Vandaag is het precies vijftien jaar geleden dat mijn leermeester bij De Rode Vaan, Lode De Pooter, is overleden. Wie Lode De Pooter zegt, die zegt natuurlijk ook Maggy De Weert, want Maggy was zijn vrouw, een rasechte Vlaamse (uit Mechelen meen ik mij te herinneren) die op “Le Drapeau Rouge” redactiesecretaris was, precies dezelfde functie die Lode op “De Rode Vaan” uitoefende. Maggy heeft nog een tijdlang geprobeerd een reünie van de vroegere redacteurs van “Le Drapeau Rouge” en “De Rode Vaan” in elkaar te flansen en ik vind dat ze dat, ondanks de vorige mislukkingen, toch nog maar eens moet proberen!
Verder lezen ‘Lode De Pooter overleed vijftien jaar geleden’
Archief voor de categorie 'de rode vaan'

In deez’ droevige tijden, waarin iedere linkse die niet meehuilt in het wolvenkoor dat het Heilige Belgicisme predikt ervan verdacht wordt een “halve nazi” (voor de aanhalingstekens: zie verder) te zijn, ben ik toevallig over een tekst van Louis Paul Boon gestruikeld waarin die het heeft over zijn werk op De Rode Vaan. En jawel, ik kan nog altijd zonder enig probleem de titel “Boon werkte grààg op De Roode Vaan” behouden, maar wat hij over de “kameraden” van “Le Drapeau Rouge” heeft te vertellen is andere koek…
Verder lezen ‘Louis Paul Boon werkte grààg op De Roode Vaan’
Gerard Van Moerkerke
Gerard Van Moerkerke was als student reeds “buitenland-medewerker” aan de Rode Vaan in de periode dat ze de naam “Het Vlaamsche Volk” droeg. Dat wil dus zeggen in 1937, toen Jef Van Extergem de leiding in handen had.
In een biografische bijdrage in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift typeert Jan Debrouwere, voormalig lid van het Politiek Bureau van de KP en politiek directeur van het partijblad De Rode Vaan, Van Extergem als “antimilitarist, activist, socialist, Vlaams nationalist en communist”.
Jef Van Extergem sympathiseerde als flamingant tijdens de Eerste Wereldoorlog met het activisme en was daarnaast ook nog pacifist en socialist. Hij wordt veroordeeld tot twintig jaar hechtenis, maar wordt in juni 1921 voorlopig vrijgelaten, nadat hij een document heeft ondertekend met de belofte om nooit meer aan politiek te doen. Toch gaat hij verder, waarbij hij publiceert onder nogal doorzichtige schuilnamen, zoals Bertha Van Extergem Horemans, de naam van zijn vrouw, of een andere keer als Extremegem. Datzelfde jaar, met name op 21 september om precies te zijn, rolt in Antwerpen ook de eerste Rode Vaan van de persen.
Verder lezen ‘Gerard Van Moerkerke’
“Ik ga helemaal niet akkoord met wat Gerard Van Moerkerke daar allemaal vertelt, hé!” barst Raymond De Smet, ex-wielrenner en Aalstenaar in hart en nieren, zij het door de oorlogsomstandigheden geboren in Parijs in 1918, onmiddellijk los.
Raymond De Smet: Ik zou zeker niet willen dat wat ik ga zeggen als negatief voor Gerard zou overkomen, want hij is het die me in februari-maart 1945 op de Rode Vaan heeft binnengeloodst en ik heb heel wat van hem opgestoken, waarvoor ik hem dan ook erg dankbaar ben. Maar zijn voorstelling is te smal, wellicht te wijten aan het feit dat hij in die naoorlogse periode voor lange tijd is weggevallen om gezondheidsredenen. Hij heeft het dus niet echt meegemaakt.
Verder lezen ‘Raymond De Smet: “De mooiste periode uit mijn leven”’
Maarten Thijs
“In afwachting van iedereen te tonen dat ze niet zomaar het eerste het beste kleine meisje was, speelde ze als alle kleine meisjes met haar poppen, droomde van succes en applaus en pronkte voorlopig met het beroep van haar vader. Het woord ‘journalist’ ontlokte bij meningeen bewonderende blikken, die omsloegen in verschrikking als ze bij de volgende onvermijdelijke vraag ‘Rode Vaan’ of ‘Drapeau Rouge’ antwoordde. Eerlijk duurt dan wel het langst had ze op zedenleer geleerd, maar soms was liegen leuker en ‘Laatste Nieuws’ of ‘Le Soir’ maakte een veel gunstigere indruk, ‘haha, zozo’, zodat Lena regelmatig het fijne gevoel smaakte om dankzij een leugentje voor vol genomen te worden omwille van een vader, van wie ze had gewild dat hij zijn beroep elders zou hebben uitgevoerd”.
Aldus Dolores Thijs in “Drüben is het gras groener” (Antwerpen/Amsterdam, Manteau, p.23). Deze romancière is inderdaad de dochter van Maarten Thijs (in het boek Marc genoemd) en de hoofdbrok van het boek (p.29-133) wordt gevormd door het verblijf in Oost-Berlijn, waar Maarten te werk was gesteld als correspondent voor De Rode Vaan, betaald door “Neues Deutschland”. Als wij Maarten zelf aan het woord laten, gaat hij veel verder terug, naar het allerprilste begin en dat is ook bij hem de oorlogsperiode.
Verder lezen ‘Maarten Thijs’
Vic Van Saarloos
“Weet dat op de hele rotwereld geen mooier vak bestaat dan dat van journalist”
Mosterd. Vi-Va-Sa. Het is eens iets anders dan politiek secretaris of federaal afgevaardigde. Vic Van Saarloos (overleden op 31 augustus 1994) wàs dan ook anders. Nochtans was ook hij een Gerard Van Moerkerke-product, wat zijn carrière bij De Rode Vaan betreft. Het is immers bij hem dat Vic ging aankloppen in 1953 toen hij bij Mercantile in Antwerpen aan de deur was gevlogen.
Toch heeft ook vinnige Vic ooit nog een partijfunctie opgenomen. Gedurende één jaar (1956), in Antwerpen. Dat hoorde toen zo, veronderstellen we.
In 1959 werd hij daarbij ook nog vertegenwoordiger van het Chinese Persagentschap, wat gewoon inhield dat hij dagelijks een twintigtal lijntjes moest doorseinen. Maar lang heeft ook dat niet geduurd want belangrijke politieke verschuivingen hebben daar in 1963 een stokje voor gestoken.
Maar welk stokje werd er eigenlijk tussen Vic en De Rode Vaan zelf gestoken? Hij die zoals hij zelf zegt zijn hart heeft verpand aan De Rode Vaan “net of dat blad van mij zou zijn”…
Verder lezen ‘Vic Van Saarloos’
Jan Debrouwere
Stuurs en afstandelijk, maar ook ludiek
Jan Debrouwere antwoordde met een lezersbrief op het artikel van Vic Van Saarloos. Die brief luidde als volgt:
“Zo Fik nu echt moest denken dat ik liever niet meer onder de ludieke figuren van de geschiedenis gerekend word, en er zowaar mijn Huidige Functie bijhaalt, is hij toch abuis. Het zal Fik, aan wie ik trouwens ook vele goede herinneringen heb bewaard en die ik nog altijd als een bovenste beste vriend beschouw, wel opgevallen zijn dat ik nog steeds aan De Rode Vaan meewerk, zij het niet meer in de oude JDB-stijl. Want dàt is een full-time job…
Overigens vond ik dat hele VVS-stuk in De Rode Vaan knappe journalistiek, waar Ronny De Schepper eer van haalt. Degelijk, doorvoeld, doordacht. Het heeft me zowaar heengeholpen over mijn verbijstering na de lectuur van het proza van Francis (*) over de twee partijcongressen in Praag en Berlijn. Wat was me dat?!…”
Verder lezen ‘Jan Debrouwere’
Marcel Christiaens
“Doe jij ook niet de muziekrubriek in de Rode Vaan?” vraagt Marcel Christiaens als ik hem voor deze reeks ga opzoeken in Berchem bij Antwerpen. “Ik had nooit gedacht dat ze daar in de Rode Vaan nog plaats voor zouden inruimen. Maar ja, de jeugd van vandaag wil dat zeker zo, hé?”
De toon is meteen gezet. Maar in plaats van in discussie te treden, ga ik meteen over tot de orde van de dag. Met Marcel Christiaens (1903-1988) wil ik het vooral hebben over het beheer van een blad als de Rode Vaan. Daarvoor is hij tenslotte lange tijd verantwoordelijk geweest.
Marcel Christiaens: Ik ben begonnen als secretaris in de Antwerpse afdeling van de KP. Ik was ook hoofdredacteur van “Het Vrije Woord”, het lokale KP-blad dat na de oorlog op 12.000 exemplaren verscheen! Dan werd ik door Aloïs Gerlo naar Brussel geroepen om op de redactie van De Rode Vaan over buitenlandse politiek te schrijven. Die rubriek volgde natuurlijk trouw de partijlijn en was dan ook een terechte verheerlijking van de strijd van de Sovjet-republiek. Gij hebt die periode niet gekend, maar in ieder huisgezin van Vlaanderen hing toen een foto van Stalin, naast die van Churchill of Truman.
Verder lezen ‘Marcel Christiaens’
Lode Willems
Ik ben er niet fier op, maar de dag dat ik Lode Willems moest interviewen, was ik nog zat van de avond daarvóór. Zat en vooral ziek. Een uur te laat arriveer ik in het IPC, waar in die tijd ook Knack zijn kantoren had. Lode lacht als hij van mijn “ziekte” hoort, een ziekte die hem maar al te goed bekend is. Je moet ajuinsoep eten, zegt hij, en ik doe braaf wat er van mij gevraagd wordt.
In mijn haast had ik niet gecheckt of de cassetterecorder het nog wel deed en dat had ik beter wél gedaan, want dat blijkt niet zo te zijn. Ondanks de ajuinsoep ben ik nog altijd niet echt op mijn positieven en Lode tracht dan zelf maar het beestje aan de praat te krijgen. Tevergeefs. Zijn goede humeur is hierdoor echter niet kapot te krijgen. “Stel je vragen,” zegt hij, “dan weet ik wat je zoal wil vernemen en dan schrijf ikzelf dat interview wel uit.”
Als dàt geen crème van een kerel is! Hierna dus, na een inleiding die ik enige tijd later dan toch kon verzinnen, het interview in zijn eigen woorden.
Verder lezen ‘Lode Willems’
Erwin (Piet) Lampaert (°Gent, 1952) was mijn eigen hoofdredacteur in 1981. Zeker na het voorval met Lode Willems, had ik dan ook gehoopt dat hij “zichzelf zou interviewen”. Piet stond er echter op dat het spel volgens de regels zou worden gespeeld. En zo ontsnapte ook hij niet aan de traditionele openingsvraag, namelijk “hoe het allemaal was begonnen”…
Piet Lampaert: Ik ben hier eind 1971 gekomen op een ogenblik dat er nogal wat mensen waren weggevallen. Zo heb ik voor het eerst met de redactie kennis gemaakt op de begrafenis van Gerard Calsijn… Niet zolang daarvoor was Etienne Mets naar Berlijn vertrokken en had ook Lode Willems het laten steken. Ik kwam dus in volle overgangsperiode terecht, samen met bijvoorbeeld Bob Francis. Er was ook een nieuwe hoofdredacteur, namelijk Koen Calliauw (zou later overgaan naar Agalev, maar werd daar bij het begin van 2003 weer buitengebonjourd nadat hij een bemiddelende rol had gespeeld tussen de Arabisch-Europese Liga van Abou Jahjah en de Partij van de Arbeid i.v.m. een gemeenschappelijke lijst voor de komende parlementsverkiezingen, RDS).
Verder lezen ‘Piet Lampaert: “We zijn geen catechismus meer”’