aan, maar in 42 worden zij in de pan gehakt bij Philipoi. Horatius wordt dan klerk bij de schatkist en begint ook zijn eerste verzen te schrijven (epoden en satiren). Hij knoopt vriendschap aan met Vergilius en wordt opgenomen in de vriendenkring van Maecenas, vanaf dan kent hij geen financiële problemen meer. Zo krijgt hij in 33 van Maecenas een buitenverblijf in Tibur (het huidige Tivoli, 45km ten Noord-Oosten van Rome) cadeau.
Ondertussen is hij van republikein tot monarchist geworden om verschillende redenen:
1.Hij was ontgoocheld in het gemis aan kwaliteit bij de republikeinen.
2.De monarchie kwam volop tot bloei onder Octavianus.
3.De jonge generatie dichters reageert tegen de ouderen (Livius Andronicus, Naevius, Lucellius…) die allen republikeinen waren en de traditionele Latijnse poëzie propageerden. De jongeren waren van de weeromstuit monarchisten en kleefden de Griekse beginselen (alvast op poëtisch gebied) aan.
4.Horatius was niet gebonden door een familietraditie.
Op literair vlak publiceert hij eerst twee bundels satiren (in 35 en in 30). Eigenlijk zijn het “sermones” en dus geen hekeldichten, zoals wij dat nu kennen. De satire is wel het enige genre dat de Romeinen hebben uitgevonden. De naam is afkomstig van het woord “satura”, wat een schotel met allerlei vruchten betekent. Het zijn dus met andere woorden gedichten die over vanalles en nog wat kunnen gaan. Over de vernieuwde literatuur bijvoorbeeld of filosofische, moralistische gedichten, waarin hij zich keert tegen hebzucht en eerzucht.
Kenmerken van de poëzie van Horatius zijn:
1.Een aanschouwelijke karaktertekening.
2.Spot met bekende figuren uit vorige generaties of met tweede- en derderangsfiguren uit zijn tijd (hier kan men dus wél van satire spreken, zoals wij dat bedoelen).
3.Hij schrijft in hexameters, wat normaal tot een stijf taalgebruik leidt, maar bij hem is de taal juist erg soepel.
Nog in 30 verschijnt er ook een bundel epoden of “iambi”: gedichten in de jambische versmaat, de zogenaamde jambische trimeter namelijk kort lang kort lang/kort lang kort lang/kort lang kort lang. Dit staat dichter bij het gesproken woord dan een dactylische hexameter en geeft hem dus in navolging van Archilochos van Paros (een dichter uit de zevende eeuw voor Christus) een losse, scherpe, spottende stijl.
In 23 verschijnen er dan drie bundels oden (nog een vierde in 13) of “carmina”. In nabootsing van de Griekse lyriek behandelt hij hierin allerlei onderwerpen (het is eerder didactische lyriek dan gevoelslyriek) op een bondige wijze.
Tussendoor verschijnt in 17 ook een eeuwfeestcantate, de “carmen saecularum”.
Hij geeft ook twee bundels brieven of “epistulae” uit (in 20 en in 14), weliswaar in dichtvorm (hexameters). Hierdoor verschillen ze eigenlijk weinig van de satiren, zij het dat er wel een aantal échte brieven bij zijn. Zij worden als het voornaamste werk van Horatius beschouwd omdat hij hier niet zo scherp is als elders.
Hij schrijft in 18 ook een “ars poetica”, al is ook dit eigenlijk gewoon een uitgebreide brief, namelijk “Epistula ad Pisones”, eveneens in hexameters. Een paar fragmenten hieruit zijn werelderfgoed geworden. Zo o.m. “aut prodesse volunt aut delectare poetae” (dichters willen ofwel nuttig zijn ofwel vermaken) of “omne tulit punctum qui miscuit utile dulci” (“punctum ferre” betekent “het meeste stemmen halen”, dus: degene die het nuttige aan het aangename koppelt zal het meeste in de smaak vallen)
Hij stierf in het jaar acht voor Christus.
Op woensdag 9 december heeft het tweejaarlijkse Buysse Colloquium van het Cyriel Buysse Genootschap plaats. Deze keer vindt de bijeenkomst plaats in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Koningstraat 18, 9000 Gent. Zoals gewoonlijk bestaat het colloquium uit een afwisseling van geleerde referaten (deze keer van Tom Sintobin, Rob van de Schoor en natuurlijk Buysse-biograaf Joris van Parys) met literaire teksten over (door Monika van Paemel) of van Cyriel Buysse zelf. Deze laatste teksten worden deze keer gelezen door Jessie De Caluwé. De toegang is gratis, alleen dient men zijn komst te melden bij Agnes.Gelaude@UGent.be. Oh ja, het begint allemaal om twee uur in de namiddag en rond vijf uur zou het moeten afgelopen zijn.
Verder lezen ‘Jessie De Caluwé leest voor uit werk van Cyriel Buysse’
‘Slagboom in bloei’ is een gedichtenbundel van Charlotte Mutsaers. De gedichten exploreren haar wereld en levensplan. Wat te doen, hoe te leven?
‘De wereld zou meeuw’ is een gedicht van Elisabeth Tonnard. Zij verkent een landschap dat een mentaliteit is, gevangen in de tussentijd.
‘Honderd fragmenten’ is een nieuwe vertaling van de Griekse filosoof Herakleitos door Paul Claes. Het boek opent met een nieuw gedicht van deze laatste. De legendarische duisterheid van de zwartgallige wijsgeer is in elegant Nederlands overgezet.
Alle boeken zijn genummerd en gesigneerd. Elk exemplaar kost 20 euro (zonder verzendingkosten). Meer informatie op www.druksel.be.
Druksel is aanwezig op de Boekkunstbeurs van Drukwerk in de Marge op 7 en 8 november in de Pieterskerk te Leiden en op de ‘Beurs van kleine uitgevers’ in Amsterdam (Paradiso) op 6 december. Daar presenteert Druksel ook het boek ‘Les abstractions drolatiques’ van de nieuwe uitgeverij Sfcdt uit Monomotapa. Dit boek is een hedendaagse versie van ‘Les songes drolatiques de Pantagruel’ (1565). Het verschijnt op 126 exemplaren en kost 25 euro.
Alle boeken kunnen besteld worden door een e-mail te sturen.
Onder de vlag WielerSportCultuur stelde gewezen VRT-sportjournalist Louis De Pelsmaeker een fototentoonstelling samen over het fenomeen van de Flandrien in de wielersport. Tussen 3 en 24 oktober is ze te zien in het Wielermuseum in Roeselare.
De Pelsmaeker combineert de originele fotocollectie van Stephan Vanfleteren met wielergedichten van 25 Nederlandstalige auteurs. De collectie omvat 61 foto’s van Stephan Vanfleteren. De bekende topfotograaf belicht met zijn camera alle aspecten van het Vlaamse wielerleven en vereeuwigde de sterke, karakteristieke koppen van onze grootste wielericonen: Rik Van Steenbergen, Briek Schotte, Rik Van Looy, Eddy Merckx, Freddy Maertens, Herman Vanspringel, Roger De Vlaeminck, Johan Museeuw, Sven Nys, enzovoort.
Ook de wielerfans, die alles doen om hun verbondenheid met hun idool te tonen, komen in zijn picturale werk aan bod. Het decor voor de meeste foto’s zijn de overbekende plekjes in de Vlaamse Ardennen en langs het parcours van Parijs-Roubaix, waar de meest legendarische verhalen uit onze wielergeschiedenis zijn geschreven.
De foto’s worden aangevuld, ondersteund, bijgekleurd en – zo u wil – toegelicht met wielergedichten van o.a. Frans Babylon, Hugo Claus, Patrick Cornillie, Freek de Jonge, Rick De Leeuw, Marleen Desmet, Tom Lanoye, Patricia Lasoen, Hugo Matthysen, Peter Nijmeijer, Julien Vangansbeke, Bart Vanreusel, Willie Verhegghe, Dimitri Verhulst en Hans Warren. Het geheel levert een verrassende en boeiende expositie op, langs het parcours van onze WielerSportCultuur.
Het WIELERMUSEUM vindt men op het Polenplein 15, 8800 Roeselare, tel. 051 26 87 40, mail: wielermuseum@roeselare.be. Dagelijks open van 10 tot 17 uur. Gesloten op maandag, zon- en feestdagen.
Verder lezen ‘WielerSportCultuur in beeld en poëzie’
Slechts weinigen weten dat Karel van de Woestijne (1878-1929) de laatste jaren van zijn leven doorbracht in de Gentse deelgemeente Zwijnaarde. In 2009 is het 80 jaar geleden dat hij er in de villa “La Frondaie” overleed. Momenteel is er in Zwijnaarde niets dat eraan herinnert dat deze grote Vlaamse schrijver hier ooit leefde en werkte. Het “Herdenkingscomité Karel van de Woestijne in Zwijnaarde” werkte daarom een aantrekkelijk herdenkingsprogramma uit, met o.m. een tentoonstelling (van 25 september tot 4 oktober 2009) en een boek waarin de Zwijnaardse periode van Karel van de Woestijne uitvoerig uit de doeken wordt gedaan. Op de sluitingsdag van de tentoonstelling brengt de vzw Kloarte er een geleid bezoek. Reserveren is een absolute must. Het aantal deelnemers per activiteit is beperkt! E-mailen kan op gent@masereelfonds.be.
Inschrijvingen zijn slechts definitief nà overschrijving van het verschuldigde bedrag (de reductieprijs geldt enkel voor leden van het Masereelfonds, studenten, werklozen en houders van een +3-pas) op rek. 068-2156862-94 van Kloarte! Annuleren kan slechts tot 1 week voor de betreffende activiteit. Daarna is annulatie niet meer mogelijk. In elk geval wordt een annulatievergoeding van 2 Euro aangerekend.
Verder lezen ‘Karel van de Woestijne in Zwijnaarde 1925-1929′
Vandaag is het precies elf jaar geleden dat priester-dichter (al had hij zelf een hekel aan die omschrijving) Anton van Wilderode is overleden. Zelf heb ik het geluk gehad twee jaar Nederlandse les te krijgen van hem (poësis en retorica) en ook na mijn middelbare schooltijd ben ik hem nog een aantal keren gaan bezoeken, vaak om louter persoonlijke redenen, een enkele keer ook om hem “officieel” te gaan interviewen voor het gewestelijk weekblad “De Voorpost”. Dat was in mei 1978, precies tien jaar na mei ‘68…
Verder lezen ‘Anton van Wilderode elf jaar geleden overleden’
Het beeld van de dichter
Onder deze benaming vindt een symposium over recente leesuitgaven van Nederlandstalige poëzie plaats op donderdag 23 april 2009 in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (Gent).
Verder lezen ‘Het beeld van de dichter’