Paul Berkenman, alias Roger Thienpont (1926-2002), schreef een aantal toneelstukken (b.v. “Papavers in de poppenkast” en “Bloemen op beton” voor Arca), waarbij “Lucien en Martine” (oorspronkelijk voor het GAT) zelfs het BRT-scherm haalde. Geen wonder, want hij was er letterlijk voor in de wieg gelegd, aangezien hij is geboren in café Minard (vlak naast de schouwburg). Hij is in dat genre ook bekend als bewerker (b.v. “Karel ende Elegast” voor Taptoe) of als vertaler (veel Molière), maar hij werd vooral bekend als librettist. Meestal in het musicalgenre (bijna alle Arena-musicals en ook veel van het daaropvolgende BVV, maar ook voor het NTG, b.v. “A funny thing happened on the way to the forum” en “Cabaret”), maar voor “Een land waarin men leven kan” werkte hij b.v. samen met Louis De Meester. Samen met Raymond Cohen en Marcel De Backer draaide hij ook een aantal films. Eerst in het Nederlands (”Prelude tot de dageraad” en “Want allen hebben gezondigd” met Jef Demedts, Hilde Uytterlinden, Suzanne Juchtmans en Raf Reymen), nadien (omdat er niet genoeg afzet was voor Vlaamse films) in het Frans (”Amour en automne” en “Une fille sans bagage”). Nochtans debuteerde Roger als dichter in het tijdschrift “Klaverdrie” van Johan Daisne. Daar is ook de oorsprong van zijn pseudoniem te vinden: aangezien hij verliefd was op ene Paula, noemde hij zich na het zien van het stuk “Tine en Berken” Paul Berkenman. Met zijn haikoe-bundel “Een kinkhoorn gelijk” won hij nog in 1989 zowaar een wedstrijd in Tokio.
13
Apr
08
0 Reacties tot “Paul Berkenman”
Reageer