Hebt ge nu ook die onnozele scène in “Aspe” gezien? Ik had me er vorige week al over geërgerd, maar alles gaat dan zo rap, ik wachtte op het vervolg om met een definitief oordeel uit te pakken. Maar ik blijf bij mijn mening! Het gaat uiteraard niet over de scène waarin Frank sterft in de armen van Guido (een regelrechte tearjerker), maar wel naar de aanloop ernaar. Hoe het zo ver is kunnen komen met andere woorden. En daar is scenarist Paul Piedfort (zou dat zijn echte naam zijn? Of is het een pseudoniem van Walter Grootaers of Jean-Marie Dedecker?) toch wel heel lichtvoetig overgegaan. De hele constructie met Frank als gemaskerde gijzelnemer en de échte gijzelnemer vermomd als gijzelaar was al van de pot gerukt, maar de dramatische afloop was helemààl om te gillen. Zo ként de politie de gijzelnemer. Niet enkel van naam, maar ze hebben ook een persoonsbeschrijving. En Tom Van Bauwel is verdomme niet enkel twee keer zo dik als Gunther Lesage, hij is ook nog eens twee koppen kleiner! Bovendien rijdt uiteindelijk de echte gijzelnemer alleen weg met de vluchtauto, zonder gijzelaars! Wat dacht de politie dan? Dat een gegijzelde ervandoor ging en dat de gijzelnemer zelf nog wat onhandig met een pistool stond te zwaaien? Komaan zeg, wat een onzin!
Het is nu de vraag of Frank en, wat belangrijker is, ook Guido uit de boeken van Aspe zelf zullen verdwijnen (Guido levert immers zijn politiepenning in, na het schietincident met Frank)? Frank is niet echt een probleem. Ik ben geen echte trouwe lezer, maar mijn vrouw verzekert me dat in al de boeken die zij tot nu toe gelezen heeft (ongeveer de helft van wat verschenen is) Frank niet voorkomt, dus dat is simpel. Maar Guido??? Dat is toch de “Watson” van Sherlock Van In?
Pieter Aspe(slag), de ex-conciërge van de Heilig-Bloedkerk in Brugge, debuteerde in 1995 op 42-jarige leeftijd met “Het vierkant van de wraak” (Manteau). Dit is een thriller van het betere genre met weinig bloed, veel denkwerk en intellectuele referenties aan de Tempeliers e.d. Een beetje à la François Mauriac vindt Herwig Leus. Toch zitten er ook verwijzingen in naar Pro Vita, Anthony De Clerck en zelfs naar het openbaar verbranden van een Magritte door Jan Bucquoy.
Dirk Demuynck van uitgeverij Manteau vertelt over hem in de Standaard der Letteren van 24/12/1998 het volgende: “Sommige auteurs, zoals Bob Mendes, bereiken een typisch mannelijk publiek. Anderen, zoals Pieter Aspe, hebben ook veel vrouwelijke lezers. Dat heeft te maken met de inhoud en de manier waarop hun boeken geschreven zijn. Bob Mendes schrijft politieke thrillers, maar bij Aspe heb je twee invalshoeken: het spannende verhaal, dat vooral mannelijke lezers aanspreekt, en de relatie van het hoofdpersonage met Hannelore, wat vooral de vrouwelijke lezers interesseert.” Er zit ook nogal wat erotiek in, wat men in de VTM-verfilmingen uiteraard niet naliet om in de verf te zetten…
Daar werd de rol van Guido Versavel in de persoon van Lucas Van den Eynde aanzienlijk verjongd en mijns inziens terecht. De openheid waarmee het korps met de homoseksualiteit van Versavel omgaat, doet allicht meer voor de homobeweging dan eender welke parade waarin ze met hun kont bloot lopen, maar het is wel vrij ongeloofwaardig voor zo’n oude nicht. Bovendien wordt ook het typische partnership erdoor verstoord: er is geen bezwaar tegen dat er op het bureau een oudere wijze zit die de onstuimige Pieter Van In de hand boven het hoofd houdt, als hij weer eens de wet heeft omzeild, maar als “partner in crime” heeft Van In (die “uiteraard” dezelfde leeftijd heeft als Aspe, m.a.w. toch ook niet meer zo piep) beter een jongere collega aan zijn zijde, die meer risico’s durft te nemen. Versavel is bijvoorbeeld een expert in computers, dat is ook geloofwaardiger indien hij een dertiger zou zijn i.p.v. een vijftiger. Maar goed, het kwaad is geschied, Aspe kan hierop nog moeilijk terugkeren natuurlijk.
Een ander typisch kenmerk voor Aspe is dat de overheid in bijna ieder verhaal een negatieve rol speelt. Wellicht denkt hij hiermee “links” te zijn (diezelfde gezagsdragers hebben meestal banden met extreem-rechts) maar in werkelijkheid voedt hij daarmee alleen de anti-politiek. Die houding wordt nog dubieuzer als hij in “Tango” zwaar ingaat tegen de bezetters van het Lappersfortbos. Zoals men kan vermoeden, ligt een persoonlijk incident aan de oorsprong hiervan: “Eén van hen heeft mijn dochter van 29 aan de harddrugs gebracht.” (Humo 11/6/2004)
Overigens is “Tango” ook een uitstekend voorbeeld van de belachelijke titels waarmee Aspe zijn werken opzadelt. Hij had vroeger al de gewoonte om zijn titels niet te verklaren zoals bij “De Midasmoorden” of “De kinderen van Chronos” (wie Grieks-Latijnse heeft gedaan, zal daar uiteindelijk niet zoveel problemen mee hebben, maar het blijft natuurlijk een elitaire houding…), maar bij “Tango” loopt het helemaal de spuigaten uit. Dit verhaal heeft immers niets met dans of met muziek of zelfs met Zuid-Amerika te maken. Als het ware achteraf (om de titel toch enigszins te rechtvaardigen) heeft Aspe er een flutverhaaltje aan toegevoegd over het feit dat Hannelore aan haar huwelijksreis in Argentinië een passie voor de tango heeft overgehouden. Maar als hij dan toch een “hippe” titel wilde, dan had hij beter “Matroesjka’s” gekozen, daarmee zou hij alvast veel dichter in de buurt hebben gezeten…
Daarna volgde “Onvoltooid verleden” over extreem-rechts en in 2006 was er “Zonder spijt” over de Bende van Nijvel, meer bepaald over de mysterieuze zelfmoord van Willy Acke, in het boek vermomd als Olivier Demedts. Zijn tweede vrouw Linda wordt dan Annick Demedts en verder is er ook nog journalist Walter De Bock als Wim Degeyter.
Ronny De Schepper
0 Reacties tot “De lichte voet van Paul Piedfort”
Reageer