28
Nov
08

Bob Dylan: something old, something new, something borrowed, something blue…

Toen Amerika in beroering werd gebracht door de rock’n'roll, werd eigenaardig genoeg door rechts de folkmusic ingeroepen als “remedie” tegen deze nieuwe kwaal. Met veel barnumreklame werden mensen als Harry Belafonte, het Kingston Trio en Peter, Paul and Mary de ether ingeslingerd. Het bleek echter een misrekening te zijn. Niet alleen kenden deze mensen slechts heel weinig succes bij de jeugd, bovendien zat een nieuw venijn in hun staart. Eén van de grootste successen van Peter, Paul en Mary was immers “Blowin’ in the wind” van ene zekere Bob Dylan, die overigens ook mondharmonica speelde op een elpee van Harry Belafonte (*).
Dylan zelf maakte reeds een eerste elpee in 1961, maar zou pas doorbreken nadat The Byrds met hun versie van zijn “Mr.Tambourine Man” het aangezicht van de popmuziek hadden veranderd. De tijden waren er immers rijp voor: de oorlog in Viëtnam, de dienstweigeraars, de beweging voor de burgerrechten, de anti-atoommarsen….

1968 VIEL IN 1963
Dat Dylan nog een belangrijker rol heeft vervuld dan iemand als Woody Guthrie lijdt geen twijfel. Hij heeft immers op wereldvlak bereikt wat Woody enkel binnen de eigen grenzen lukte. Toch moeten we ook kunnen toegeven dat Robert Zimmerman (zoals hij echt heet) nooit Bob Dylan zou geworden zijn, indien Guthrie er niet was geweest, noch de zwarte voorbeelden waarop Woody zelf zich reeds had beroepen (**).
En ook op tekstueel gebied (Guthrie bleef steeds zeer eenvoudig en zou de ingewikkelde teksten van de latere Dylan zeker verworpen hebben) moeten we vaststellen dat Dylan eigenlijk toch niet zo origineel was. Zoals we trouwens uit zijn pseudoniem kunnen afleiden was hij beïnvloed door dichters als Dylan Thomas, T.S. Eliot, Allan Ginsberg, Lawrence Ferlinghetti…
Maar zoals gezegd: Dylan heeft internationaal een kettingreactie doen ontstaan die vooral in de jaren zestig aanleiding heeft gegeven tot protestliederen tegen de atoombom, tegen de oorlogsdreiging, tegen de bewapening, tegen het fascisme…
Toch scoorde hij verrassend weinig hits, stond in Amerika nooit nummer één met zijn eigen uitvoeringen en haalde sinds 1979 nooit meer de top‑veertig. Toch kent eenieder ‘The times they are a-changin’ en ‘Blowin’ in the Wind’. Was hij dan een albumartiest? Ook dat klopt niet. Hij prijkt pas op 56ste plaats in de lijst van albumverkopen‑bij‑leven. Niettegenstaande pareltjes als pakweg ‘Blonde on Blonde’ of ‘Blood on the Tracks’.
En toch heeft niemand, tenzij Elvis misschien of de al eerder vernoemde Beatles, de geschiedenis van de popmuziek zo ingrijpend beïnvloed als dat kleine, schriel gebouwde, introverte, nerveuze mannetje met krullenbol en haakneus afkomstig uit de Midwest van de VS. Rond deze geniale maar wat mensenschuwe en introverte Dylan hangt een waas van ondoorgrondelijkheid en geheimzinnigheid wat zijn charisma en de mythevorming alleen maar versterkt heeft.
Slechts enkele namen van artiesten die zijn invloed hebben ondergaan: Joan Baez, Donovan, Simon and Garfunkel, The Byrds, Buffalo Springfield, Sonny and Cher, The Kinks, The Turtles, Manfred Mann tot zelfs Bruce Springsteen. Om Beatles en Stones niet te vergeten!
BOB DYLAN, ADAMO EN DE ANDEREN…
Bob Dylan maakte zijn eerste platen dus rond 1963 en het is wel grappig als we even nagaan hoe bepaalde mensen daar toen op reageerden:
“In 1963 hoorde ik mijn eerste Dylan-plaat. Mijn zusje liet ze me horen. Dylan was samen met Adamo haar grote favoriet, omdat ze alle twee een hese stem hadden, denk ik. Adamo vond ik wel aardig, maar Dylan, nee, dat zag ik niet zitten. Ik vond ‘m gewoon niks. Ik vond überhaupt al niks goed van de popmuziek. Twee jaar later hoorde ik Dylan nog es, en toen vond ik hem ineens fantastisch.” (Boudewijn De Groot)
“In 1963 zal het geweest zijn dat ik voor het eerst een plaat van Bob Dylan in handen kreeg. En wat waren mijn eerste indrukken over Bob? Dat hij een heel eigenaardige stem had. Toen Jan Schoukens Bob hoorde, haalde hij zijn schouders op en zei: ‘Die kan niet zingen’, want voor Schoukens kon toen alleen Sinatra zingen.” (Johan Thielemans die toen voor de BRT werkte)
“Er bestonden geen protestsongs die ik kon zingen tot hij er begon te schrijven. Hij schreef songs die nog niet geschreven waren tot dan toe. Er zijn niet veel goede protestsongs. Ze zijn meestal overdreven.” (Joan Baez)
Vooral de jonge Dylan heeft natuurlijk wel enkele pareltjes van teksten gemaakt, die ongetwijfeld de geschiedenis zullen ingaan. Een paar voorbeelden:

De streep is getrokken, de vloek is gelegd
Op alles wat vals is en krom en onecht
Jullie mooie verleden was bloedig en laks
We zullen die fouten vermijden
En de man bovenaan is de laatste van straks
Want er komen andere tijden
(The Times They Are A-Changing, vertaling Lennaert Nijgh)

Toen de Tweede Wereldoorlog afgelopen was
Vergaven we de Duitsers en werden ermee bevriend
Al doodden ze er zo’n zes miljoen in hun ovens van gas
De Duitsers hebben nu ook God aan hun zij
Heel mijn leven heb ik geleerd de Russen te haten
Als er ooit nog een oorlog komt, moeten wij hen gaan bevechten
En haten en vrezen en vluchten en verbergen
En het allemaal aanvaarden met God aan mijn zij
Maar we hebben nu wapens en chemisch spul
Als we gedwongen zijn het te gebruiken, dan moeten we dat ook doen
Eén druk op de knop en een wereldwijd schot
Stel nooit vragen als God aan je zijde staat
(With God on your side)

Kom, Heren van de Oorlog, jullie die de grote kanonnen bouwen
De vliegtuigen van de dood, al de bommen
Jullie die je verbergen achter muren, achter tafels
Ik wil jullie leren kennen, ik kan doorheen jullie maskers zien
Jullie hebben voor de grootste angst gezorgd die ooit kan uitgeschreeuwd worden
De angst om kinderen op deze wereld te brengen
Wegens de bedreiging tegenover mijn kind, nog ongeboren en zonder naam,
Ben je het bloed niet waard dat door je aders stroomt
(Masters of War)

DE PROTEUSMENS
Bob Dylan werd dus een mythe. Omdat, zo schreef Johan Thielemans in een speciaal Dylan-nummer van Tliedboek: “Dylan deze mythische figuur is waaraan zoveel jonge mensen blijkbaar nood hebben (…) Hij vertegenwoordigt de teruggevonden dichter (…) Hij heeft het woord gevonden dat weer mensen in beweging zet, dat mensen weer doet samenhoren, dat weer gelukkig maakt. En daarom is hij een fenomeen.”
Best mogelijk en hoogstwaarschijnlijk waar wat Thielemans daar zegt, maar een mythe blijft alleen bestaan dan wanneer er voldoende over gemystificieerd wordt. Dylan maakt daar geen uitzondering op. Ik laat u proeven van de volgende staaltjes.
Zo schrijft Prof. Dr. Alex Blockmans in zijn “Inleiding tot de voornaamste moderne literaturen” (1974): “Tot de sfeer van laat-surrealisme behoren ook de dichters van de ‘beat’ generatie uit het Amerika van de laten jaren 1950 (…) Gedeeltelijk aansluitend daarbij, maar zeer sterk sociaal geëngageerd zijn de teksten van een aantal protestzangers, in de eerste plaats Bob Dylan, waarin men duidelijk de verwantschap met het surrealisme kan aantonen.”
En dit is nog klein bier, vergeleken bij Jan Donkers in “Bob Dylan, bij benadering” (1973): “Dylans behandeling van het nowhere-motief lijkt het meest oorspronkelijke element in heel zijn werk. Het nowhere-gebied is bij hem geen leegte, maar een met hoogst denkbare vitaliteit geladen nirwana-achtig gebied tussen daad en gebeuren, waarin onder gunstige omstandigheden het besef van vrijheid zijn volmaaktheid kan vinden. Voor zover ik weet, heeft geen van zijn tijdgenoten het gebied dat ligt achter de vergeefse daad en voor het gratuite gebeuren met meer directheid verbeeld dan hij”.
Deze verheven taal doet me denken aan Martinus Nijhoff, Nederlands dichter, die ooit schreef: “Lees maar, er staat niet wat er staat.” Maar laten we nog een laatste mythefan aan het woord, Miel Swillens: “Dylan constateert de afwezigheid van een absolute zingeving voor het menselijke bestaan. Deze vaststelling is niet het gevolg van een rationele analyse, maar gebeurt aan de hand van concrete, alledaagse belevingswerkelijkheid. Het existentieel beleven van de zinloosheid van het bestaan kan zelfs gepaard gaan met het aanvaarden of vermoeden van een verborgen werkelijkheid”.
Echt interessant wordt Swillens evenwel wanneer hij in Dylan het prototype van de Proteusmens gaat zien.
“De Proteusmens”, zo verklaart hij, “staat sceptisch tegenover elke vorm van maatschappij-ordening. Hij is er zich van bewust dat de mens om te kunnen leven behoefte heeft aan de wanorde van de verscheidenheid. De maatschappij wordt ervaren als een samenzwering tegen het individu. Het individu kan in de maatschappij met haar sterke druk tot conformeren niet volledig zichzelf zijn. De utopie van een volmaakte maatschappij-ordening wordt afgewezen omdat het volledige menszijn wordt beleefd als een orde waarin ruimte is voor de chaos en die plaats laat voor wanhoop, twijfel en gemis. Wie zijn medemens een Aards Paradijs voorspiegelt is een misleide en een misleider.”
Dat is dus Dylan? Een Proteusmens? Voor mij best! Maar dan sluit ik mij meteen aan bij de repliek die Etienne Verhoeyen in Tliedboek schreef op het artikel van Swillens: “Als Dylan beweert dat hij de maatschappij als een samenzwering tegen het individu ervaart kan ik hem niet tegenspreken. Maar hij heeft blijkbaar geen oog voor de contradictie die aan de basis ligt van deze samenleving: het kapitalisme (of althans de liberale ideologie) beweert het individueel initiatief en de individuele vrijheid te bevorderen, maar verstikt ze anderzijds en laat alleen de enige vrijheid toe waar ze op uit is, namelijk de economische.”
“Deze samenzwering van enkelen tegen velen moet verdwijnen. En ze zal niet verdwijnen door de liefde, en ook niet door een of andere metafysische redding. Het gaat er niet om te weten of DE maatschappij een samenzwering is tegen het individu; het gaat er wel om te weten WELKE maatschappij een samenzwering is tegen WELKE individuen. De kapitalistische maatschappij, waarin enkelen samenzweren tegen velen moet worden vervangen door een socialistische waarin deze velen zullen moeten samenzweren tegen dez enkelen (Aragon: “Contre les violents tourne la violence”). En dit is een gerechtvaardigde samenzwering. Maar daar komt Dylan lang niet aan toe: hij ligt met zijn lady in een big brass bed en laat spoon rijmen met moon. Waarmee ik niet wil zeggen dat liefde niet belangrijk is. Maar er de wereld door veranderen, neen”.
Dylan, het icoon bij uitstek van de rebelse jaren zestig, is ondertussen een brave a‑politieke huisvader geworden die wat rust in het huiselijk geluk van een kinderrijk gezin lijkt gevonden te hebben.
DOWN THE HIGHWAY
‘Down the Highway’ lijkt een eerlijke en verdienstelijke bijdrage in de samenstelling van de Dylanpuzzel. Howard Sounes houdt het netjes. Hij bewondert Dylan ‘as an artist’, zoveel is duidelijk. Dat blijkt uit zijn soms lyrische bewondering voor hoe sommige songs en albums ontstaan zijn. Hij focust op de carrière, minder op het privé‑leven. Toch laat hij ook de keerzijde ‑ de kleinmenselijke kanten van het genie Dylan zien. Blijkbaar gaan genialiteit en menselijkheid zo moeilijk samen.
Robert Allen Zimmerman werd geboren op 24 mei 1941 in Duluth-Minnesota en stamt uit een liberaal Joods nest. Zijn grootouders emigreerden in 1905 uit Odessa bij de Zwarte Zee om te ontsnappen aan de anti‑joodse hysterie onder het tsaristische bewind van Nicolaas II.
Ze vestigden zich in Duluth, een middelgrote mijn‑ en havenstad in het noordwesten van de VS. Hun kinderen zouden zich opwerken tot de welstellende middenklasse in Hidding, zo’n 100 km. noordelijker. Daar zou de jonge Zimmerman een vrij rimpelloze jeugd kennen: overdag naar school, daarna rondhangen met de vrienden; de eerste liefde (met de verrassende naam Echo Star Helström); naar de bioscoop om James Dean en Brigitte Bardot te zien; meespelen in allerlei schoolbandjes.
Op zijn zeventiende kreeg hij al een Harley en wat later zelfs een heuse roze Ford Cabriolet. Maar één hobby verdrong alle andere: zijn passie voor muziek. ’s Avonds luisterde hij naar bluesgroten als John Lee Hooker, Howlin’ Wolf, Jimmy Reed en Muddy Waters op de alternatieve radiostations. Maar ook naar blanke artiesten als Hank Williams of Woody Guthrie en dan waren er die eerste, ongepolijste Sunopnames van Elvis…
“Toen ik Elvis voor het eerst hoorde zingen, wist ik gewoon dat ik nooit voor iemand zou gaan werken en dat niemand de baas over me zou spelen,” zei hij later.
Tussendoor verslond hij literatuur: van John Steinbeck tot de Welshman Dylan Thomas. Deze laatste was tot een echte cultfiguur uitgegroeid. Hij was een paar jaar voordien in New York gestorven ‑ amper 39 jaar oud door een alcoholvergiftiging. Aan Echo vertelde Robert dat hij later Dylan als artiestennaam zou kiezen.
Toen hij zelf poëzie begon te schrijven, maakten Abe en Beatty Zimmerman zich toch wat zorgen. Immers, wat viel daar nu mee te verdienen? (***)
Op 5 juni 1959 behaalde Robert zijn diploma op Hibbing High School. Eén van zijn ooms schonk hem bij die gelegenheid een stapel 78‑toerenplaten van Huddie Ledbetter, beter gekend als Leadbelly: een oude folk‑ en blueszanger die wegens moord het grootste deel van zijn leven in de gevangenis zou doorbrengen. Dylan bestudeerde de structuur van de liedjes en de inhoud van de teksten. Zijn interesse voor de folkmuziek was gewekt.
In 1959 schreef Dylan zich in als literatuurstudent aan de universiteit van Minneapolis‑St.‑Paul, een stad aan weerskanten van de Mississippi, zo’n 350 km ten zuiden van Hibbing. Maar Bob zou veel meer tijd spenderen in de koffiehuizen van Dinkytown, de bohémienbuurt naast de campus, dan in de auditoria.
De ’studenten’ lazen de schrijvers van de beatgeneration (Jack Kerouacs ‘On the Road’ was een echte bestseller), luisterden naar de maatschappijkritische folkmuziek van Pete Seeger, Leadbelly, Woodie Guthrie en de zwarte zangeres Odetta en stelden zich politiek radicaal links op. Maar politiek hield Dylan zich op de vlakte. Hij leerde er ook zijn tweede grote liefde kennen, Bonnie Beecher: een mooie, elegante, intelligente jonge dame die er acteerlessen volgde. Ook haar zou hij, net als alle andere vrouw nadien, niet trouw blijven. Zijn enige echte passie was de muziek, zijn doel beroemd worden.
Op een dag ‘ontleende’ hij van een medestudent Harry Smiths ‘Anthology of American Folk Music’, bestaande uit zes langspeelplaten. De invloed van die zes schijven op het hele oeuvre van Dylan kan moeilijk overschat worden. Zelfs nog op twee akoestische platen in de jaren ‘90 ‑ o.m. op ‘Good as I been to you’ ‑ zal hij rijkelijk uit deze anthologie putten.
Van een andere medestudent leende hij Woody Guthries autobiografie ‘Bound for Glory’. Guthrie was de belangrijkste vertegenwoordiger van de traditionele Amerikaanse folkmuziek. Toen Bob van zijn ouders de toestemming kreeg om het een jaar als muzikant te proberen, besloot hij naar New York te trekken.
In januari 1961 komt Dylan als jonge twintiger in New York aan. De volgende twee jaar zouden zijn leven onherkenbaar veranderen. John F. Kennedy werd beëdigd en later vermoord als president; in het Zuiden van de VS woedden hevige rassenrellen, de Koude Oorlog dreigde op een atoomoorlog uit te draaien toen de Russen kernraketten op Cuba wilden installeren. In dit maatschappelijk klimaat werd de folkmuziek enorm populair.
Bob vestigt zich in Greenwich Village: de pleisterplek voor folkmuzikanten, kunstenaars en schrijvers. Al na een paar dagen belde hij nogal opdringerig bij Guthrie in Queens aan. Maar die verbleef al maanden in een ziekenhuis in New Jersey wegens Huntington‑chorea: een erfelijke, spastische hersenaandoening. Toch zou Bob Woody Guthrie op 29 januari 1961 voor het eerst ontmoeten. Hij zou hem later nog vaak opzoeken.
Bob overleefde het eerste jaar New York dank zij de gulheid en het mededogen van vrienden en de affectie van vriendinnetjes want erkenning ‑ laat staan succes ‑ bleven uit. Hij bouwde er wel een sociaal netwerk uit van andere folkartiesten en mensen uit de muziekwereld: hij leerde er o.m. de Ierse folkgroep ‘The Clancy Brothers’, Joan Baez, Pete Seeger, Bob Neuwirth, Allan Lomax kennen, mocht af en toe wat begeleidingswerk leveren o.m. voor John Lee Hooker of tijdens een hootenanny‑avond zelf optreden.
In de zomer van 1961 ontmoette hij zijn derde belangrijke vriendin: Susan ‘Suze’ Rotolo. Zij was van Italiaanse afkomst en erg actief in de vredes‑ en burgerrechtenbewegingen van die dagen. Zij zou Bobs politieke betrokkenheid wat aanwakkeren.
BLOWIN’ IN THE WIND
In oktober 1961 kreeg hij dan toch een vijfjarig platencontract bij John Hammond van Columbia Records te pakken.
In maart ‘62 verscheen ‘Dylan’, zijn debuutelpee, met daarop een aantal geëngageerde songs tegen racisme en Koude Oorlog maar met als hoogtepunt ‘Song to Woody’, een fraai eerbetoon aan zijn geestelijke vader. Niettegenstaande lovende recensies, verkocht het album niet.
In juni liet Suze Dylan vallen. Ze zou in Italië gaan studeren. Bob bleef ontredderd achter en schreef twee van zijn beste songs over relaties: ‘Don’t Think Twice it’s Allright’ en ‘Tomorrow is a Long Time’. In die tijd brak hij ook door met één van de belangrijkste nummers uit de tweede helft van de twintigste eeuw: ‘Blowin’ in the Wind’.
Op 30 augustus 1962 tekende de jonge, naïeve Dylan een managementovereenkomst met Albert Grossman, een wat dubieuze zakenman uit Chicago. Grossman zou hierbij de helft van Dylans latere inkomsten inpikken. Dylan verklaarde later voor de rechtbank dat hij het contract niet eens gelezen had.
In augustus ‘62 stapte Bob naar het Hooggerechtshof in New York om nu ook officieel Bob Dylan te heten.
Toen in datzelfde jaar Amerikaanse spionagevliegtuigen de stationering van Russische lange‑afstandsraketten op Cuba ontdekten, balanceerde de wereld meteen op de rand van een kernoorlog. Dylan schreef ‘A Hard Rain’s A‑Gonna Fall’: een visioen over de nachtmerrie na een kernoorlog. Het stond meteen ook op het repertoire van andere folkartiesten. Toen hij op 22 september 1962 in Carnegie Hall op de jaarlijkse hootananny van ‘Sing out’, hét folkmagazine in die tijd , optrad, kreeg hij eindelijk datgene waar hij de voorbije drie jaar om gevochten had: een warm applaus en erkenning. De verafgoding kon beginnen.
In 1963 verscheen zijn tweede ‑ en één van zijn sterkste albums ‑ ‘The Freewheelin’ Bob Dylan’ met o.m. ‘Blowin’ in the Wind’, ‘Masters of War’, ‘A Hard Rain’s A‑Gonna Fall’, ‘Girl from the North Country’, ‘Don’t think twice, it’s all right Ma’. Deze maal was het wel bingo.
In de zomer ging hij op tournee met Joan Baez, toen al een gevierde folkartieste. Zij was dol op hem maar hij gebruikte haar om zichzelf te promoten. Toen de rollen later in zijn voordeel veranderden, zou hij haar vaak vernederen. Ook volgde een korte hereniging met Suze die met een sisser zou aflopen.
In juli ‘63 reisde Bob met collega‑artiesten waaronder Pete Seeger naar het Zuiden om de zwarte bevolking te sensibiliseren zich als kiezer te laten registreren. Op 28 augustus 1963 verschenen Baez en hijzelf ook aan de zijde van Martin Luther King jr. op de grote mars voor gelijke burgerrechten in Washington.
Bob logeerde nu ook vaker bij zijn manager Albert Grossman in de buurt van Woodstock. Woodstock was sinds 1902 (met de Arts and Craft‑beweging) een toevluchtsoord voor kunstenaars.
In januari 1964 verscheen zijn 3de album: ‘The Times They Are A‑Changin’. In deze periode schreef hij ook nummers als ‘Chimes of Freedom’ en ‘Mr. Tambourine Man’ die vooral in de uitvoeringen van The Byrds wereldhits werden. Ook kwam het tot een definitieve breuk in zijn relatie met Suze.
Op 17 mei vloog hij naar Londen voor een belangrijk concert in de Royal Festival Hall. Bob zou in Engeland altijd zijn trouwste en omvangrijkste groep fans hebben. Daarna maakte hij een korte vakantietrip door Europa. Ondertussen schreef hij nummers voor zijn volgende plaat: ‘Another Side of Bob Dylan’. De plaat zou in één 6‑uur durende sessie ingeblikt worden. Dylan zou meestal zijn songs in 1 of 2 takes opnemen, tot verwondering ‑ soms verbijstering ‑ van zijn producer en sessiemuzikanten. Vaak morrelde hij nog aan zijn teksten tot vlak voor een opname.
Volgens sommigen werd het toch een iets zwakkere plaat ook al prijkten er nummers op zoals ‘It Ain’t Me Babe’, ‘Chimes of Freedom’ en ‘My Back Pages’. Opvallend: geen protestsongs. In de zomer ontmoette hij ook The Beatles. Uit deze ontmoeting groeide een jarenlange vriendschap met John Lennon en vooral met George Harrison.
Dylan ontmoette in 1964 ook fotomodel Sara Lownds. Zij zou de belangrijkste vrouw in zijn leven worden. Toen ze samen gingen wonen, had ze al een driejarige dochter Maria uit een vorig huwelijk. Met Dylan zou ze nog vier kinderen hebben.
BRINGING IT ALL BACK HOME
In januari 1965 begonnen de opnames voor één van de belangrijkste platen uit zijn carrière: ‘Bringing It All Back Home’ in drie dagen opgenomen. De vier lange nummers op de tweede kant waren nog akoestisch: ‘Mr.Tambourine Man’, ‘Gates of Eden’,'It’s All Over Now, Baby Blue’ en ‘It’s Alright, Ma’, maar de rest was elektrisch versterkte folkrock met o.m. de rapsongs avant‑la‑lettre ‘Maggie’s Farm’ en ‘Subterranean Homesick Blues’. De plaat kwam op nummer 1 in Engeland.
Van de tournee door Engeland werd ook een film gemaakt door D.A.Pennebaker: ‘Don’t Look Back’. In de openingsscène zie je Dylan doodernstig kartonnen met tekstflarden uit ‘Subterranean…’ omkeren terwijl je het nummer op de achtergrond hoort en Allen Ginsberg in de achtergrond zich aan een vuurtje staat te warmen. Voor velen vormt die scène de verre voorloper van de moderne videoclip uit de jaren tachtig.
Met de hele plaat wou Dylan ook bewijzen dat rock en poëzie absoluut samen konden en dat het hoogtijd werd dat rock terug naar zijn bakermat Amerika kwam. Vandaar de titel.
Bob en Sara kochten een riant landhuis ‘Hi Lo Ha’ van de Arts en Craftsbeweging in Byrdcliffe, vlakbij Woodstock en anderhalve kilometer van zijn manager Albert Grossman. In diezelfde periode schreef hij ook één van zijn beroemdste songs ‘Like a Rolling Stone’: een voor die tijd toch wel erg lang durende single. Het nummer maakte grootse indruk op Lennon en Mc Cartney maar ook op de aankomende orkaan Bruce Springsteen.
Op het Newport Folk Festival werd Bob uitgefloten toen hij voor het eerst met een elektrisch versterkte band optrad. Want ‘de elektrische gitaar vertegenwoordigde het kapitalisme…’ en dus was het verraad. Dit optreden zou hem jarenlang nog achtervolgen. Op alle concerten in Europa en de VS zou een deel van het publiek hem blijven uitjouwen.
In de zomer van ‘65 werkte hij al weer aan een nieuw album: ‘Highway 61 Revisited’. Daarop het nummer ‘Positively 4th Street’ waarin hij erg bijtend tekeer ging tegen zijn voormalige vrienden uit de folkgemeenschap die hij roddel en rancune verweet omdat ze zelf maar vierderangsartiesten waren.
Kort daarop vertrok Dylan op tournee met The Hawks: een stevige rockband, die tot dan toe rocker Ronnie Hawkins hadden begeleid (vandaar ook hun naam, later zouden we ze beter leren kennen als ‘The Band’). Overal waar ze kwamen werden ze uitgejouwd, behalve als Bob een akoestische set speelde. Vier jaar later zouden ze met dezelfde muziek triomfen oogsten. Dat gejoel demoraliseerde meer de bandleden dan dat ze op Dylan indruk maakte.
Op 22 november 1965 trouwt Dylan in het grootste geheim met Sara Lownds. Zelfs zijn ouders waren niet op de plechtigheid aanwezig. Op 6 januari 1966 krijgen ze hun eerste zoon: Jesse Byron Dylan.
Van februari 1966 tot halverwege de zomer toerden Dylan en The Band over de hele wereld. Tussendoor nam hij zijn nieuwe plaat ‘Blonde on Blonde’ op. Dylan werkte sinds zijn vorige plaat samen met Bob Johnston. Ook nu zat hij achter de knoppen en vonden de opnames in Nashville plaats. Het werd een dubbelelpee en alweer een mijlpaal in de rockgeschiedenis. De plaat klonk erg live en bevatte pareltjes als ‘I Want You’, ‘Just Like a Woman’, ‘Everybody Must Get Stoned’, ‘Rainy Day Woman’ en één van de vier kanten werd helemaal in beslag genomen door het meer dan elf minuten durende ‘Sad‑Eyed Lady of the Lowlands’, een lofzang op Sara Dylan.
Ondertussen ging het toeren verder, te midden van het toenemend protest tegen de massale bombardementen op Noord‑Viëtnam. Nadien zou Bob eerste tekenen van oververzadiging en uitputting vertonen.
Op 29 juli had Bob een motorongeval: de lichamelijke schade bleef al bij al beperkt. Het noodlot kwam hem rust voorschrijven. Hoogtijd om bij te tanken. Daarover zei hij later: “Ik had het waarschijnlijk niet overleefd als ik op die manier was doorgegaan”.
Na zijn herstel, leed hij een betrekkelijk rustig gezinsleven in Hi Lo Ha. Tussen februari en de herfst van 1967 componeerde hij meer dan dertig nummers. Hij nam ze samen met The Band op een tweesporensysteem op in de kelder van een afgelegen huurhuis in de buurt. Ze zouden later bekend staan als ‘The Basement Tapes’. Via deze opnames en de film ‘Don’t Look Back’ bleven de Dylanfans voeling houden met hun idool.
JOHN WESLEY HARDING
Toen in de summer of love van ‘67 The Beatles met ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’, The Stones met ‘Their Satanic Majesties Request’ en Jefferson Airplane met ‘Surrealistic Pillow’ het aardse leken te ontstijgen dankzij de nieuwste studiotechnologie maar ook door het gebruik van hallucinogenen, maakte Bob een doodsimpele plaat in een doodsimpele bezetting: gitaar, bas en drum in drie sessies van samen 9 uur. The Beatles hadden 5 maanden aan hun ‘Sgt. Pepper’ gewerkt en The Beach Boys nog langer aan één single “Good vibrations”…
Dylan putte voor deze plaat inspiratie uit de bijbel en het songbook van Hank Williams. Het werd ‘John Wesley Harding’, genoemd naar een Texaanse outlaw, en het bevatte o.m. het verrukkelijke liefdesliedje ‘I’ll Be Your Baby Tonight’.
Op 7 juli 1967 beviel Sara van een dochter, Anna Lea. Tijdens de plaatopname stierf ook zijn lichtend voorbeeld Woody Guthrie. Dylan zou trouwens pas voor het eerst weer in het openbaar verschijnen ter gelegenheid van een concert ter ere van de legendarische bard op 20 januari 1968.
Op 5 juni 1968 stierf zijn vader. Bob stortte emotioneel in. Zijn vriend Harold Leventhal raadde hem aan zijn band met het joodse geloof te herstellen. Met zijn moeder zou hij de rest van zijn leven nu wel een stevige emotionele band onderhouden.
Op 30 juli 1968 beviel Sara van een zoon. Ze noemden hem Samuel Abram.
In april verscheen ‘Nashville Skyline’: Dylans stem leek zwaarder geworden. Geen grootse plaat volgens sommigen maar toch met enkele opmerkelijke nummers zoals ‘Lay, Lady, Lay’, ‘I Threw It All Away’ en ‘Tonight I’ll Be Staying Here With You’.
Ondertussen stak het Bob meer en meer dat Grossman op zijn zweet slapend rijk werd. Maar omwille van zijn jeugdige nonchalance, werd hij verplicht tot in de jaren tachtig te procederen om zijn vrijheid en onafhankelijkheid te herwinnen.
WOODSTOCK VS. WIGHT
Woodstock werd stilaan het Mekka voor de hippies. Weg privacy. Zelfs hun verhuizing van Hi Lo Ha naar een ander, meer afgelegen landhuis, mocht niet baten. In de zomer van ‘69 zou één van de grootste festivals uit de rockgeschiedenis in de buurt van Woodstock plaatsvinden. Maar Dylan zal er niet optreden, hij koos voor het lucratiever aanbod op het eiland Wight aan de Engelse zuidkust. Zijn optreden duurde zoals contractueel vastgelegd precies één uur en was een fiasco. Dylan zal de volgende twee jaar niet meer in het openbaar optreden.
De jaren in Woodstock waren wellicht de gelukkigste uit zijn leven, maar het werd er erg druk. Met nog een zoon ‑ Jacob Luke, zelf later de spil achter ‘The Wallflowers’‑ op komst besloot het echtpaar naar Greenwich Village in New York te verhuizen.
“Dylan is een seksueel erg gezonde kerel maar ‘giving love was not his strongest point’. Alle vrouwen (en het waren er vele) die zijn pad kruisten, moesten het steeds afleggen bij die ene echte passie: zijn muziek. Zijn koppige eigenzinnigheid, zijn veeleisendheid , zijn tomeloze ambitie, zijn ondankbaarheid baarden heel wat vijandigheid. Toen hij in 2000 zwaar ziek was en een tijdlang in het ziekenhuis doorbracht, liet hij zich tegenover een vriend ontvallen dat hij amper 1 kaartje gekregen had…”
Aan het woord is al heel de tijd Dirk Roelandt, die van de gelegenheid gebruik maakte om aan een tiental Vlaamse rockmuzikanten naar hun vijf favoriete Dylan-albums te vragen. Slechts vier onder hen namen de moeite hem een lijstje door te mailen of te sturen. Hij heeft dan maar dat van hemzelf eraan toegevoegd en zelf probeer ik ook nog een paar mensen te strikken. Zelf heb ik plichtsgetrouw ook een lijstje gemaakt, maar ik ben eigenlijk geen Dylan-kenner (noch “Liebhaber”). Anders zou wellicht ‘Time out of My Mind’ (1997) er ook in staan wegens Augie Meyers’ orgelpartijen, maar ik heb de plaat zelfs nooit gehoord!

Dirk Dhaenens (Derek & Vis)
1.Blood on the Tracks (1975)
2.Time out of my Mind (1997)
3.Street Legal (1978)
4.The bootleg series (1991)
5.Love and Theft (2001)

Guy Swinnen (The Scabs)
1.Good as I been to You (1992)
2.Highway 61 Revisited (1965)
3.Oh Mercy (1989)
4.Blood on the Tracks (1975)
5.Bringing it all back Home (1965)

Jan De Wilde
1.The Times they are a‑changin’ (1964)
2.The Freewheelin’ Bob Dylan (1963)
3.Blonde on Blonde (1966)
4.Highway ‘61 Revisited (1965)
5.Pat Garrett & Billy the Kid (1973)

Lieven Tavernier
1.John Wesley Harding (1967)
2.Blonde on Blonde (1966)
3.Highway 61 Revisited (1965)
4.Nashville Skyline (1969)
5.The Basement Tapes (1975)

Dirk Roelandt
1. Blood on the Tracks (1975)
2. The Freewheelin’ Bob Dylan (1963)
3. Bringing it all Back Home (1965)
4. Blonde on Blonde (1966)
5.Oh Mercy (1989)

Peter Koelewijn: “Geen albums, wel songs!”
1. I want you
2. Tambourine Man
3. Maggy’s farm
4. Times they are a changing
5. If not for you

Peter Cnop
1. Desire (1976)
2. Blood on the tracks (1975)
3. Time out of mind (1997)
4. Nashville Skyline (1969)
5. Blonde on blonde (1966)

Ronny De Schepper
1.The Traveling Willburys vol.1 (1988)
2.Highway 61 Revisited (1965)
3.Bringing it all back home (1965)
4.Blonde on Blonde (1966)
5.Another side of Bob Dylan (1964)

(*) Volgens bepaalde bronnen heeft de jonge Dylan zelfs nog bij Bobby Vee gespééld! Zie bij “de Bobbies”.
(**) In “Bob Dylan under the influence, the songs he didn’t write” somt Derek Barker zo goed als alle nummers op die Dylan wel gezongen heeft op concerten of opgenomen voor platen, maar niet zelf geschreven heeft. Men had kunnen hopen dat hij ook de nummers zou behandelen die Bob laten we zeggen “geleend” heeft, toch zeker die waarvan de melodie gewoon gejat is van oudere copyrightvrije traditionals en folksongs, maar nee dus. Het geweldige ‘Blind Willie McTell’, over de blueszanger, heeft bijvoorbeeld de melodie van de jazz- en bluesklassieker ‘St.James Infirmary’ (en is allicht daarom ook nooit echt officieel uitgebracht tenzij als officiële bootleg). Er zijn nog ontelbare voorbeelden. Een aantal kan men terugvinden op deze website.
(***) Dylan zou zijn rimpelloze jeugdjaren later heruitvinden: hij spelde journalisten allerlei sterke verhalen op de mouw over een rondtrekkend zwerversbestaan als wees en circusartiest. Die hersenspinsels zouden hem later zuur opbreken. Een journalist van Newsweek zou er in 1963 achter komen dat Dylan helemaal geen wees was zoals hij eerder tegenover de pers had laten uitschijnen. Het novembernummer van Newsweek dreef hiermee de spot. Dylan zou ziedend van woede voortaan niets meer over zijn privé‑leven loslaten en zijn entourage een omerta tegenover de media opleggen. Vanaf nu zou Bob ook een team van mensen om zich heen verzamelen om hem te verzorgen en zijn privacy te beschermen. Victor Maymudes werd Bobs eerste lijfwacht en roadmanager.

(Zeer) selectieve bibliografie
Sounes Howard, ‘Down the Highway’ (het leven van Bob Dylan), uitgegeven bij Het Spectrum, 424 p.


6 Reacties tot “Bob Dylan: something old, something new, something borrowed, something blue…”


  1. 29 november 2008 at 11:26 am

    Ronny,
    OK, give it a go…ik beperk mij tot wat ikzelf in mijn collectie heb steken

    Al moet ik bekennen dat ik een paar “vedetten” heb die boven Dylan op mijn ladder staan.

    Toch heb ik indertijd bijna onmiddellijk Blood on the tracks gekocht, en is mijn favouritete track daarop niet direct die track die ik door anderen steeds weer zie naar voren gebracht worden. Nl. Lily, Rosemary, etc, een vrij lang nummer, dat mij nog nooit verveeld heeft. Overigens vind ik persoonlijk 1975 een ongelofelijk jaar in de geschiedenis van de rockmuziek. Iedereen leutert maar over het feit dat de seventies zo mak waren.

    Ik heb denk ik Dylan leren kennen via Like A Rolling Stone, een nummer dat steeds weer gespeeld werd, op een kermismolen, in een wijk van Erpe-Mere. Het knalde er om de haverklap uit de boxen, afgewisseld met Beatles, Stones, Animals, Them enz….

    Niet zo lang geleden heb ik mij de DVD The Other Side Of The Mirror aangeschaft van Dylan, niet om Dylan zelf, maar om te zien en te horen wat Mike Bloomfield (zeer hoog op die eerder geciteerde ladder) daar op uitvreet. Ik moet bekennen dat ik met verstomming naar die DVD heb zitten kijken. Een omdat de kwaliteit (beeld en geluid) van de opnames uit 63 en 64 zeer behoorlijk is, en twee: eigenlijk heb ik daarop pas echt de kracht van Dylan in zijn beginjaren ervaren.
    In mijn collectie steken op CD o.a. Blonde on Blonde, Highway ‘61 revisisted, (allebei pas een tiental jaar geleden gekocht), Under the red skies, The 30th anniversary concert celebration (een 4-tal nummers met Dylan zelf en o.a. een schitterende All along the watchtower van Neil Young).

    Vinyl slingert nog ergens rond van o.a. Infidels (nog via de Rode Vaan besproken), een italiaanse verzamel lp op een zeer obscuur label, met zijn vroegste akoestische songs, en verder nog enkele singels, gekocht in de Brusselse Caroline toen die nog niet in de gallerie zaten waar ze nu zitten, waarvan zeker I want You, Like a rolling Stone en ‘Everybody must get stoned’ nooit mijn kot zullen verlaten.

    Ik moet zeggen dat ik wel steeds grote fan geweest ben van zijn nummers, gebracht door anderen, en dat al van bij My back pages, Tambourine Man, Hollies sing Dylan, Mighty Quinn, Watchtower, This wheels on fire, It ain’t me babe (knap van o.a. Nancy Sinatra), enz…
    Enkele daarvan staan o.a. op Dylan Covered een CD die gratis als bijlage bij Mojo van juli 2005 stak.

    En als ik daar dan even uit moet kiezen, dan het volgende:

    1) Blood on the tracks (1975)
    2) The Other Side of the Mirror (Live at the Newport Folk Festival 1963-1965) (2007)
    3) Blonde on Blonde (1966)
    4) Highway ‘61 Revisited (1965)
    5) The 30th Anniversary concert celebration (1992/3)

    Tot slot een vraagje: ben jij bekend met werk van Michael Bloomfield?

    Eddy

  2. 29 november 2008 at 11:29 am

    Beste Eddy,
    Als ik zeg (*) dat mijn voorkeur uitgaat naar “Positively 4th street” en “Like a rolling stone”, dan betekent dat automatisch ook dat ik mij zeer goed kan vinden in het gitaarspel van Mike Bloomfield, evenals in het orgeltje van Al Kooper…
    Bedankt voor je bijdrage!

    (*) Ik doe dat evenwel niet in dit artikel, maar in dat over “dylanoloog” Miel Swillens. Sorry, my mistake!

  3. 29 november 2008 at 5:38 pm

    Ronny,
    Dat zit snor.
    Wat ik je hierbij kan aanbevelen is om zeker eens te luisteren naar de twee eerste platen van de Paul Butterfield Blues Band, want die waren het die Dylan ondersteunden bij zijn opstapje naar ‘ellentriek’, wel zonder Paul Butterfield zelf.
    Dat was nl. de muziek waar al die Engelse topmuzikanten in spe naar luisterden, terwijl wij ons ledig hielden met popdeuntjes die de zo voorspelbare radio ons offreerde.
    Bloomfield heeft zijn 5 minuten fame gekregen dankzij de fameuze sessions met Kooper en Stills, maar er is zoveel meer eens je er begint naar te graven. Iets waar ik reeds enkele jaren mee bezig ben, en het loont. Nog dit: in de originele PBBB speelden ,naast Butterfield, Bloomfield en Elvin Bisshop ook Jerome Arnold en Sam Lay mee, twee leden die uit de band van Howlin’ Wolf kwamen.
    Ik kan hier nog wel even over doorgaan, maar waar zit Dylan dan, dus…
    Eddy

  4. 10 december 2008 at 9:38 am

    Dag Ronny,
    Ik ben niet zo’n grote Dylankenner, maar “Oorlogsgeleerden” van Wannes mag altijd op de eerste plaats.

    groeten,

    dree peremans
    ‘au bout du monde’
    Saint Just Haut
    F 47340 Hautefage-la-Tour
    FRANCE

  5. 18 december 2008 at 3:40 pm

    Hallo Ronny,

    Wat late reactie maar toch.
    Ik moet tot mijn schande (?) bekennen dat ik geen Dylan-kenner ben. Vandaar dat ik me ook niet gewaagd heb aan een lijstje …
    Als er lijstjes moeten gemaakt worden van The Beatles, Brian Wilson of Jacques Brel kom ik wel in aanmerking.

    Misschien moeten we wel eens een top 10 aller tijden samenstellen. Maar zelfs dat lukt me niet. Wat zet je op 1 en wat op 10 ?
    Ik zou ze allemaal op nummer 1 zetten … En er zijn nog zovele andere nummers die eigenlijk ook in die reeks thuishoren …
    Een bescheiden poging, ja het is een rare collectie, maar iedere vogel fluit ….
    Als ik naar een onbewoond eiland moet vertrekken met 10 songs zou ik misschien het volgende meenemen :

    1 God only knows (Beach Boys – Brian Wilson)
    2 I don’t believe in miracles (The Zombies – Colin Blunstone)
    3 Ma préférence à moi (Julien Clerc)
    4 For no one (The Beatles)
    5 Woman (J. Lennon)
    6 Disney Girls (The Beach Boys – eigenlijk een compositie van BB ad interim Bruce Johnston – subliem !)
    7 Voir un ami pleurer (Jacques Brel – maar hoe kan je slechts 1 nummer kiezen van dat oeuvre)
    8 Que reste-t-il de nos amours ? (Charles Trenet – heeft verdomd mooie nummers achtergelaten en veel)
    9 Je me suis fait tout petit (Georges Brassens)
    10 Mourir pour des idées (Georges Brassens – moest verplichte leerstof zijn in de humaniora !!)

    Het slaat dus nergens op. Maar het is wel persoonlijk.
    Er staat geen jazzken tussen, quid Take five (Dave Brubeck – compositie Paul Desmond).
    Er staat geen klassiek tussen. Ik ben geen liefhebber. Ik maak een uitzondering voor Bach (zijn passie-werken).
    Er staat geen latin-music tussen. Ik lust wel wat salsa (en voorlopers van het genre).
    Waar blijf ik met de Kinks, CSN&Y, Steely Dan, The Eagles, Blood Sweat and Tears enz enz, die toch ook allemaal enkele pareltjes
    achtergelaten hebben voor de mensheid ?

    Ik zie het eigenlijk niet zitten.

    Heb jij al een top10 proberen samenstellen ?

    Groeten JP.

  6. 18 december 2008 at 3:49 pm

    Dag Jean-Pierre,
    Natuurlijk heb je eigenlijk volkomen gelijk: dergelijke lijstjes zijn onzin, maar we kunnen ons maar amuseren, nietwaar? ;-)
    Nee, ik ga zeker niet proberen een “top tien allertijden” samen te stellen, vooral omdat ik toch ook wel heel erg van klassiek hou en hoe krijg ik dat dan allemaal in een top tien geperst?
    Los daarvan wil ik wel zeer instemmend knikken wat je nummer één betreft. Of het bij mij ook nummer één zou staan, is niet helemaal zeker (wat doe ik dan met “O suave fanciulla”, het liefdesduet uit “La Bohème”?), maar in mijn top tien zou het zeker terug te vinden zijn.
    Net zoals The Beatles daar ongetwijfeld ook hun plaats zouden hebben. “For no one” is een excellente keuze, maar er zijn ook nog wel alternatieven te bedenken (“Penny Lane”, “In my life”, “Across the universe”…)
    Verrassend veel Frans. Dat zou je bij mij niet terugvinden, maar dan niet om “politieke redenen”, zoals sommigen misschien zullen denken ;-)
    Bovendien kan ik me in alle geciteerde Franse chansons wel terugvinden, maar de top tien zouden ze bij mij niet halen.
    Mijn “eigen inbreng” (zoals bij jou die chansons) zou misschien eerder muziek uit de vroege jaren zestig zijn (die vaak over het hoofd wordt gezien). Ik denk aan “Telstar” van The Tornados (of eerder van Joe Meek) of aan “Runaway” van Del Shannon. En dan natuurlijk “Wonderful land” van The Shadows! (En de Hank Marvin-intro van “The Young Ones”. Rijst de vraag: kan men voor intro’s stemmen?)
    En Rod Stewart mag natuurlijk ook niet ontbreken, maar dan toch ook weer liever met bijvoorbeeld “In a broken dream” van Python Lee Jackson dan met één van zijn bekende hits.
    Soms denk ik dat een “top tien van componisten uit de twintigste eeuw” misschien wel een zinvolle opdracht is. En ietwat balorig zou ik dan voor volgende top vijf opteren:
    1.Giacomo Puccini
    2.Franz Lehar
    3.Jerry Lordan
    4.Brian Wilson
    5.Paul McCartney
    6.Max Steiner
    Je ziet: vernieuwing en experiment is niet echt aan mij besteed.
    Wat “inheemse” componisten betreft zou Raymond Van het Groenewoud toch zeker die top tien moeten halen, al is bij hem de interactie tussen woord en muziek veel belangrijker dan de muziek op zich (al heeft “Twee meisjes” louter voor de muziek wel eeuwigheidswaarde)


Reageer




Blog-teller

  • 258,907 keer aangeklikt

uit de oude doos