29
Apr
08

Wat heeft Peter Cnop met 30 jaar Kreuners te maken?

De Kreuners bestaan dertig jaar. Daar schrijf ik elders een stukje over. Maar waarom heb ik ook mijn bijdrage over Peter Cnop voor die gelegenheid aangepast? Het antwoord is slechts een muisklik van u verwijderd…

Walter Grootaers was in de jaren tachtig het onderwerp van een hoorspel van Peter Cnop, “Altijd Alaska”, geschreven voor de toenmalige BRT1-radio. Het onderwerp zeg ik, maar toch ook weer niet. De figuur van Walter Grootaers is exemplarisch voor “een” of “de” Vlaamse rockmuzikant. Nergens in het hoorspel wordt overigens zijn naam vermeld of die van zijn groep. Peter Cnop heeft eerder naar een antwoord gezocht (of beter gezegd: vragen opgeworpen) in verband met het hoe en het waarom.
Peter Cnop: Waarom iemand de niet geringe risico’s wil lopen de veilige bescherming van het anonieme bestaan op te geven om zich prijs te geven aan de openbaarheid, dat bijvoorbeeld. Natuurlijk, het is geen vraag die zich tot het rockmidden beperkt, maar het antwoord ligt allicht anders, dichter bij de kilte die te hard tentoongespreide emoties bij een rockmuzikant kan achterhalen. “Altijd Alaska” heet dat in een lied van de populaire Vlaamse rockgroep, de Kreuners.
Daardoor ligt de motivatie van een rockzanger allicht een stuk dichter bij de misschien wat eenvoudig opgebouwde verwachtingen van de sportbeoefenaar dan bij de naar buiten degelijk intellectueel gefundeerde gedachtenconstructies van zeg maar beeldende kunstenaars.
Een wielrenner kan echter maar enkele emoties, zoals geldingsdrang bijvoorbeeld, kwijt door ze om te zetten in energie. Rock daarentegen biedt de mogelijkheid om een hele waaier van emoties bijna onversneden door te geven in de muziek.
Dit slag rock lijkt daarom ook meer te zijn dan dansmuziek, al kan het daar wel uiterlijke kenmerken van vertonen. In de Verenigde Staten en Engeland bestaat het sinds het eind van de jaren zestig, in andere landen is het om diverse cultureel-economische redenen pas enkele jaren geleden op gang gekomen. Een essentiële voorwaarde is namelijk dat de muziek en de teksten zoniet landsgebonden moeten zijn, dan toch een verwantschap moeten hebben met de gemeenschap waarin ze ontstaan.
Na enig wikken en wegen, bleek de Lierse rockgroep de Kreuners zich hier het best voor te lenen. Ze zingen in het Nederlands, hun teksten wekken de indruk nogal verbonden te zijn met hun persoonlijkheid, de muziek is gevarieerd genoeg om te blijven boeien. Daarenboven konden oude demo-opnamen gebruikt, zodat er met beperkte produktionele middelen tot enige evolutie kon geëvoceerd worden. Nochtans is dit niet in de eerste plaats een document rond de muziek van de Kreuners, maar een dramatische reconstructie van lief en leed van een Vlaamse rockzanger.
Wie de getormenteerde ziel van een rockster wil ontrafelen, komt natuurlijk al vlug bij Lou Reed terecht. Niet alleen roept Grootaers deze anti-held woordelijk op, ook muzikaal wordt naast de Kreunersfragmenten (h)eerlijk gebloemleesd in het chef d’oeuvre van de Meester, “Berlin”. Maar ook het ontluisterende “Living in a rock’n'roll fantasy” van Ray Davies is uitstekend ingepast aan het einde van dit hoorspel dat niet alleen voor rockfans maar ook (vooral?) voor andere luisteraars een openbaring zal zijn.
Peter Cnop is bij de meesten vooral bekend als popjournalist, eerst bij Humo, later bij Knack, maar het grootste deel van zijn professionele leven heeft hij gesleten op de VRT, waar hij op de persdienst een collega was van Fons Mariën en Willy Van Poucke. Zijn aanwezigheid op de openbare omroep leverde ook een aantal luisterspelen op, zo o.m. over De Kreuners, maar ook b.v. “De Beatles in Vladivostok” dat op de VRT-radio werd uitgezonden in een regie van Flor Stein met David Davidse (als Ronny Renaldo), Oswald Versyp, Ugo Prinsen en Jacky Morel.
Ronny Renaldo (alias Ronald Rottiers) had in de jaren zeventig een waanzinnig succes met gekruide versies van Beatles-songs. Sindsdien verbraste hij op Aruba al zijn geld. Uit noodzaak keert hij dus terug naar Vlaanderen, maar hier is iedereen hem vergeten. Zelfs zijn vroegere begeleider Fred Alquin, die nu een succesvol pianist à la Richard Clayderman is, kan hem niet aan een televisie-optreden helpen. We leven nu immers niet meer in the age of aquarius maar the age of the ratings.
Dat Davidse niet enkel The Beatles maar ook Franz Schubert moet zingen, blijkt geen punt, want hij heeft een klassieke zangopleiding achter de rug en zou zelfs nog in het Muntkoor hebben gezongen…
Uit de samenwerking Cnop-Davidse groeide in 1991 ook het plan voor “Hout”, een soort van kameropera op muziek van Xavier Verhelst en uitgevoerd door het Cheopskwartet, maar deze adaptatie van het “Philemon en Baucis”-verhaal (waarbij Davidse zowel de rol van de man als die van de vrouw voor zich zou nemen, uiteraard zou ik zo zeggen, met een knipoog naar Madame de Coeur Brisé) voor het Gentse Nieuwpoorttheater bleef in de startblokken steken.
Er zijn uiteindelijk wel degelijk twee voorstellingen van ‘Hout’ geweest, waarvan één zelfs in het Gentse Nieuwpoort in 1991, en dan ook nog één in Logos in 1993, maar dan met, naast het Cheops, An Vercruysse en Kurt Rogiers (yep, dé). Een ingekorte versie werd in 1994 voor Radio 3 opgenomen als ‘Philemon & Baucis’, met Doris Van Caeneghem en Ugo Prinsen, in de symfoniezaal (en de fameuze Studio 6) van het Flageygebouw.

Ronny De Schepper


0 Reacties tot “Wat heeft Peter Cnop met 30 jaar Kreuners te maken?”


  1. Geen Reacties

Reageer




Blog-teller

  • 53,121 keer aangeklikt

uit de oude doos