Drama Gent KASK speelt “Nachtwake” met Alexis Julémont, Lize Pede, Sarah Van Overwaelle en Seppe Cosyns in een regie van Dirk Tanghe (foto). Oorspronkelijk gingen deze voorstellingen plaatsvinden in Backstage, maar iedereen weet ondertussen wel dat eigenaar Serge Elia overhoop ligt met de brandweer (vandaar ook dat hij zich verplicht ziet het gebouw te verkopen) en dus zullen de voorstellingen nu plaatshebben in Minnemeers op op wo 20, do 21, vr 22 en za 23 januari om 20:30u. Meer informatie op http://dramagent.be/map/nachtwake. Reserveren via drama.gent@gmail.com.
Verder lezen ‘“Nachtwake” in Minnemeers i.p.v. in Backstage’
Archief voor de categorie 'opera'
Aga Winska
De coloratuursopraan Aga Winska werd geboren op 13 maart 1964 onder de naam Agata Winnicka. Haar vader speelde fagot in de opera en daar heeft hij haar moeder leren kennen die daar hobo en piano combineerde en ook zong, maar later werd ze lerares fysica. Agata kreeg een opleiding als fluitiste, pianiste en zelfs als balletdanseres (al zal haar volumineus klokkenspel nu wel alle ambities in die zin in de weg staan; haar geliefkoosde sport is bovendien zwemmen, waarvan je brede “schouders” krijgt…). Haar zanglerares was Ursula Trawinska-Moroz.
Verder lezen ‘Aga Winska’
Jean van Ree
De Nederlandse tenor Jean van Ree is vooral in Duitsland actief. Zodanig zelfs dat zijn website in het Duits is opgesteld. Ik neem de tekst over zijn biografie letterlijk over, omdat ik geen zin heb om hem in het Nederlands te vertalen. Ik heb hem alleen maar nodig als “kader” voor een pikante anekdote, die ik dan uiteraard in het Nederlands vertel, want ik wil niet als een tweede Jean-Marie Pfaff de geschiedenis ingaan!
Verder lezen ‘Jean van Ree’
Leontina Vaduva
Leontina Vaduva, die nu in Frankrijk woont (in 1999 werd zij er geridderd als Chevalier de L’Ordre des Arts et Lettres), werd geboren in Bukarest in 1964, waar zij ook aan het conservatorium studeerde. Nadat zij in 1985 zowel het vocalistenconcours in ’s Hertogenbosch als in Toulouse had gewonnen, maakte de Roemeense sopraan pijlsnel furore in de grootste theaters van de wereld. Binnen ongeveer drie jaar stond ze o.a. in het Royal Opera House Covent Garden en de Wiener Staatsoper, in de Metropolitan Opera in New York en de operahuizen van München, Parijs, Brussel en Barcelona.
Volgens sommigen zou Roberto Alagna “La Bohème” met hààr en niet met zijn vrouw en haar landgenote Angela Gheorghiu hebben opgenomen, omdat Alagna in de dood van Mimi de dood van zijn eerste echtgenote Florence zou hebben geprojecteerd (zij was nog maar pas daarvóór, namelijk in 1994, gestorven aan een tumor). Anderzijds had Alagna in Covent Garden destijds geen moeite om diezelfde Leontina Vaduva terzijde te laten schuiven om Gheorghiu als zijn Juliette te hebben. En dat loopt nochtans ook slecht af! Dat Vaduva en Gheorghiu niet echt in mekaars buurt kwamen op de persvoorstelling van “La Bohème” in de Brusselse Muntschouwburg, was dus voor één keer eens niet aan “diva”-capriolen toe te schrijven.
In de Scala van Milaan maakte zij in 2000 o.l.v. Riccardo Muti een onuitwisbare indruk in de rol van Blanche de la Force in “Les Dialogues des Carmélites” van Poulenc, een rol die ze op 03-04-2004 eveneens vertolkte in de Opéra Royal De Wallonie. Daarnaast veroverde ze de wereld als Manon in de gelijknamige opera van Massenet. Met Zubin Mehta, Placido Domingo, Alain Lombard en Kent Nagano maakte ze prachtige CD- en DVD-opnames, maar toch voelt ze zich eerder thuis op het podium: “Dat is veel boeiender dan de volmaaktheid uit de opnamestudio. Perfectie zonder emotie is immers niets,” aldus Vaduva. “Ook Callas was niet perfect; maar wat zij op het toneel deed was duizend keer interessanter. Zij zette een karakter neer en doorleefde ieder woord.” Het grote inlevingsvermogen waarmee Leontina Vaduva aan iedere rol gestalte geeft, maakt haar optreden dan ook al bij voorbaat bijzonder.
Op zoek naar de naam van de eerste vrouw van Roberto Alagna (verder dan haar voornaam, Florence, ben ik nog altijd niet geraakt) struikelde ik over een interview in Le Figaro van 8 oktober jl., waarin Alagna bekend maakte dat het “sprookjeshuwelijk” met Angela Gheorghiu “over and out” was: “Il y a longtemps que nous ne faisions plus de choses ensemble. Chacun mène sa carrière. Je pensais que ce serait dur, mais je me sens plus serein et libre. Je n’ai plus le souci de rendre des comptes et à donner des conseils, tous les soirs. C’est difficile vous savez d’être en couple avec un artiste. Alors deux chanteurs d’opéra dont le métier est si difficile…C’est la première fois depuis le décès de ma première épouse Florence qui est décédé quand j’avais 29 ans me laissant seul avec notre fille Ornella qui était bébé, que je connais une sorte de sérénité. Je vois enfin la beauté de l’instant. Angela ne veut pas entendre parler de divorce. On verra. L’essentiel est qu’elle soit heureuse et ait la force de monter sur scène.”
Verder lezen ‘Roberto Alagna en Angela Gheorghiu gaan uit elkaar’
Alfredo Cocozza werd geboren in Philadelphia op 31 januari 1921 in een milieu van arme Italiaanse emigranten. Al vlug komt zijn zangtalent bovendrijven en dankzij de gewezen operazangeres Irene Williams kan hij een studiebeurs bemachtigen van dirigent Serge Koussevitsky om zich hierin te bekwamen bij Enrico Rosati. Als hij in 1942 zijn podiumdebuut maakt, verandert hij zijn naam in Mario Lanza, als hulde aan zijn moeder die Maria Lanza heette.
Slechts vóór hij in films optrad (vanaf 1947) heeft Mario Lanza echt in opera’s gezongen, zij het zonder veel succes (“Die Lustige Weiber” in Tanglewood en “Madama Butterfly” in New Orleans). Daarna beperkte hij zich tot concertgala’s, zo ook in het Casino-Kursaal van Oostende.
In die films was hij zeker geen gemakkelijke. Zo was hij nogal berucht voor zijn vuilbekkerij en ook placht hij nogal eens look te eten als hij een kusscène had met een tegenspeelster die hem niet echt aanstond.
De omstandigheden van zijn overlijden op 7 oktober 1959 zijn nogal duister. Omdat hij last had van zwaarlijvigheid, onderging hij telkens vóór hij een film ging draaien een wel zeer drastische vermageringskuur. Hij ging namelijk naar een sanatorium, waar hij in een soort comateuze toestand werd gehouden en waar men hem intraveneus slechts het allernoodzakelijkste toediende. Nu had hij kort vóór hij weer zo’n kuur zou ondergaan geweigerd op te treden in een benefiet, georganiseerd door de maffia, meer bepaald door Lucky Luciano. Sommigen veronderstellen dan ook dat er in dat sanatorium werd geknoeid, zodanig dat een hartstilstand werd teweeggebracht. De chauffeur die er hem naartoe bracht en de verpleegster die hem verzorgde werden alvast niet meer weergevonden. Als officiële doodsoorzaak werd opgegeven: een luchtbel in een infuus. Zes maanden later overleed zijn vrouw Betty die aan pillen verslaafd was.
Elzbieta Szmytka
Elzbieta Szmytka is een lyrische sopraan, die fantastisch was als Mozart-interpretatrice in het Gentse Muziekconservatorium op 31/12/1990. Zij spreekt overigens zeer goed Nederlands, aangezien zij al naar de lage landen (eerst Nederland dan België) is gekomen nog onder het communistische regime. Dat had echter meer te maken met de beperkingen op haar carrière, want economisch gezien vindt zij het “vrije” Polen een ramp, vooral de jeugdwerkloosheid, met ook de bijhorende “culturele” gevolgen. In 1992 zong ze Sophie in “Der Rosenkavalier” in de Vlaamse opera en de page Oscar in “Un ballo in maschera” in de Munt, nadat ze vroeger daar ook reeds in “Falstaff” en “Jenufa” had gezongen.
Stefan Soltesz
“Toen ik hier Elektra deed, was ik zeer onder de indruk van de artistieke kwaliteit van de Vlaamse Opera. Vooral dan van het orkest. ‘Elektra’ was pas hun tweede opera en toch was ik onmiddellijk erg tevreden over het resultaat. Alhoewel het orkest van de Vlaamse Opera nog erg jong is en zeer internationaal samengesteld, is het toch een ‘romaans’ orkest, wat klankkleur betreft. Alhoewel ik tot nu toe haast uitsluitend ervaring heb met ‘germaanse’ orkesten, vind ik dit toch uitstekend, want ieder orkest moet zijn eigen specificiteit hebben. Het wordt dan ook tijd dat er met dit orkest platen worden opgenomen. Tegelijk ben ik ook op Antwerpen zelf verliefd geworden. Ik vind het een prachtige stad. Toen Marc Clémeur me dan ook de post van muziekdirecteur aanbood, kon ik eigenlijk niet weigeren.”
Verder lezen ‘Stefan Soltesz’
Lawrence Tibbett
Geboren in Bakersfield, California, 16/11/1896 en gestorven in New York, 15/7/1960 was de bariton Lawrence Tibbett ongetwijfeld de populairste Amerikaanse zanger van de eerste helft van de 20ste eeuw. Held van de opera’s van New York, Chicago en San Francisco, maar ook van Hollywood! Dat kwam gedeeltelijk omdat zijn vader nog zo’n goeie ouwe sheriff was, die neergeknald werd door een bandiet. Het gevolg was wel dat Tibbett door zijn moeder (een pianiste) in bittere armoede werd grootgebracht in Los Angeles. Hij volgde zowel een theater- als een zangopleiding, maar koos uiteindelijk voor de opera. Zo debuteerde hij dankzij de bemiddeling van de gekende manager Frank La Forge in 1923 in de Metropolitan. Het was op 2 januari 1925 toen hij in “Falstaff” de beroemde Antonio Scotti, die de titelrol vertolkte, van de planken zong dat zijn carrière écht begon. Van de tracks op de cassette die ik me heb aangeschaft heeft hij de rollen van Figaro (Barbier) en Renato (Gemaskerd Bal) nooit op de scène vertolkt. De Figaro-aria geeft wel aan hoe onzorgvuldig hij met zijn stem omsprong (een “nutteloze” hoge A wordt er zo maar tussengelast), zoals dat vóór hem b.v. ook het geval was met Caruso en later met Mario Lanza. In 1950 stopte hij met zingen om enkel nog te acteren. Door een drankprobleem werd het echter een regelrechte afgang tot en met zijn dood, die veroorzaakt werd doordat hij in zijn appartement met zijn zatte botten beneden de trap gedonderd was.
Nelly Miricioiu
De Roemeense sopraan Nelly Miricioiu is sedert ze laureaat werd van de BRT‑wedstrijd 1979, steeds populair gebleven in ons land en dan nog vooral in de Vlaamse Opera. Ze was er reeds bij in “Tancredi” van Rossini, maar ze trok vooral alle aandacht naar zich toe als Magda de Civry in de concertante versie van Puccini’s “La Rondine”. Opvallend is vooral de gelijkenis van haar stem met die van Maria Callas. Bij een blinddoektest verwarren zelfs de grootste kenners de twee.