28
Jun
08

Kamagurka kan het weten: “Niets is zo vervelend als verkeerd lachen”

“Dit was Lava en we zullen het geen drie keer zeggen”: destijds was deze uitbarsting van Kamagurka en Herr Seele een enorm succes. Enkel het gelipte optreden van een popgroep en het inbrengen van een aantal live-sketches die het ritme vertraagden werden bekritiseerd. Dat optreden van een popgroep hadden ze natuurlijk afgekeken van “The Young Ones” en ook voor de rest kon je dit punk-humor noemen.

Kamagurka, jaren later in “De Morgen” (18/1/1997): “Vroeger kwam veel van wat we deden voort uit de punkgedachte. Ik vraag mij nu af of de punk wel heeft bestaan. Het zal wel een soort illusie geweest zijn, of een marketingproduct. In dat klimaat was zogezegd alles mogelijk, maar je moest er toch niet aan denken om bijvoorbeeld dwarsfluit op een podium te spelen. Je zou die dwarsfluit wellicht op een onverwachte plaats hebben teruggevonden, waar ze trouwens ook thuishoort.”
LAVA
Voor de tweede reeks werden die storende factoren eruit gehaald, zodat de weg breed open lag voor nog méér succes. Het tegendeel was echter waar. Voornamelijk door het aantrekken van Wendy van Wanten, die niet enkel “Wally in space” maar ook nog “Madame de Coeur Brisé” om zeep hielp. Al kan men zich ook afvragen of deze beide formules niet uitgemolken waren. Vandaar trouwens dat het niet omwille van de mindere ontvangst was dat er geen derde reeks meer kwam. Daarover waren de makers het immers zelf al eens nog voor de tweede reeks op het scherm kwam. Het is gewoon te uitputtend. Over zijn werkwijze vertelt Kama (Luk Zeebroeck): “Samen met Peter Van Herzele (Herr Seele dus) ga ik aan tafel zitten met een groot wit blad voor ons. Dat schrijven we dan zo vlug mogelijk vol. De angst voor het witte blad, weet je wel. En dan beginnen we te discussiëren en te schrappen. Wat overblijft zou grappig moeten zijn, niet alleen voor ons beiden, maar ook voor andere mensen. We zijn er ons echter wel van bewust dat wijzelf nog voor een té marginaal publiek werken om daarrond een televisieserie te maken. Daarom was de inbreng van regisseur John Erbuer erg belangrijk. Hij vertaalde onze ideeën naar een groot publiek. Sommige zaken gingen er dan uiteraard uit, hij voegde ook eigen ideeën toe. Maar wel volledig met onze goedkeuring.”
Ondertussen tekende Kamagurka natuurlijk verder in “Humo”, waarin mijn ex-leraar Miel Swillens destijds een lezersbrief liet verschijnen ter verdediging van Tindemans en met als slot: “Het lijkt misschien van de hak op de tak springen, maar toch bestaat er een verband. Is het nog niet tot Humo doorgedrongen dat de geestelijke (?) background van huistekenaar Kamagurka, een nihilisme met sterk sadomasochistische inslag, wezenlijk verwant is aan die van het fascisme?”
MARIO
Kamagurka schreef ook “Mario ga eens opendoen er werd gebeld” speciaal voor het N.T.G. Het werd Kamagurka zoals te verwachten en te voorzien was. Zelfs de muziek van Johan De Smet was min of meer te voorzien, maar daarom niet minder geslaagd. De mini-opera, ingestudeerd door Françoise Van Hecke, met de poolreiziger was m.i. dan ook het beste onderdeel. Maar ook de machinisten hadden hun werk, want dit toneelstuk was zoniet grensverleggend, dan toch publiekverleggend! Plotseling zagen we de dingen soms in een heel ander licht (van Jaak van de Velde).
Kamagurka in Toestanden: “Ik moet zeggen dat ik niets, werkelijk niks van theater afweet. De enige flitsen theater zie ik tijdens het switchen op mijn tv en soms zie ik dan op RTBF wat volkstheater waarin ze onverstaanbaar Frans spreken dat op West-Vlaams lijkt. Ik ga eigenlijk nooit naar het theater. Het interesseert me geen bal. Want tegenwoordig gaat het alleen maar om de vorm. Daarom ga ik ook zo weinig naar theater. Ik weet op voorhand: het zal weer vorm zijn. Dat interesseert mij bitter weinig. De vorm dient om de inhoud over te brengen. De vorm is echter altijd aanwezig omdat er geen inhoud is.”
Toch was ook “Mario, ga eens opendoen, er werd gebeld” meer vorm dan inhoud. Mede misschien door het feit dat de regisseur zowaar Sam Bogaerts is. Maar niet huilen, Kama, er is wel degelijk ook inhoud: Chris Thijs (Vera) en Walter Moeremans (Mario) vormen een gelukkig huisgezinnetje dat weldra zal worden uitgebreid met een heuse baby met alles erop en eraan. Dat het huis ondertussen wordt verbouwd (zowel het NTG als Kamagurka’s eigen huis werden op dat moment verbouwd) zodat de buren Magda Cnudde (Mia) en Erik Van Herreweghe (Henk, tevens minnaar en Poolreiziger) zo maar binnen en buiten kunnen lopen, mag toch geen beletsel zijn. Zo weet Lieve Moorthamer als Rosa ons te vertellen, want dat doen vertelsters meestal. Vertellen dus. B.v. dat het niet allemaal gaat zoals het zou moeten gaan, zodat Herman Coessens ofte Vermote, de loodste gieter van het land, eraan te pas komt. Evenals Peter Marichael (Ex-Jan en nu Dolf De Puydt) en Gerald Brown (Velmote, een namaak-loodgietel uit Japan).
BERT EN BOBKE
Nadien verleende Kama zijn medewerking aan het Salon, de niet zo geslaagde “leerschool” van het NTG. Typisch voor het lage peil was Liesbet Swings als Karen Thimm, die we kort daarvoor ook al (als Siamese tweeling met Kaat Van Zomeren) hadden zien afgaan in “Bert en Bobke en andere komieken”, al was dit voor de rest toch een betere voorstelling. De grappen waren getekend wel beter dan geacteerd, maar kom, we hebben toch gelachen. Kamagurka nam trouwens bijna het hele stuk op video op. Tania Van der Sanden was onherkenbaar als moeder Euthanasie, Sam Bogaerts zelf ongenietbaar als kapitein Centimeterdiepte, Jobst Schnibbe was weer Hollands als altijd, Philippe Ceulemans deed buitensporig zijn best onder een schemerlamp, samen met Günther Lesage, die erg goed was op de “auditie”, terwijl ikzelf natuurlijk weer het meeste hield van Katrien Meganck, die naar “La vache qui rit” schreef om haar beklag te doen over het feit dat de kaasjes zo slecht opengaan (terecht!): “Een koe kan daar misschien om lachen maar ik niet.”
De show werd echter gestolen door Bert en Bobke, die ik evenwel niet kon thuisbrengen. Bert leek me wel al wat oud om nog een “veelbelovend talent” te zijn…
TANTE EUTHANASIE
De échte bekroning kregen de “salonisten” dan uiteindelijk nog in “Tante Euthanasie gaat achteruit” (14/5/1994), want niet enkel speelde Tania Van der Sande ook hier de titelrol, ook andere van haar kornuiten werden met rollen bedeeld. Zo was Jobst Schnibbe te zien als Anthony, de Hollandse uitbater van een fitness-centrum, waar Euthanasie terechtkomt als ze is ontsnapt aan haar neefje Marnix (Walter Moeremans) die haar dood tot nu toe rustig had zitten afwachten, maar aangezien het een beetje te lang duurt (ze ligt reeds 64 jaar op sterven) eindelijk een handje wil helpen. Hij moest daarvoor wel wachten tot pastoor Tytgat (Erik Van Herreweghe) en dokter Gandhi (Eddy Spruyt) weg waren. Dat lukt als Jacques de Quaasstecker (Mark Willems), een getuige van Jehova, de dokter komt opeisen om zijn vrouw bij te staan bij de bevalling. Het water is immers gebroken en ze kan niet zwemmen! Maar Marnix krijgt opnieuw geen kans om het lot een handje te helpen, want daar komt Leo (Peter Marichael) binnen. Helaas heeft hij zich gesneden aan de messcherpe klink van Marnix’ deur (om ongewenst bezoek buiten te houden), zodat hij doodbloedt. In stervensnood biecht hij Marnix op dat diens vrouw Marie-Claire al vijf jaar gestorven is, maar dat hij al die tijd haar plaats heeft ingenomen om zijn hemden te strijken en eten te koken.
“En om te vrijen?”
“Ook.”
“Hoe komt het dat ik daar nooit iets van heb gemerkt?”
“Gij niet, maar ik wel!”
Tante Euthanasie maakt van de gelegenheid gebruik om Marnix te verblinden met haar urine (”Biologische oorlogsvoering is niet toegelaten!”), hem een morfinespuit toe te dienen en te ontsnappen. Ze vlucht dus naar een fitness-centrum, want dat kan ze wel gebruiken voor haar doorligwonden. Hier krijgt ze ruzie met Dominique (Chris Thys), aangezien haar man Steven (Herman Coessens) necrofiel is en haar wil bedriegen met Euthanasie. Chriske zoekt soelaas bij Freddy (Erik Van Herreweghe), maar aangezien deze te veel anabole steroïden heeft genomen, biedt hij zijn kloten aan voor in de kiwi-cocktail. Zelf bezat hij zich en neemt hij de sauna voor een toilet.
Dan besluit Euthanasie maar “hier en nu” dat dit een overval is en met een bom bedreigt ze de aanwezigen. De rijkswacht omsingelt het gebouw en eist dat ze haar wapens naar buiten gooit. Dat doet ze prompt, waarna het gebouw nog voor de helft is omsingeld en Euthanasie door de gendarmen Fons (Erik Van Herreweghe) en Jean-Pierre (Peter Marichael) wordt gearresteerd voor moord en voor menstrueren in het openbaar. Een rijkswachter krijgt daarvan uitslag en doet daarover zijn beklag in de rechtzaal tegenover griffier Magda Cnudde. Want die uitslag neemt steeds maar uitbreiding. Zelfs zijn tapijt heeft het nu al.
“Hebt gij dat ook, jeuk aan uw tapijt?”
“Bij mij is’t allemaal planché.”
De rechtzaak wordt voorgezeten door rechter Alzheimer (Cyriel Van Gent), die het woord geeft aan meester ‘t Schijt (Blanka Heirman), die prompt haar familienaam in praktijk brengt, waarna ze dat als baxter aan Euthanasie bevestigt (ja, het gaat er niet altijd even subtiel aan toe). Dat kost het mens haar leven, maar dan verrijst ze, want ze was de dochter van God die na 2000 jaar eindelijk nog eens het woord neemt, maar door voorzitter Alzheimer meteen weer de mond wordt gesnoerd.
De regie was van Sam Bogaerts, het decor van Valentine Kempynck, de kostumes van Hedy Grunewald, het lichtontwerp van Jaak Van de Velde en de muziek van Johan De Smet.
WEES BLIJ
In 1996 waren Kama en Herr Seele op Nederland 3 te zien met “Wees blij met wat je hebt”. In de VPRO-gids zegden ze dat ze het programma in ons land nooit hadden kunnen maken: “De commerciële zenders zijn platzak, zitten met de handen in het haar en weten gewoonweg niet meer welke richting ze uit moeten. Het zijn ontzettende angsthazen, want ze zijn afhankelijk van het geld van de reclame. En bij de BRTN is het heel slecht, dat is net het voormalige Oostblok, met politiek benoemde televisiemakers. Echte dommeriken in onze ogen, die alternatieve televisie geen kans geven.”
Bij nader inzien was de BRTN echter toch niet zo dom, want dit programma haalde hoegenaamd het peil niet van “Lava”. En ook “Kafka kletst”, geen soloprogramma van volksdichter Kamiel Kafka, maar het nieuwe standup-programma van Kamagurka en Herr Seele, dat op 28 januari 1997 in Vooruit te zien was kreeg bij de première nogal negatieve kritieken.
En dan nog niet eens wegens de grappen over Marc Dutroux (”Geachte Heer Dutroux, tot onze spijt moeten we u mededelen dat uw sollicitatie als cliniclown…”), die volgens een telefonische enquête in de Frut écht niet zouden kunnen.
Kamagurka in “Kiosk” (15/1/1997): “Ik doe dat niet zonder aarzelen. Ik stel me in de plaats van de ouders, van de meisjes zelf. Van de vader van Dutroux. Ik wil niemand kwetsen. Art Spiegelman gaf mij ooit de raad: je moet lachen met de hamer, niet met de spijker. De sterkste pakken, en als je toch de zwakste pakt, moet die er sterker van worden. Ik zie dat als een reactie op de wereld van het entertainment. Daar ontbreekt het reële fysieke lijden helemaal. Het wordt weggestopt. Kijk naar die televisie over de zaak-Dutroux. Daar geldt de regel: televisie = emotie = kijkcijfers. En je voelt je dus, wanneer je kijkt, een nummer. Die programma’s zijn gemaakt om me te doen kijken, maar ik ben niet ontroerd. (…) Echt gelukkig ben ik als een optreden goed was. Dat wil zeggen: als ze lachten, op het juiste moment. Niets zo vervelend als verkeerd lachen.”
De reden was eerder dat de twee protagonisten nog niet op elkaar ingespeeld waren. Dat zou in Vooruit een tijdje later dan toch al beter moeten zijn. We kregen alleszins weer Van Patiënten op bezoek en vader Godverdomme. En natuurlijk muziek van Johan De Smet, naast een heel eigen versie van “Killing me softly”, want “humor is onlosmakelijk verbonden met wreedheid. Maar is niet de hele natuur keihard en onrechtvaardig? In mijn tuinvijvertje probeerden twintig kikkers te overwinteren. Toen het ijs dooide kwamen al hun lijkjes bovendrijven! Dat is toch zielig! Bij het werpen van broodbrokjes (voor meerkoeten, RDS) stelde ik tot mijn ontzetting vast dat het kleinste exemplaar steeds te laat bij het voedsel aankwam. Toen het toch bijna lukte, werd het diertje bestolen door zijn eigen moeder. Mensen gaan even schaamteloos tewerk. Dan zie ik geen reden om grapjes te vertellen over goedheid! De wanhoop trachten wij via humor te verbrijzelen. Ook de joden in de concentratiekampen overleefden dank zij hun zwarte grappen. Vriendelijke grapjes zijn energieverspilling.” (GVA, 23/1/1997)
Toch werd Kamagurka milder met het ouder worden. Eerst kwam het weliswaar nog tot een breuk met Herr Seele, omdat die te veel op televisie was te zien, maar nadien werd Kamagurka zelf een vaste prik in “De laatste show” van Marc Uytterhoeven, toch een programma voor een “groot publiek” zodat hij zich een beetje gedeisd moest houden. En? Hij deed het. Met zijn bijdrage voor “Man bijt hond” (een lijn trekken rond België) werd hij zelfs bijna populair. Behalve dan bij sommige mensen die hem liever niet met zijn kalklijn voor hun deur zagen passeren. Ook hier gold het gezegde: “Not in my backyard!”

Ronny De Schepper


0 Reacties tot “Kamagurka kan het weten: “Niets is zo vervelend als verkeerd lachen””


  1. Geen Reacties

Reageer




Blog-teller

  • 84,833 keer aangeklikt

uit de oude doos