22
Jun
09

Miel Dullaert krijgt onderscheiding van het Davidsfonds

Miel Dullaert
Op donderdag 9 juli wordt in de Salons voor Schone Kunsten in Sint-Niklaas de jaarlijkse Leeuwenpenning van het Davidsfonds uitgereikt aan mijn ex-collega van bij De Rode Vaan, Miel Dullaert. Volgens het Davidsfonds verdient Dullaert deze onderscheiding omwille van zijn links-flamingantisch engagement in het Waasland en Vlaanderen. Miel is nu inderdaad actief als voorzitter van de Raad van Bestuur van het linkse, Vlaams-nationale maandblad Meervoud. Tevens is hij mede-oprichter van de Gravensteengroep en laat hij zich ook gelden op de Sociaal-Flamingantische Landdagen.
De onderscheiding wordt uitgereikt sedert 1987 en bij de vorige gelauwerden noteren we onder meer Daniël De Smet, de vroegere superior van het Sint-Jozef-Klein-Seminarie in Sint-Niklaas, waar zowel Miel als ikzelf nog school hebben gelopen. Het valt me moeilijk om beide namen op een zelfde erelijst te zien staan, maar het dient gezegd dat het Davidsfonds de jongste jaren een soort van “progressieve bocht” heeft genomen. Zo werd onder meer het werk van de onlangs overleden KP-mandataris Jan Debrouwere bij hen uitgegeven.

Ik had Miel Dullaert inderdaad al kunnen kennen van op de middelbare school, maar dat was niét het geval. Miel was een paar jaar ouder en zoals dat op die leeftijd gaat, hadden de oudere jongens geen aandacht voor hun jongere lotgenoten. Zoals dat in de Engelse colleges (zij het dat die wel een enigszins andere betekenis hebben dan “ons” college) gaat, hadden die jonge snaken soms wel een soort van “tutor” tot wie ze zich richtten, maar in mijn geval was dat André De Rop uit de Latijn-Wiskunde, terwijl Miel in de moderne afdeling zat.
Wie ik daar wél heb leren kennen, was Miels broer Marc. In de studie werden wij verplicht naast iemand uit een andere richting te zitten (men dacht dat er dan minder gebabbeld zou worden) en dus kwam ik als Latinist naast iemand uit de moderne te zitten, een zekere De Wilde uit Beveren (hij heette óók Marc, meen ik me te herinneren). En die was dan weer de beste vriend van Marc Dullaert, zodat deze schuin vóór mij kwam te zitten. (‘t Is wel een beetje eigenaardig dat ik me dat zo goed herinner, want wie de klasgenoot was die vlak vóór mij zat, dat weet ik niet meer.)
Later zouden Marc en Miel binnen de KP hevige politieke tegenstanders worden. Miel ondersteunde immers het eurocommunisme, terwijl Marc – zoals wij dat dan noemden – tot de “stalinistische” vleugel behoorde. Ik weet niet wat dit gaf op familiefeestjes en dergelijke, maar op partijvergaderingen kon het er alleszins verhit aan toegaan. Tot en met fysiek geweld. Dat de twee broers ooit elkaar in de haren zouden zijn gevlogen, dat kan ik me niet herinneren, maar een incident met Johnny Maes is me wel bijgebleven. Die Johnny Maes was overigens geen familie van de legendarische Karel Maes, die in Sint-Niklaas de “geestelijke vader” was van de “stalinistische” strekking.
Zelf heb ik met Marc geen problemen gehad. Integendeel zelfs. Ik herinner me een info-avond van het Masereelfonds, waarop ik José De Cauwer had uitgenodigd en waarbij Marc Dullaert als geneesheer een nuttige bijdrage aan het welslagen van de avond heeft geleverd.
Met Karel Maes daarentegen heb ik wél “mijne pere gezien”, zoals ze bij ons in het Waasland zeggen. Ik was namelijk aangeworven op De Rode Vaan, zonder hem daarin te kennen, alhoewel ik in die tijd nog in Temse woonde en dus binnen Karels “jurisdictie” viel… Bovendien had ik helemaal geen KP-verleden en wél zowaar een verleden bij aartsvijand Amada (de huidige PvdA).
Later toen ik zowat mijn weg begon te vinden binnen de lokale KP en vooral goed bevriend werd met Oswald Joossens, is de tegenstand wat gemilderd, maar in het begin was er op elke partijbijeenkomst wel een tussenkomst van Karel Maes om zich af te vragen wat die Ronny De Schepper dan wel mocht uitgevreten hebben om aan de rijkelijke dis van De Rode Vaan te mogen plaatsnemen. Het feit dat ik bij de buitenwereld vooral bekend stond omwille van mijn artikels over popmuziek (elders heb ik al in ‘t lang en in ‘t breed uitgelegd dat dit eigenlijk een verkeerde “perceptie” van mijn activiteiten was, ik ga hier dus niet opnieuw over beginnen zeuren) droeg natuurlijk niet erg bij tot mijn populariteit…
Miel van zijn kant was ondertussen getrouwd met de dochter van een hoge piet binnen het ACV en was werkzaam in het plaatselijke Opbouwwerk. Daar geraakte hij in de problemen door zijn KP-lidmaatschap en op een bepaald moment heeft de KP zelfs nog actie gevoerd tegen het zogenaamde “beroepsverbod” voor Miel.
In De Rode Vaan van 8 juni 1978 stond dan het fameuze “Dag Miel!”-artikel van Jef Turf waarmee deze Miel begroette als sociaal-economische redacteur van het blad. “Fameus” omdat – althans volgens ouderdomsdeken Lode De Pooter – het nog nooit gebeurd was dat een nieuwe redacteur op die manier werd ingehaald. Het zal ook later niet meer gebeuren, ook niet als ikzelf enkele maanden nadien bij de Vaan ben begonnen ;-)
Jef schreef o.m.: “Zijn enthousiaste en deskundige inzet in de redactie van De Rode Vaan zal stellig een versterking van de rol van ons blad betekenen in de strijd voor sociale, culturele en politieke ontvoogding van het Vlaamse volk en in onze inspanningen om alle progressisten te verzamelen rond een vooruitstrevende wisseloplossing.”
Op het persoonlijke vlak was Miel ondertussen gescheiden en woonde hij samen met zijn latere tweede vrouw Marita in een laan in Sint-Niklaas, niet ver van mijn boezemvriend Marc De decker. Dat kwam goed uit toen ik enige tijd later ook aan een echtscheiding toe was en mijn tijd soms doorbracht door te pendelen tussen de twee huishoudens om daar vooral het verlies van mijn kinderen te bewenen. Dat moet knap vervelend geweest zijn voor de beide paren die mij onderdak boden, maar daar denk je natuurlijk niet aan als je overmand bent door verdriet.
Maar alleszins mag hieruit blijken dat mijn relatie met Miel in die tijd zeer goed, ja zelfs uitstekend was. Later zou daar verandering in komen door een aantal voorvalletjes.
Het dient gezegd, aan het eerste incident had Miel zelf geen schuld. Toen ik al enkele jaren op De Rode Vaan werkte, kwam ik er namelijk heel toevallig achter dat mijn loon een flink stuk lager lag dan dat van Miel, ook al was ik, zoals gezegd, pas enkele maanden na hem in dienst gekomen.
In eerste instantie werd er gezegd dat dit kwam omdat Miel een universitair diploma had, wat natuurlijk lulkoek was, want dat had ikzelf ook. Dan werd er gezegd dat zijn jaren in het Opbouwwerk als “anciënniteit” golden. Waarop ik uiteindelijk toch gedaan kreeg dat mijn jaren in het onderwijs eveneens op die manier werden doorberekend.
Eigenlijk hield ik aan dit “incident” dus een loonsverhoging over, wat moeilijk als iets negatiefs kan worden omschreven, maar “there was more to come”.
Zo was er het huwelijk van Miel, waarvoor ik verzocht werd een “huldelied” te schrijven, dat naar aloude traditie van de toespraak van “the best man” op het huwelijksfeest (denk maar aan “Four weddings and a funeral”) allesbehalve een “hulde” was natuurlijk.
De tekst was weliswaar tot stand gekomen na een brainstorming door de hele redactie, maar het was toch maar weer ondergetekende die een en ander in rijmvorm diende te gieten en dus de uiteindelijke verantwoordelijke was van de tekst. Ik ben er niet echt fier op (sommige grappen zijn er duidelijk óver), maar ik geef u het lied toch zoals het door de redactie werd gezongen op het huwelijksfeest van Miel en waarvan hij de tekst als een soort van oorkonde (gemaakt door René Lampaert) overhandigd kreeg:

HULDELIED VOOR MIEL

(op de wijze van “Schele Vanderlinden”)

Refrein: Leve onze Miele, leve onze Miele.

Nu trouwt de Miel met zijn Marita (met zijn Marita)
Dan kan z’helpen duwen aan zijne Lada (aan zijne Lada)

Toen Miel haar voor de eerste keer zag
Dan zei hij “Wadde?” in plaats van goeiendag

Zij stond in de winkel van Jill and J
En Miel zei: “Weette nie da’k u gere zie?”

En zo begint een vettig verhaal
Tot stichting en lering van ons allemaal

Want de Miel die bakt ze bruin
Met pickles en mosterd, mayonaise en ajuin

Als Miel Marita zag in de koeiestal
Hij liep al heet van de reuk alleen al

Want Miel is geboren voor het platteland
De patatten van Baaigem die vindt hij plezant

Maar soms dan pakt hij zijn fiets
Rijdt naar de Boelwerf maar schrijft erover niets

Want dan zweten zijn oksels, zijn handjes en voetjes
En heeft hij d’handen vol met ‘t geven van kopstoetjes

Maar laten wij nu drinken een goei pint bier
Want we wensen de Miel en z’n lief nog veel plezier

Een paar kanttekeningen:
- “duwen aan zijne Lada”: het spreekt vanzelf dat, aangezien Miel en ik in elkaars buurt woonde, het wel eens voorkwam dat Miel mij meenam naar huis. Op een bepaalde dag viel zijn wagen (ondanks zijn eurocommunistische strekking dan toch plichtsgetrouw een Lada) echter stil in het industriepark van Bornem. Echt geen beweging meer in te krijgen. Het was al laat, dus de meeste fabrieken waren al gesloten, maar toch slaagde ik erin bij één ervan toegelaten te worden om van daaruit mijn ouders te bellen (de GSM was nog niet uitgevonden) om ons te komen ophalen. Toen ik weer buitenkwam, stond Miels wagentje echter opnieuw te puffen. “Stap in, we zijn weg,” zei Miel. Maar dat ging natuurlijk niet, aangezien mijn ouders al onderweg waren. “Ja maar, ik kan niet riskeren dat hij weer stilvalt,” repliceerde Miel (niet ten onrechte moet ik eerlijkheidshalve bekennen) en weg was hij, mij achterlatend aan de rand van de weg. :-(
- “Wadde?”: stopwoord van Miel.
- “bakt ze bruin”: een toespeling op een omslagverhaal van Miel over de frietindustrie, waarin deze uitdrukking als titel werd gebruikt.
- “de patatten van Baaigem”: de eerste zogenaamde boerenmarkt in ons land (verkoop rechtstreeks van de boer aan de klant), actie die werd ondersteund door de KP.
- “kopstoetjes”: een allusie op het incident met Johnny Maes.

Die “fiets” was ook een toespeling maar die verdient wat meer uitgewerkt te worden. De bijdragen van Miel voor De Rode Vaan werden stilistisch soms niet al te goed ontvangen. En wie “mocht” dan de teksten van Miel herwerken? Jawel, Bibi! En zo herinner ik mij een nogal komische inleiding die ik in zijn schoenen heb geschoven wat zijn artikel over de fietsindustrie betrof. Ik vind ze zelf nog altijd zeer goed en blijf ervan overtuigd dat men naar het gezegde van Vic Van Saarloos geen vliegen vangt met azijn. Ik had echter wel de indruk dat Miel vond dat ze afbreuk deed aan het “sérieux” van zijn artikel.
Hoe dan ook, op een bepaald moment kwamen we dan op een punt dat herschrijven niet langer volstond en dat er werd uitgekeken naar een baan binnen de partij voor Miel, waar hij zich overigens veel nuttiger zou kunnen maken en waarbij wij dan een andere redacteur (dat werd dan Jos Gavel) zouden kunnen aantrekken.
Eigenlijk was dit voor Miel dus een promotie, maar het blijft mijn eigen persoonlijke vaste overtuiging dat dit incident heeft meegespeeld in wat er later is gebeurd.
Enkele jaren later was Miel immers samen met o.a. Filip Delmotte en Dirk Vonckx, nochtans ook twee “protégé’s” van Jef Turf, de gangmaker van een poging van de partij om opnieuw meer greep te krijgen op De Rode Vaan. Met name verweet men aan Jef dat hij met De Rode Vaan een eigen koers vaarde, niet tégen de partij (dat standpunt heeft men mijns inziens terecht nooit kunnen hard maken) maar toch de grenzen verkennend van wat kan en wat niet kan. Zoals ik het hier schrijf, lijkt me dit wel de houding van de N-VA binnen de nieuwe Vlaamse regering, maar dit geheel terzijde. Wie hierover het fijne wil weten, verwijs ik naar de scriptie van Susan De Coninck, die ik met haar toestemming gedeeltelijk ook op mijn blog heb afgedrukt.
Na de fameuze “coup” keerde Miel dus terug naar De Rode Vaan, deze keer als hoofdredacteur. In eerste instantie bleef ik mijn functie als redactiesecretaris (nadat Lode De Pooter met pensioen was gegaan) uitoefenen, maar na een incident met – godbetere! – zijn “opvolger” Jos Gavel heb ik dan omwille van “gezondheidsredenen” die functie overgedragen aan Filip Delmotte.
Die “gezondheidsredenen” waren toen een uitvlucht, ondersteund door een behulpzame huisarts, maar ondertussen zijn die zowaar waarheid geworden (bloeddruk, cholesterol, de hele santeboetiek), toch denk ik niet dat, mochten er al psychosomatische factoren meespelen (en dat zal ook wel zo zijn) dat deze niet teruggaan op deze laatste maanden bij De Rode Vaan, maar wel op de daaropvolgende als perschef van De Batselier. Miel kan dus, alvast wat dàt betreft, op twee oren slapen.
Jos Gavel
Ook het incident met Jos Gavel verdient een woordje uitleg. Op een fameuze vergadering, waarbij de redactie dus op de rooster werd gelegd door de partij, kwam het er vooral op aan met straffe verklaringen uit te pakken en het zélf af te bollen in plaats van "onder de vreemde heersers" te blijven werken. Dat was een beetje pijnlijk voor Jan Mestdagh en mij omdat wij niet wisten van welk hout pijlen te maken en dus wel verplicht waren te blijven waar we waren, in afwachting van een andere aanbieding (in mijn geval zou dat dus De Batselier worden, een eerste marteling, en in dat van Jan de C.S.C., wat er later oorzaak van zou zijn dat ik daar ook naar zou overstappen, wat een tweede marteling zou worden voor mij).
Jos Gavel was een speciaal geval, die had namelijk al vóór de incidenten te kennen gegeven dat hij opnieuw wou gaan studeren aan de VUB. Maar dat kwam nu goed uit natuurlijk en Jos kondigde op die bewuste vergadering net als Jef, Piet, René en Jo aan dat hij zou opstappen. Waarop ondergetekende het natuurlijk niet kon laten op te merken: "Ja maar, jij had toch al besloten om te gaan studeren, hé Jos!". Inderdaad niet de briljantste uitspraak die ik in de gegeven omstandigheden kon doen, maar ja, zo zit ik nu eenmaal in elkaar.
Zo kreeg ik natuurlijk de zwarte piet doorgeschoven en na een uitbarsting pakte ik mijn spullen samen en ging naar huis. Om niet meer terug te keren. Dacht ik. Toen ik na drie dagen nog niks had gehoord, belde ik even naar de vakbond om mijn situatie uit te leggen en daar viel men bijna achterover. Ja, uiteraard, was dat de uitgelezen methode om ontslagen te worden, maar dan wel zonder werkloosheidsvergoeding, hé slimmeke!
Daar had ik natuurlijk weer niet aan gedacht en dus kreeg ik de raad om een dokter op te zoeken en mij ziek te melden. Enfin, het vervolg heb ik al verklapt, alleen moet ik er nog bij vertellen dat ik bij mijn terugkeer naar de ruzie met Jos Gavel verwees als aanleiding van mijn "zenuwinzinking", waardoor Jos zowaar een tijdlang verbod kreeg om de redactie te betreden. Dat hij voortaan thuis moest werken, zal Jos wel niet echt als een straf hebben ervaren, maar het was uiteraard een pijnlijk verlengstuk van het conflict.
Gelukkig is ondertussen alles al lang weer bijgelegd. Dubbel en dik zelfs. Op een bepaald moment kreeg ik van wijlen Herman Vermeulen, een ex-PvdA'er die zich nu op de handel van kelims had gestort, het onwaarschijnlijke aanbod om voor Trends een reportage te maken over de manier waarop die kelims tot stand kwamen, ergens in de binnenlanden van Turkije of zoiets. Wie mij kent, weet dat dit niets voor mij is, maar aangezien de naam Trends was gevallen, herinnerde ik me dat Jos Gavel daar nu (o.a.) voor werkte. Ik speelde hem het voorstel door en toen hij het bij de hoofdredacteur ging aankaarten, zei deze: "Als je dan toch zo graag buitenlandse reportages maakt, ik heb er hier nog wel een paar liggen."
En zo werd Jos als ex-RV-redacteur alsnog topredacteur bij een blad als Trends. Later zou hij me een wederdienst bewijzen door mij een interview met Jan Decleir te laten maken voor Het Laatste Nieuws, het blad waarbij ikzelf de laatste jaren van mijn journalistenbestaan zou slijten. Toegegeven, er was niet echt een verband tussen die opdracht voor Jos en mijn langlopende verbintenis (het eerste was voor de editie Aalst, ikzelf zou bij de editie Gent aan de slag gaan) maar de cirkel is er toch maar mooi mee gerond.
Ook Miel zou ik later nog opnieuw tegenkomen. Met name toen ik bij de C.S.C. werkte. Hij was toen immers politiek medewerker van SP-parlementslid voor Brussel, ook al wijlen Michiel Vandenbussche. Echte ruzie met Miel heb ik nooit gehad, dus een echte verzoening is er ook nooit moeten komen, maar het was toch allemaal niet meer zoals vroeger, “in de goede oude tijd”.
En mijn laatste contact met Miel was via deze blog die hij op de een of andere manier had opgepikt (wellicht door zijn eigen naam in te tikken, zoals we allemaal wel eens doen). Hij stond toen aan de wieg van de Gravensteengroep, waar hij zowaar opnieuw Jef Turf aantreft. Naar beiden zeggen zijn de plooien ondertussen glad gestreken, maar het zou me niet verwonderen mocht er toch nog hier en daar een plooitje vergeten zijn, er is tenslotte te véél gebeurd in al die tijd.
Maar goed, al moet ik voorlopig nog altijd niet beschaamd zijn mijn stem aan Bart De Wever te hebben gegeven, toch blijf ik erbij dat de Gravensteengroep zich tot een partij zou moeten omvormen om op die manier een links separatistisch alternatief te bieden. Ik had graag gezien dat Jef Turf nog eens met een mooie verkiezingsuitslag afscheid kon nemen, maar wellicht is het daarvoor al te laat. Maar wat belet de gelauwerde Miel echter om zelf de touwtjes in handen te nemen? Misschien stem ik wel voor hem!

Ronny De Schepper
Foto’s Jo Clauwaert

Hieronder een foto (genomen door S.W.) van de onlangs overleden Cyriel Vergauwen (zie bij de reacties op dit artikel)
Cyriel Vergauwen


4 Reacties tot “Miel Dullaert krijgt onderscheiding van het Davidsfonds”


  1. 1 dullaert emiel
    6 juli 2009 at 1:28 pm

    Beste Ronny,

    Indrukwekkend wat je allemaal verzamelt op je website. Ik herken me goed in je RV- en KP-verhaal>>>> je geheugen heeft je blijkbaar minder in de steek gelaten dan bij mij, maar het meeste herinner ik me nog als je het in je vlotte stijl weer tot leven wekt…

    Over die leeuwenpenning enkel opmerkingen…
    Je staat er niet bij stil omdat ik geen type ben dat zich graag wentelt in nostalgie.
    Maar als ik er eventjes bij gaan zitten en het op een rijtje zet ben ik wel fier dat veel van wat ik(wij) startte(n) als twens, in onze “sturm und drang periode”, nog bestaat in één of andere vorm (die soms veraf ligt van wat je ermee bedoelde, maar toch zie ik hier en daar restanten van de oorpronkelijke doelstellingen…): het jeugdhuis in de deelgemeente Nieuwkerken dat in 2007 zijn 35-jarig bestaan vierde, enkele dorpsraden in het Waasland, de Wereldwinkels die verschillende filialen hebben in St-Niklaas en omgeving (we waren in 1975 één van de eersten officieel geopend door M. Coppieters), Het Masereelfonds-St-Niklaas (waar ik vandaag geen lid meer kan van zijn gezien zijn werking-strekking-sociale basis….)

    Overal waar ik kom krijg ik de vraag hoe komt het dat een katholiek Davidsfonds een rooie en dan nog van de Rode Vaan en KP een leeuwenpenning geeft. Het verwonderde me ook, maar na enige reflectie toch weer niet.

    Een beetje geschiedenis>>>> Het Davidsfonds Sint-Niklaas lag begin de jaren zeventig “overhoop” met de nationale leiding waarvan de “zwarte” Clement De Ridder voorzitter was>>> het was de tijd dat in de katholieke zuil een en ander in beweging kwam >>> de KAJ kwam in conflict met ACV-baas Houthuys>>> heel wat KUL studenten zaten middenin of vlak na de mei ‘68 revolte en er bleef toch iets hangen nadien>>> en dus ook in het Davidsfonds St-Niklaas waar ‘rooi’ Nelly Maes de passionaria was van de VU met Coppieters>>> Nadat Jef Turf en Toon Roosens het FMF als een links-Vlaams Fonds hadden opgericht vonden we dit een uitstekend initiatief en richtten een afdeling in St-Niklaas op (nadien gerecuperreerd door de stalinisten rond K.M.). We kregen volle steun van het DF voor onze subsidieaanvraag bij het stadbestuur; bij het Opbouwwerk was het DF één van de motoren en steunde mij voluit toen ik als KP-er moeiljkheden kreeg; zoals U zelf zegt publiceerde begin jaren negentig het DF het boek van Jan Debrouwere>>>> begin 2001 het boek “Doel moet blijven” waarin Jan Creve en ex-senator F. De Bondt met Bart Maddens (Bond Beter leefmileu nu SP.A) een prachtige analyse maakten van het gebeuren rond de havenuitbreiding op de linkeroever en de problematiek van Doel, ik verwijs ook naar het intiatief van DF-St-Niklaas samen met FMF in 2007 (olv wijlen Cyriel Vergauwen,recent overleden) waar het boek “het Rode Vaderland” van Maarten van Ginderachter (uitgeverij Lannoo-Amsab) door de auteur werd toegelicht>>>>>
    Te vermelden ook: in het kader van de Vlaamse Club in Brussel en mijn activiteiten in Meervoud vzw hang ik regelmatig aan de toog met de voorzitter van DF-Sint-Niklaas, die ’s middags zijn boterhammetjes komt opeten in de CLub of aanwezig is op een activiteit (hij is ambtenaar op het Ministerie van Justitie). Zodoende was Miel Dullaert voor de jonge DF-leiding niet alleen een prehistorische figuur, maar stelde ze vast dat hij als jongeling van zestig (met minder en meer grijs haar) nog in volle bezigheid is…
    Dus bij nader toezien kan een en ander wel verklaard worden.

    Trouwens, in het Waasland heb je tot vandaag een zeer belgicistisch netwerk rond de (machtige) burgemeester en minister van Staat SP.A-er F. Willockx (van dat netwerk maakte K. Maes indertijd als stadambtenaar en vakbondsverantworodelijke deel uit (één van de redenen waarom hij indertijd zoveel aanhang had in de KP-afdeling was zijn capaciteit om her en der jobs te versieren waar ik als simpele redacteur die door “Brussel” en “Gent” “gezonden” was én vanuit de KUL komende, niet veel tegen kon inbrengen, laat staan het eurocommunisme…)
    Tegelijk werd vanuit die belgicistische hoek zwaar ingezet om de Vlaamse beweging “zwart te maken”. Terwijl je ook VOOR de oorlog (de christen-democraat en minister Hendrik Heyman, behorende tot de “club” van de drie kraaiende hanen Camille Huysmans- Frans Van Caulwelaert en de liberaal Franck) en NA de oorlog een invloedrijke democratische Vlaamse vleugel heeft bestaan in Sint-Niklaas waarvan Maes N. en Coppieters de bekendste boegbeelden waren. Soms was die spanning fysiek voelbaar toen we voor Nelly Maes, als jonge macho’s, een beschermingscordon aanlegden op een Vietnambetogng in Antwerpen tegen de VMO>>>> nadien werd het huis van N. Maes door de VMO volgespoten met “Rooie Nelly rol uw matten”,…
    Het katholieke DF is dus sinds jaren mee opgenomen in die democratiserende, progressieve stroming…Sommigen zeggen “katholieken in maatschappelijke crisis worden fascisten”, het blijkt dat dit niet altijd zo is. Trouwens alle links-nationalistische presidenten in Latijns-Amerika van vandaag (Venezuela, Bolivia,…) zijn door een progressieve grondstroom van katholiek basiswerk (o.m. met ivloed van de Bevrijdingstheologie) aan de macht gekomen…

    De leeuwenpenning is een aangenaam intermezzo voor mij, voroal ook omdat ik mensen kan zien en spreken die je door de loop van het dagelijksleven niet meer zie of van ver nog groet. En vooral vind ik zeer leuk dat, nadat ik Jef Turf heb leren kennen-waarderen als een moedig en moreel hoogstaand intellectueel zowat 35 jaar geleden (eerste kennimaking artikel VMT van JT ca 1975) op zijn 78e een speech mag-kan geven voor een niet altijd gemakkelijke jongen uit de arbeidersklasse van “la Flandre profonde” die hij in 1978 vroeg op de redactie van de RV te komen werken…

    Ronny >>>we kunnen nog lang doorgaan>>> maar gezien ik altijd veel respect heb gehad voor je intelligentie, je uitstekend gevoel voor pop, muziek, enz… vond ik het de moeite je wat uitleg te geven…

    Groeten,

    Miel

    • 6 juli 2009 at 2:09 pm

      Ik ben uiteraard zeer gevleid door deze reactie van Miel, maar wat mij het meest heeft geraakt is iets dat maar halvelings met deze zaak heeft te maken, namelijk het feit dat Cyriel Vergauwen ondertussen overleden blijkt te zijn. Indien hierover nog iets méér kan worden verteld, dan grààg…

  2. 3 dullaert emiel
    7 juli 2009 at 7:04 am

    Cyriel Vergauwen overleed op 15 juni jl. aan een slokdarmbloeding>>>> werd pas na één week gevonden op zijn appartement >>> was lid (en boekhouder) van het gezondheidscentrum De Vlier vzw; lid van het lokaal en nationaal bestuur F. Masereelfonds, lid Cultureke Raad van St-Niklaas, lid van vzw Vrede>>> was sinds een aantal jaren in brugpensioen na een loopbaan van boekhouder bij Alcatel-Antwerpen>>> was ook BBTK-vakbondsafgevaardigde…

    groeten,

    Miel

    • 19 juli 2009 at 2:06 pm

      Bedankt voor deze toelichting, Miel. Ik heb zopas nog een foto van Cyriel gevonden. Aangezien WordPress niet toelaat dat foto’s in reacties worden afgedrukt, heb ik hem achteraan het artikel over jou geplaatst.


Reageer




Blog-teller

  • 263,379 keer aangeklikt

uit de oude doos