Archief voor de categorie 'blues'

04
Aug
09

“Monster” Mike Welch

Mike WelchToen enige tijd geleden de Gentse bibliotheek haar jaarlijkse uitverkoop hield, heb ik mij een hele hoop CD’s aangeschaft, waarbij ik van een aantal niet eens wist hoe de muziek klonk. Die CD’s kostten immers slechts 75 cent en veel kon er dus niet verkeerd gaan. Zo heb ik dan o.a. deze CD van “Monster” Mike Welch meegenomen. Waarop dat “monster” sloeg, wist ik op dat moment niet. De kerel ziet er immers uit als één van die Mormonen die je op zondagochtend uit bed bellen. Ik dacht dat de foto een grapje was, maar néé, de kerel zag er op dat moment (1994) echt zo uit. Pas na wat zoeken op het internet bleek dat hij toen ook amper zestien jaar was, wat de babyface enigszins verklaart. Toch was Mike Welch op dat moment reeds een “routinier”! In 1989 maakte hij o.a. al deel uit van de groep die voor de muziek zorgt bij de film “American angels, baptism of blood” over vrouwelijke worstelaarsters. En toen was hij dus nog maar pas tien jaar geworden! Het is ook uit die tijd dat zijn bijnaam “Monster” stamt, die hem is gegeven door niemand minder dan blues brother Dan Ayckroyd. Het was ook de blues uit de titel van deze CD (“These blues are mine”) die me over de streep hadden getrokken bij de aanschaf, samen met de vrij irrationele connotatie van The Shadows (ritmegitarist Bruce Welch weet je wel). Misschien was het ook wel het zondagse pak dat me deed denken dat dit “cleane” gitaarrock zou zijn, maar niks van, eens je deze Mike Welch een gitaar in zijn pollen stopt dan wordt hij inderdààd een “monster”. Een meevaller van jewelste dus!

01
Aug
09

Norbert Detaeye en de Patersholfeesten

Gaby en ik hebben elkaar ontmoet op de Patersholfeesten (in 1998). Het spreekt dus vanzelf dat wij “a soft spot” hebben voor deze feesten die elk jaar in het weekend rond 15 augustus plaatshebben. Deze “kleine” feesten hebben immers nog de sfeer van de Gentse Feesten uit het begin van de jaren zeventig behouden, toen ze m.a.w. nog niet uit hun voegen barstten. En laten we hopen dat dit nooit gebeurt met deze intieme Patersholfeesten.
Als het aan zanger/pianist Norbert Detaeye, één van de bewoners/organisatoren, ligt dan zal dit zeker niet het geval zijn. Zo’n vijftien jaar geleden ben ik hem gaan opzoeken in zijn natuurlijk habitat, ook wel het Storyville van Gent genoemd, en ik legde hem de volgende hoogst originele vraag voor…
Verder lezen ‘Norbert Detaeye en de Patersholfeesten’

06
Jan
09

Blues: wat meer aandacht voor B.B.King

Ik heb mijn tekst over blues nog eens nagekeken en ik kwam tot de bevinding dat ik toch wel heel weinig woorden had vuilgemaakt aan een invloedrijke gitarist als B.B.King. Vandaar dus deze update.
Verder lezen ‘Blues: wat meer aandacht voor B.B.King’

05
Nov
08

Een “Gentsch Handje” voor Norbert Detaeye

Op 25 november reikt de Gentsche Sosseteit voor de 26ste keer “Gentsche Handjes” uit aan verdienstelijke Gentenaren. Laureaten zijn deze keer minister van staat Luc Van den Bossche, het blonde theaterverschijnsel Pascale Platel en jazzpianist Norbert Detaeye. Zo’n vijftien jaar geleden ben ik deze laatste gaan opzoeken in zijn natuurlijke habitat, het Patershol, ook wel het Storyville van Gent genoemd, en ik legde hem de volgende hoogst originele vraag voor…
Verder lezen ‘Een “Gentsch Handje” voor Norbert Detaeye’

10
Dec
07

Cajun: een Amerikaanse odyssee

Gisteren heb ik nog maar mijn afkeer uitgesproken voor de overvloed aan kookprogramma’s en toch ga ik vandaag er alweer één aanraden. Alhoewel, “Zalm voor Corleone” (Canvas, 23.20 uur) kan toch niet over dezelfde kam worden geschoren als Gène Bervoets, Jamie Oliver of andere Piet Huysentruyts. Zeker niet vanavond, want het gaat over Louisiana, de enige staat in de Verenigde Staten die ik eigenlijk wel eens zou willen bezoeken. Maar dat zal er wel nooit van komen, want als (ex-?)communist mag ik daar toch niet binnen. In the Land of the Free. Jaja, Miel Swillens, denk daar maar eens even over na.
Verder lezen ‘Cajun: een Amerikaanse odyssee’

28
Nov
07

Eric Clapton: eens god, altijd god?

Eigenlijk hou ik niet van Eric Clapton. Aangezien deze Britse gitarist in een onbewaakt ogenblik (en zo heeft hij er nog wel meer gehad, o.a. door zwaar druggebruik en door godsdienstwaan) ooit eens een benefietconcert heeft gegeven voor het extreem-rechtse National Front, komt me dat natuurlijk goed uit, maar als ik eerlijk moet zijn heeft het daar eigenlijk niets mee te maken.
Neen, Clapton schoot bij mij reeds in 1965 in het verkeerde keelgat toen hij boos opstapte bij The Yardbirds omdat ze “te commercieel” werden en geen echte blues meer zouden spelen. Dat was nota bene naar aanleiding van de single “For your love”, een compositie van Graham Gouldman (later 10CC) die ongetwijfeld tot mijn top tien aller tijden behoort, Mozart en Beethoven meegeteld! (*)
Verder lezen ‘Eric Clapton: eens god, altijd god?’

25
Nov
07

Janis Joplin

“Toen ze de studio binnenkwamen was het één gedrang. Nick Gravenites was er en songwriter Bobby Womack, in totaal zo’n twintig tot vijfentwintig man. Janis zong niet die avond, maar luisterde enkel naar de instrumentale versie die haar groep die dag had opgenomen. Het was een nummer van Nick, Buried alive in the blues, levend begraven in de blues. Janis was opgetogen bij het vooruitzicht dat ze er zondag de vocale partij zou op inzingen. Als de sessie was afgelopen, wipte ze in haar Porsche samen met haar orgelist Ken Pearson om iets te gaan drinken in Barney’s Beanery. Daarna gingen ze terug naar het hotel. Janis was in de wolken over het album en vooral over haar groep. ‘Als één van jullie me ooit zou verlaten, vermoord ik hem,’ zei ze.
Het was 4 oktober rond half één, als Janis alleen naar haar kamer trok. De heroïne die ze door haar ader joeg was zo puur dat het haar een schok moet hebben gegeven. Daarna borg ze alle toebehoren netjes op in een lade. Gewoonlijk liet ze het op het nachttafeltje liggen. Men mag aannemen dat dit gebaar betekende dat ze écht wilde dat dit shot het laatste was. Er is iets magisch aan een ochtendstond. Herboren worden met de bleke, blauwe dageraad.
De heroïne in haar lichaam had haar onmiddellijk kunnen vellen. Dat was echter niet zo. Toen ze enige ogenblikken later naar de lobby ging, wist ze niet dat ze aan het sterven was. Ze praatte even met de hotelbediende en vroeg hem een pakje sigaretten te halen. Dan wandelde ze terug naar haar kamer. Als ze de deur achter zich had gesloten, zette ze nog een paar passen en viel dan voorover, als een weggeslingerde of weggeschopte pop.”
(Vrij naar Myra Friedman, Buried alive – a biography of Janis Joplin, London, Star Books, 1975).
Verder lezen ‘Janis Joplin’

18
Sep
07

Skiffle: muziek maken met een wasbord en een kruik

Op een dag kreeg de twaalfjarige Chris Barber een plaat van Coleman Hawkins in zijn handen. Het zou zijn leven totaal veranderen. Tot dan toe had Barber, die van “betere” komaf was, klassieke viool gestudeerd, maar nu schakelde hij over op de trombone. Later stichtte Barber verscheidene orkestjes die in Engeland een ware rage veroorzaakten (de zogenaamde “trad jazz” met o.a. Ken Colyer, Humphrey Lyttelton, Kenny Ball, Acker Bilk…). Maar belangrijker nog was dat Barber twee muzikanten heeft gelanceerd die elk aan de basis hebben gelegen voor de twee richtingen in de beatboom van de jaren zestig: de zeer tekstgerichte Beatles en de rhythm-and-bluesachtige Rolling Stones.
Eerst lanceerde hij immers zijn banjospeler Lonnie Donegan, die onder zijn echte naam (hij was in 1931 geboren als Anthony James Donegan) reeds in 1952 zelf een jazzband had gevormd, namelijk The Tony Donegan Jazz Band. Donegan had, als zoon van een Schotse jazzmusicus, deze muziek leren kennen in… Wenen, waar hij in de naoorlogse dagen met Amerikaanse soldaten jamde. Toen hij in de Royal Festival Hall het voorprogramma mocht verzorgen van zijn grote idool Lonnie Johnson, veranderde hij op slag zijn naam in Lonnie Donegan. Hij leerde ook andere jazzliefhebbers kennen zoals Ken Colyer, die in de jaren veertig een communistisch boekenwinkeltje uitbaatte in het centrum van Londen. Daar haar hij ook een klein rekje met importplaten uit de Verenigde Staten: “Folk songs from the American working-class people”. Hierbij ook platen van Woody Guthrie en Leadbelly. Op die manier ontdekte Donegan van deze laatste het nummer “Rock island line” en het was meteen bingo. (Nog later zou hij “Cumberland gap” uitbrengen dat eigenlijk “Grand coulee dam” van Woody Guthrie is.)
Verder lezen ‘Skiffle: muziek maken met een wasbord en een kruik’




Blog-teller

  • 254,013 keer aangeklikt

uit de oude doos