Archief voor de categorie 'fictie'

07
Mrt
09

Hermans erotische monoloog

Het verhaal “Hoe Herman zichzelf ontdekte” bestaat ook in monoloogvorm. Door het gebruik van de ik-vorm lijkt het nogal autobiografisch, maar het omgekeerde is dus waar: het verhaal kwam éérst. Die monoloogversie is enkel maar geschreven met het oog op een festival van erotische monologen in de Gentse Backstage. Ik kwam het eigenlijk slechts heel laat te weten en heb de aanpassing zodanig snel gemaakt (en nadien nooit meer ter hand genomen) dat ik denk dat er vast en zeker “fouten” zijn blijven staan. Het enige wat ik eigenlijk heb gedaan is de derde persoon vervangen door de eerste persoon and that’s it. Terwijl het herschrijven van een tekst naar een monoloog toch nog heel wat meer is dan dat!
Maar hoe ik me ook heb gehaast, ik kwam nog te laat met zijn tekst aandraven om te kunnen deelnemen aan het festival. Zelf had ik toen aan Bob De Moor gedacht om hem naar voren te brengen, maar als er iemand anders zich geroepen voelt, no problem. Ook het onderwerp van het verhaal, “Herman” dus, gaat hiermee akkoord.
Zoals gezegd heb ik later nooit meer naar de tekst omgekeken, ook niet toen ik nog enkele passages aan de oorspronkelijke tekst heb toegevoegd. Die zijn dus m.a.w. niet opgenomen in deze monoloog.
Verder lezen ‘Hermans erotische monoloog’

02
Dec
07

In memoriam Jean Dulieu (1921-2006)

Driemaal klop van houten hamer op tafel.
BOELIE: De zitting is geopend, geopend.
SALOMO: Vandaag op de agenda: de moord op de das, genaamd Gregorius, door Paulus, ook nog genoemd: de boskabouter. Iedereen mag gaan zitten.
Gestommel met stoelen.
Verder lezen ‘In memoriam Jean Dulieu (1921-2006)’

30
Nov
07

Gentse Feesten (lunchtheater)

Raf Vandenbussche behaalde met “Depot socio” de publieksprijs in de wedstrijd voor lunchtheater. Het werd op 20 maart 1993 opgevoerd in de Backstage in een regie van Helga Demeyer. Het decor bestond uit een aantal “koppen” geleend door AMSAB nadat productieleidster Greta De Paepe o.a. aan mij gevraagd had of ik er zo geen wist staan!
Jacques Wolff, ongetwijfeld een amateur, speelt een oude Gentse volksfiguur die dergelijke beelden moet afstoffen en uitlenen indien nodig – maar dat laatste is niet vaak meer nodig. Myriam Bronzwaar is de secretaresse van Vandenbroucke, die ‘omdat het niet anders kan’ toch een beeld van Eedje Anseele komt ophalen. Jacques kent haar niet “van zijn wijkclub”, zegt hij, maar wat denkt dat boerke wel? Ze is geselecteerd door De Witte & Morel en als referentie heeft ze haar dienst bij Vandeputte van het VBO.
“Het VBO? Maar dat is een bocht van 180°!”
“Snulleke, het VBO ligt vlakbij de Keizerslaan, ge kent gij zeker uwe weg niet in Brussel.”
Enzovoort. Eigenlijk wel geestig, zij het niet erg briljant geacteerd.
Raf heeft duidelijk zijn frustraties van zich afgeschreven. “Uiteraard” leest Jacques “Het Laatste Nieuws” en kijkt hij naar VTM, maar anderzijds kent hij toch nog zijn klassieken, terwijl ze voor Myriam alleen maar seksobjecten zijn. Maar als Jacques dan denkt dat ze voor alles “in” is, dan krijgt hij natuurlijk een draai om z’n oren voor dergelijke “seksuele intimiteiten tijdens het werk”.
Ikzelf had ook meegedaan aan deze wedstrijd, maar ik werd niet geselecteerd omdat ik “te veel ‘Educating Rita’ had nagebootst”. Ja, dat was nogal wiedes. Als “schuilnaam” (verplicht omdat het een wedstrijd was) had ik “Russell Williams” opgegeven, een sympathieke Engelse wielrenner overigens, maar vooral een omkering van Willy Russell, de auteur van “Educating Rita”. Er was dus geen sprake van plagiaat of zo, maar een bewuste aanpassing van het origineel.
En hoe was dat nou zo gekomen? Want het spreekt vanzelf dat ik niet opzettelijk iets had geschreven om aan een wedstrijd mee te doen, deze tekst lag al enkele jaren in mijn lade. En dat kwam als volgt.
Verder lezen ‘Gentse Feesten (lunchtheater)’

13
Nov
07

Het gebroken zwaard

Toen ik klein was, was ik ook écht klein. Klein, mager en tenger. Tot grote ergernis van mijn vader was een sportieve carrière voor mij dan ook niet weggelegd. Zelf had hij nog bij KSV Temse gespeeld en de enige keren dat ik mij kan herinneren dat hij met mij heeft “gespeeld”, bestond erin dat ik in onze tuin in de “goal” moest staan, waarop hij dan keiharde ballen afvuurde. Daarbij scheen hij het vooral vermakelijk te vinden op mijn gezicht te mikken. Zodat mijn moeder moest tussenkomen om het “spel” stil te leggen.
Kortom, het lijkt wel het voorspelbare verhaal van “the nerd” in een onvriendelijke, ja zelfs gevaarlijke wereld… Not!
Nee, integendeel. Niet alleen had ik veel vriendjes toen ik klein was, ik ontpopte me zelfs als hun leider. En dat kwam vooral omdat ik me – zonder het te weten uiteraard – net zoals Robert Louis Stevenson tot een Tusitala, zoals de inwoners van Samoa hem noemden(*), had opgewerkt. Het was zelfs meer dan “vertellen”, het was ook “naspelen”.
Ik had me in die gepriviligeerde positie kunnen wurmen voornamelijk omdat mijn vriendjes geen boeken lazen en ik wel. Ik vertelde hen dan die verhalen en, zoals gezegd, speelden we ze ook soms na. Vooral “Michael Strogoff” van Jules Verne was een succesnummer, waarbij ikzelf natuurlijk de titelfiguur speelde: van de blindmakingscène kon ik maar geen genoeg krijgen… Maar ook “Manko Kapak” speelden we na, al konden we dat allemaal wel op televisie bekijken.
Die ervaring heb ik proberen te verwerken in een stuk dat ik speciaal voor mijn zonen heb geschreven, toen ze nog klein waren uiteraard, maar aangezien ik er nog allerlei thema’s aan de haren heb bijgesleurd (**), is het ook weer een mislukking geworden, ook al was ik deze keer (in tegenstelling tot mijn andere mislukkingen) dichter bij mijn eigen leven gebleven (***).
Verder lezen ‘Het gebroken zwaard’

07
Nov
07

Twice upon a time

Nie goe bezig. Om het in het taaltje van de Planckaerts te zeggen: ik ben nie goe bezig. Dat is nu al de tweede dag op rij (na “De Kat”) dat ik iets ga publiceren, dat ik niet heb nagelezen, omdat ik het zo slecht vind. Dat is dus zeker niet “dagelijks iets degelijks”…
Men kan zich terecht afvragen waarom ik het dan überhaupt publiceer. Maar vooraf wil ik nog dit zeggen: als ik die twee teksten, die ik samen met Johan de Belie schreef, desavoueer, dan desavoueer ik dus eigenlijk ook Johan en dat wil ik toch even relativeren. In beide gevallen ging het immers over een project van mezelf, waarbij ik Johan meer nillens dan willens heb betrokken. Ik wil dus nog eens duidelijk stellen dat ik in beide gevallen de volle verantwoordelijkheid op mij neem.
Maar goed, de vraag was: waarom het dan toch publiceren? Goeie vraag, die niet makkelijk te beantwoorden is. Eigenlijk is het zelfs een vraag die voor àlles op deze blog geldt. Of voor een blog tout court. Waarom heeft iemand zo nodig behoefte aan een blog?
Je zou kunnen stellen dat ik in de loop der jaren wel wat kennis heb vergaard en dat ik die wil delen met andere mensen. Maar meestal zijn dat dan middelbare scholieren die te lui zijn zelf iets uit te spitten en dus maar iets klakkeloos van het internet overnemen. Dat kan toch ook niet echt de bedoeling zijn.
Bovendien is het een argument dat al helemaal niet opgaat voor teksten als deze. Waarom dus? Wel, het enige dat ik kan verzinnen is: opdat het niet allemaal umsonst zou zijn. Tevergeefs, nutteloos. Want hoe gaat het eigenlijk? Je wordt geboren. Je loopt hier wat rond. You try to stay out of trouble, wat op zich al een hele opdracht is. Je bent al een halve heilige als je er ook nog in slaagt andere mensen niet in trouble te brengen. En dat is het zo wat, zeker als je slechts over beperkt talent beschikt, zoals ik.
En wat voor een talent dan nog! Wat kunnen schrijven. Wat ben je daar nu mee in een tijdsegment dat ervan uitgaat dat iederéén kan schrijven? Ik heb eerder de indruk dat het een talent is to keep me back. Om uit de kast te halen als het goed uitkomt. Zoals die keer toen ik (tot mijn eigen verbazing) slaagde voor het ingangsexamen voor een opleiding als informaticus bij de VDAB (in 1991 dan nog wel, toen ze de wegen nog niet plaveiden met informatici). Dàn werd er wel een psycholoog bereid gevonden om te zeggen dat dit geen beroep voor mij was: u bent een echte schrijver, mijnheer, u heeft een roeping, zoveel is duidelijk!
Maar als “de echte schrijver” dan op een bepaald moment werkloos wordt, staat de VDAB meteen klaar om hem in het onderwijs te dumpen, ook al is hij (terecht!) gebuisd voor z’n aggregaat. Want zo’n buis betekent dat dan dat je niet mag lesgeven? Nee, dat betekent gewoon dat je minder wordt betaald. Leg mij de logica hiervan maar eens uit!
En dus wil je op een blog je frustraties kwijt. Met teksten die wellicht ook al uit frustratie geboren zijn. Zowel “De Kat” als “Twice” zijn tot stand gekomen tijdens mijn eerste huwelijk, waarbij ik wel altijd keurig binnen de lijntjes heb gekleurd (“rules must be obeyed” zingt Abba en alle autisten zullen het met mij eens zijn), maar waarbij ik me toch niet echt goed voelde. En dus was er “ontspanningslectuur als ontsnappingslectuur”, teach me something. Ach, ik lul me er wel uit…
Verder lezen ‘Twice upon a time’

06
Nov
07

The Bluebirds: vogels voor De Kat

Jean-Pierre GoossensIndien alles goed zou gegaan zijn, had in het najaar van 1978 de rock-opera “De Kat” in première moeten gaan in Sint-Niklaas. “In het voorjaar reeds waren zo’n twintig Waaslanders druk in de weer met een project, dat volgens hen een grote weerklank zou moeten hebben. Dàt is alleszins wat de initiatiefnemers, Ron Dovan, Johan de Belie, Walter Vercruyssen en Jean-Pierre Goossens (foto), beogen,” zo schreef ikzelf in “De Voorpost” en aangezien ik daarin schreef onder het pseudoniem Jan Segers kon ik op die manier over mijzelf in de derde persoon schrijven (bovendien gebruikte ik voor de rock-opera zelf ook een pseudoniem, Ron Dovan, zodat de verwarring compleet was).
Maar goed ik ging verder: “Zij zijn allen al jaren actief op respectievelijk literair en muzikaal gebied, zonder hiervoor de nodige erkenning te krijgen, vonden ze. Daarom hebben ze de handen in elkaar geslagen voor een erop-of-eronder manifestatie: een heuse rock-musical, genaamd ‘De Kat’. De auteurs (beiden uit Sint-Niklaas) werken onder een pseudoniem en dat is niet toevallig daar ze (voorlopig?) alle publiciteit schuwen. We gingen dan maar op bezoek bij de twee componisten, Walter Vercruyssen en Jean-Pierre Goossens.”
Verder lezen ‘The Bluebirds: vogels voor De Kat’




Blog-teller

  • 240,970 keer aangeklikt

uit de oude doos