10
Mei
08

Sandra Bullock in “A time to kill”

Vanavond om twintig over negen op 2BE: “A time to kill”, een Amerikaanse thriller uit 1996 van Joel Schumacher naar het boek van John Grisham. Naast Sandra Bullock worden de mannelijke hoofdrollen vertolkt door Matthew McConnaughey en Samuel L.Jackson.

Het is alweer dertig jaar geleden dat The Sex Pistols de punkrage inluidden met hun elpee “Never mind the bollocks, here are the Sex Pistols”. Wat “bollocks” precies zijn, zoek je maar eens op in een goed woordenboek, maar we geven u alvast een tip: als men ze wegneemt bij een jonge stier, dan krijg je nadien een “bullock”.
Iemand anders met die naam, Anna Mae Bullock b.v., zou die onmiddellijk veranderen in, zeg maar, Tina Turner, maar niet zo bij Sandra Bullock. Zij draagt haar familienaam als een vlag, net zoals ze op de middelbare school ook zo graag rebelleerde. Dat was dan in Duitsland, want ondanks het feit dat Sandra Bullock bijna dertig jaar geleden in Washington werd geboren, keerde haar moeder, een Duitse opera-zangeres met de voorbestemde naam Helga, terug naar haar vaderland om daar carrière te maken. Vader John Bullock, eveneens een opera-zanger, bleef echter liever in de States, zodat Sandra en haar zus Gesine al op heel jonge leeftijd kennismaakten met luchthavens en tutti quanti. Haar moeder drong er ook op aan dat beide dochters lid zouden worden van een kinderkoor en piano- en danslessen nemen, zodat Sandra zoals zovele slecht aangepakte jongeren een afkeer kweekte van het hele operawereldje.
Nochtans kan opera je leven redden, zoals vader Bullock mocht ondervinden toen Sandra tien jaar oud was. Hij had zich een hoevetje aangeschaft en was het omliggende landgoed aan het omploegen toen hij van de bulldozer viel en eronder terechtkwam. Hij verloor enorm veel bloed, maar slaagde erin zich 24 uur in leven te houden door zijn bloedsomloop op gang te houden met het zingen van vocalises. Op die manier werd hij ook door twee van zijn studenten gevonden. In het hospitaal besliste men van zijn beide benen te amputeren, maar moeder Helga stak daar een stokje voor. Zij vloog met haar kinderen terug naar Amerika en verzorgde haar ex-man tot hij er weer helemaal bovenop was. Ondertussen werden de kinderen echter wel aan hun lot overgelaten, wat nog meer bijdroeg tot het rebellerende karakter van Sandra.
Als ze universitaire studies in North Carolina wil aanvangen en niet weet wat kiezen, grijpt Sandra dan maar naar “dramatische kunst”. De methodes van Lee Strasberg of van Stanislavski liggen haar niet, maar bij Sanford Meisner klikt het plotseling. Zijn methode bestond erin dat men eigen ervaringen verwerkt in de imaginaire toestanden waarmee je in een stuk wordt geconfronteerd. Dat was natuurlijk “gefundenes Fressen” voor iemand als Sandra. Ze kanaliseerde al haar frustraties naar haar acteerprestaties en vond eindelijk haar draai in het leven.
Ze debuteerde “off-Broadway” in “No time flat” en het cult-stuk voor lesbiennes “Go Fish”. Ze krijgt daarna wat televisiewerk in reeksen als “Lucky chances” en “Working girl” (waarin ze de rol vertolkt die Melanie Griffith in de gelijknamige film heeft) en de TV-film “The Preppy Murder”. Daarop volgt haar debuut op het grote scherm met “Love Potion nr.9″, waarin ze meteen de hoofdrol vertolkt van een wetenschapper die een drankje uitvindt dat haar onweerstaanbaar maakt. Dat was alvast geen moeilijke rol om zich in te leven!
Daarna is het de beurt aan “A thing called love”, de laatste film van River Phoenix. De titel doet ons aan een vreselijk nummer van Johnny Cash denken en jawel hoor, ze speelt hierin een country-zangeresje. Het lied “Heaven knocked on my door” (niet te verwarren met “Knockin’ on heaven’s door”!) werd overigens door haarzelf geschreven. “Het was de bedoeling dat het een slecht lied zou zijn en toch wilden ze beroemde componisten daarvoor duur betalen. Dat vond ik weggegooid geld.” Over weggegooid geld gesproken, ondanks het feit dat de film geregisseerd was door Peter Bogdanovitch werd het de grootste flop van 1993. Hij kostte 14 miljoen dollar en bracht zelfs niet één miljoen op.
Een andere monumentale flop was “The Vanishing” van de Nederlander George Sluizer. Er was nochtans een kleine kans dat zij de film had kunnen redden, maar helaas speelde zij het eerste liefje van Kiefer Sutherland, dat reeds na twintig minuten uit de film verdwijnt, ten voordele van Nancy Travis als tweede lief van Sutherland, maar dat was eigenlijk een miscast. Sandra Bullock acteerde immers veel beter, was veel mooier is en had veel meer gezonde sex-appeal dan Travis. Nu ja, ze hoeft er niet om te treuren, de film was toch een flop over heel de lijn. Een schande eigenlijk in vergelijking met Sluizers oorspronkelijke Nederlandse versie “Spoorloos”.
Daarna volgden nog “When the party’s over” en “Wrestling Ernest Hemingway” van Randa Haines met Shirley McLaine, Piper Laurie, Richard Harris. Hierin speelt ze het dienstertje Elaine dat Robert Duvall elke dag voorziet van zijn eigenzinnig ontbijt. De meeste van deze films werden hier niet uitgebracht en, gemeten aan het succes in Vlaanderen van “The vanishing” en “Hemingway”, was dat ten zeerste terecht. De komedie “Al Fresco” deed er in de VS zelf reeds drie jaar over om in de bioscoop te geraken!
Men kan dus niet beweren dat Sandra Bullock langs de grote poort de film is binnengestapt. Maar dan was er “Demolition man” en plotseling kwam alles in een stroomversnelling terecht. In deze film gijzelt Wesley Snipes immers een bus en dat moet Jan De Bont, de man die in de reeks over de Nederlandse film Jeroen Krabbé in het Engels te woord stond (!), op een idee hebben gebracht. In “Speed” is ze immers het moedige meisje dat het stuur overneemt van de gedynamiteerde bus en op die manier Keanu Reeves binnenrijft.
Ook de slogan “Send a maniac to catch a maniac” van “Demolion man” werd in “Speed” hernomen, zij het dat Sylvester Stallone in onze ogen toch iets meer “maniak” is dan Keanu Reeves. Zeker als we de scène in herinnering brengen waarin hij “virtuele seks” heeft met Sandra. Het lot kan soms “crazy ways” hebben, want eigenlijk is Sandra Bullock pas voor de film aangezocht nadat Lori Petty (”A league of their own”) na twee draaidagen aan de deur werd gezet.
Aan “Speed” hield ze niet alleen een rijbewijs A aan over (”nu kan ik altijd ergens terecht als ik zonder werk val”), maar ook het grote geld lachte haar nu toe. Alhoewel ze zich daarvoor zelfs laat verleiden om in een romantische Disney-komedie (”While you’re sleeping” van Jon Turteltaub met verder nog Bill Pullman) op te treden, wordt het toch goed besteed. Haar grote liefde gaat nog altijd uit naar kleine theatertjes en nu heeft ze er zelf een opgericht, terwijl ze ook haar vroegere vrienden aan werk tracht te helpen. Braaf meiske geworden, die Sandra!
De acteurs waarmee ze graag zou werken zijn Tom Hanks, Gerard Depardieu en Hugh Grant, maar dat was vóór die zich op de openbare weg liet pijpen. Wat ons tot het slot brengt en het enige wat jullie, jonge stieren die nog geen Bullocks zijn, allemaal willen weten: is Sandra nog vrij? Wel, op dit moment heeft ze het reeds zo ver gebracht dat ze zich een stulpje in Hollywood kan veroorloven, maar ze woont er wel samen met haar zus, die nog rechten studeert. Van een man is er voorlopig geen sprake, nee. Ze heeft vier jaar opgetrokken met acteur Tate Donovan (haar tegenspeler uit “Love potion nr.9″) en nu zou ze iemand hebben leren kennen via Internet, want ze is natuurlijk zelf verslaafd. Zegt ze. Maar de publicitaire stunt voor de film “The Net” was een beetje doorzichtig.
Daarna nam ze (na “While you were sleeping”) voor een tweede maal een rol over van Julia Roberts. In “In love and war” van Richard Attenborough wordt het biografische verhaal van de jonge Ernest Hemingway verteld, dat hijzelf reeds verwerkte in “Farewell to arms”.
“Stolen hearts” is dan weer een domme romantische film uit 1996, waarin ze een kassierstertje is dat verliefd wordt op Denis Leary (bekend van MTV).
Sandra Bullock speelt in 1996 slechts een minder belangrijke rol in “A time to kill” van Joel Schumacher naar het boek van John Grisham. Ze is namelijk zo’n typisch Amerikaanse “whiz kid” (“ik behoor tot de beste vijf van mijn jaar!”), maar dan wel met het hart op de juiste plaats. Daarom biedt ze gratis haar diensten aan aan Matthew McConaughey die als advocaat Jake Brigance de verdediging op zich heeft genomen van de zwarte Carl Lee Hailey (Samuel L.Jackson) die twee blanke racisten heeft neergeknald die zijn tienjarig dochtertje hadden verkracht en voor dood achtergelaten. Deze film zit op heel wat plaatsen fout. Zo komt het er nu op aan Carl Lee “onschuldig” te doen verklaren wegens “tijdelijke ontoerekenbaarheid”. Maar dat is natuurlijk complete nonsens. De man wist heel goed wat hij deed, hij had zijn daad zelfs aangekondigd aan Brigance, maar deze had nagelaten om de (zwarte) sheriff (Charles S.Dutton) te verwittigen omdat hij zelf ook vond dat die twee verdienden te worden neergeknald. En dat vindt natuurlijk iederéén die zich in de rol van de vader inleeft. Maar mag je daarom het recht in eigen hand nemen? “Ik dacht het niet, hé!” zou Wim Helsen zeggen.
Bovendien verkrijgt Brigance de vrijspraak na zo’n typisch emotioneel pleidooi, waar ik meestal al bezwaren tegen heb (een juridische uitspraak zou niet mogen afhangen van zo’n truken van de foor), maar in dit geval nog méér aangezien een filmadvocaat maar zo briljant kan zijn als de schrijvende advocaat (in dit geval dus Grisham) zelf. Grisham zet met andere woorden zijn eigen kunnen hier eens in de vitrine.
En tenslotte hangt er natuurlijk een love story in de lucht tussen Bullock en McConaughey. En als het geen love is dan op z’n minst toch zweterige lust in het broeierige zuiden van de VS. Maar dat kàn natuurlijk niet: zoals zopas gezegd is het uiteraard de bedoeling dat de advocaat heilig wordt verklaard. En heiligen hebben géén sjarel tussen hun benen hangen en al zeker niet als ze een zaak met een seksueel aspect (verkrachting) moeten pleiten. Daarom volgt er op het einde een belachelijke scène waarin de vrouw van de advocaat (Ashley Judd) terugkeert (ze had hem verlaten omdat ze – terecht - voor haar leven en dat van haar dochtertje vreesde, aangezien er ook nog een over the top nevenplot is waarin zowaar de Ku Klux Klan een hoofdrol voor zich opeist) om te zeggen dat ze haar “fout” heeft ingezien en dat hij het wel degelijk bij het rechte eind heeft. Over and out!
Keanu Reeves van zijn kant was niet van de partij in “Speed II”, omdat hij de voorkeur gaf aan zijn rockgroep Dogstar. Reeves werd vervangen door Jason Patric (”Rush”, “The Lost Boys”, “Geronimo”, afgewezen minnaar van Julia Roberts). De schurk van dienst was deze keer Willem Dafoe.
Daarna is Sandra Bullock samen met Nicole Kidman te zien in de Amerikaanse romantische horrorkomedie van Griffin Dunne uit 1998, “Practical magic”. Dit wordt gevolgd door “Miss Congeniality”, een Amerikaanse komedie uit 2000 van Donald Petrie met Sandra Bullock in de rol van FBI-agente Gracie Hart die undercover gaat als Miss New Jersey bij de Miss United States verkiezing.
Daarna is er “Murder by numbers”, een Amerikaanse thriller uit 2002 van Barbet Schroeder met Sandra Bullock in de rol van inspecteur Cassie Mayweather.
In “Two weeks notice”, een Amerikaanse komedie uit 2002 van Marc Lawrence, speelt Sandra Bullock Lucy Kelson, een knappe, geëngageerde advocate die tegen wil en dank voor rokkenjager George Wade werkt (een rol voor Hugh Grant), die op de koop toe meer dan de helft van de New Yorkse immobiliënmarkt bezit. Het ligt voor de hand dat Wade tot inkeer komt en dat het “unlikely couple” uiteindelijk toch samen komt, maar het valt allemaal wel mee als je gewoon als criterium neemt: onderuit zakken in je zetel met een blikje bier en een zak chips binnen handbereik.


0 Reacties tot “Sandra Bullock in “A time to kill””


  1. Geen Reacties

Reageer




Blog-teller

  • 66,356 keer aangeklikt

uit de oude doos