Mich Verbelen (°Jette, 1953) is legendarisch geworden in de tijd dat hij bassist was van Raymond Van het Groenewoud.
De laatste tijd zie je steeds meer 5-snarige basgitaren. Hoe komt dat eigenlijk?
Mich: Het voordeel van een 5-snarige bas is dat als je 1 snaar breekt, je d’er nog steeds 4 hebt! ;-) Nee, ernstig, de lage si-snaar geeft u de mogelijkheid om de lage re en de lage do te spelen. Wat in sommige gevallen best aardig klinkt, maar echt noodzakelijk is dit niet.
In de tijd van “Vlaanderen boven” droeg gitarist Jean Blaute vaak een uniform van de welpen en dat vormde toen de aanleiding om eens aan alle Centimeters te vragen of ze ooit bij een jeugdbeweging waren geweest?
Mich: Ja, bij de VVKS (de scouts). Vandaar dat ik nog altijd een voorbeeld ben voor de mensen.
Men zegt wel eens dat de scouts een paramilitaire opleiding krijgen…
Mich: Wij kwamen gewoon bij elkaar om ons te amuseren en dat heeft niets met ideologie te maken. Je ging gewoon naar de jeugdbeweging die het dichtst in de buurt was en als je het daar plezant vond, dan bleef je daar.
Was het een gemengde jeugdbeweging?
Mich: In die tijd was dat bijna ondenkbaar. Ik spreek nu over veertig jaar geleden. Wij hadden wel sommige gemengde activiteiten, want wij waren zoals gezegd alternatief en progressief.
Kun je nog anekdote uit die tijd oprakelen?
Mich: Och, het zijn er teveel, want het was een fameuze tijd: in de bossen spelen, shotten, creatief zijn …
Creatief zijn? Ook op muzikaal gebied?
Mich: Oh neen, daar dacht ik niet aan. Ik hield wel veel van Tim Buckley, Grateful Dead en The Pebbles, maar ik had er geen flauw vermoeden van dat ik later muzikant zou worden.
Hoe is dat dan gekomen?
Mich: Wel toevallig lag daar thuis al tien jaar een gitaar waarop niemand speelde en dan ben daar maar een beetje beginnen op tokkelen, en dan krijg ik op een bepaalde dag een telefoontje van iemand van “Pendulum” of ik niet bij die groep wilde komen spelen. Zo eenvoudig is dat gegaan.
Deze country-rockgroep was heel erg belangrijk voor de ontwikkeling binnen ons popwereldje. Ze speelden immers reeds country-rock (”It’s a beautiful day”) toen het nog geen rage was. Dat was tegelijk ook een beetje hun ondergang want binnen de groep waren er tegenstellingen. Leider Serge Demol was wel niet per se gekant tégen elektrische country, maar verkoos toch een akoestische aanpak. Volgens hem was… Mich Verbelen de “kwade geest” in de groep.
Serge: Met Mich, die niet zo erg hield van akoestische folk, werden we meer en meer elektrisch, waar hij kon doorspelen zonder intomen. Uiteindelijk waren we met drums een volledige elektrische groep, met nog twee akoestische nummers (daar ze op plaat stonden). Wat me echter niet meer lag en de boel niet liet draaien. De inzet was er uit en het was nog slechts een kwestie van enkele maanden. Berlare en de Aula te Leuven waren half november (1972, RDS) dan ook onze “dernière” optredens. Gitarist Firmin wou verder met Kris (De Bruyn) en Mich, dit hakte dan ook de knoop door. (Tliedboek nr.27).
Mich: Er waren wel meningsverschillen maar die lagen dan toch op een ander vlak. Ik ben uit de groep gestapt omdat ik solidair was met mijn vriend Erik Van Neygen. Ook ik kantte mij immers tegen het zingen in het Engels, vandaar dat ik naar Luk Tegenbos ben getrokken.
- Zat dat Engels je dan zo hoog? Jij bent toch maar een begeleider, wat kan je dat dan eigenlijk raken?
Mich: Ik ben niet “maar” een begeleider. Als ik dat was, zou ik even goed bij Will Tura kunnen gaan spelen. Ik wil een repertoire spelen waar ik achter kan staan!
Pendulum viel dus uiteen nog voor ze een elpee konden maken. Ondanks het feit dat de tweede single (“Early morning rain”/”Cajun music”) flopte, waren bijgevolg toch alle elementen voorhanden om tot een legende uit te groeien. Erik Van Neygen ging eerst bij Raymond Van het Groenewoud (Louisette) en nadien solo. De zo geprezen steelgitarist Arthur Huysvelt wilde de country-rock geen vaarwel zeggen en o.m. met Mich (hoezo geen Engels?) en ook Simon Shrimpton-Smith (van bij Kris De Bruyne, tevens confrater van Gregory Ball) probeerde hij het als Steel Machine te “maken”. Toen het mislukte, waagde hij het opnieuw met Tangle Wood, maar ook deze poging bloedde dood. Derde keer goede keer, dacht Tuur en hij richtte White Spirit op. Het werd weer niets en Tuur verdween in de nevelen van de tijd, om precies te zijn in Gent nog wel! “Leider” Serge Demol stichtte eerst “Pendulum 2” samen met de Britse bassist John Colston, maar het was met Transit dat hij voor het eerst een elpee kon opnemen. Firmin Michiels heeft nog een poging gedaan met the Condors samen met Lazarus (Wim Buelens). Net als destijds bij Magenta werd er heel wat drukte gemaakt rond deze groep vóór zij een plaat uitbrachten of op een podium klommen. Maar eens het zover was, gingen ze af als een gieter.
Mich Verbelen zelf stapte over naar het knotsgekke “Smartlappenensemble” van Luk Tegenbos, waarin ook Big Bill debuteerde. In de 21ste eeuw dook Tegenbos (°1949) plotseling weer op als één van de twee portretschilders in “Man bijt hond”. Hij is de “traditionele” (die ik overigens het meest kan appreciëren), de “progressieve” (met zijn grote monochrome vlakken) is Dirk Eelen (°1976), de broer van Jan Eelen, de regisseur van de komische reeks “Het Eiland”.
Van Luk Tegenbos ging het naar Ivan Heylen. Voor diens “grappig accent” ging heel Nederland uit de bol. Zijn “Werkmens” was muzikaal echter allesbehalve een slecht nummer. Een succesvolle Engelse groep uit die tijd (ik geloof dat het Mud betrof, als het niet Mungo Jerry was), beweerde zelfs dat zij een Engelse versie van het nummer zouden opnemen. Hoeft het dan verbazing te wekken dat ik mij onmiddellijk aan het werk zette om “De wilde boerendochter” tot “The wild farmer’s daughter” om te dopen? Helaas, een gouden plaat zat er voor mij niet in. (*)
Mich werd daarna bassist bij Raymond van het Groenewoud en speelde naast Raymond ook mee in “Verschrikkelijk verstandig”, een toneelstuk geregisseerd door Marc Didden in de Brusselse Beursschouwburg. Door zijn bijdragen in de fameuze Urbanus-filmpjes had ik reeds een acteur in hem vermoed. Vooral dan een komisch acteur, maar net als voor zovelen uit de periode van de “stomme film”, kwam de overschakeling naar de “sprekende film” veel te snel. Mich mocht dan al een prachtige tweede stem zijn voor “Bleke Lena”, een goede toneelstem had hij echter helaas niet. Daarom eindigde zijn toneelcarrière hier.
Op het hoogtepunt van de roem van RvhG & de Centimeters was er ook zoiets als “het Mich Verbelen Kwartet”…
Mich: Dat kwartet bestaat uit Raymond van het Groenewoud, Johan Verminnen, Jean Blaute en mij. En Stoy Stoffelen dan nog meestal aan de drums. Ach, het kind moest een naam hebben, zodus… Oorspronkelijk was het de bedoeling van veel samen te zingen (close harmony), maar al vlug werd het een hele gekke toestand met Johan aan de drums en zo. Ook Firmin Timmermans wil wel eens langskomen met zijn Elvis-imitatie. Kortom, het ludieke primeert. We zingen dan ook in het Engels (“The Letter”, “Long Tall Sally”…), maar ook in het Frans (“La vie en rose”), het Duits, het Italiaans (“Que sera, sera”), enz. Meestal komisch en geen nummers die eigenlijk op het repertoire van Raymond of Johan staan, tenzij dingen zoals “Italianen”.
Als lid van de Centimeters zou hij later ook nog Roland van Campenhout en Jan De Wilde begeleiden (deze laatste over Mich: “Een zeer goede gitarist, zo in Doc Watson-stijl”).
Nadien verdween hij haast helemaal uit beeld. Volgens geruchten kwam hij aan de kost als gevelschilder (net als de jonge Boon en Claus). Het was dan ook een hele verrassing dat het Centimeters-trio samen met Roland en verder ook nog violist Philippe De Chaffoy en Patrick Riguelle in de zomer van 1994 opnieuw de baan opging onder de benaming The Westhinder Lighthouse. De groep was tot stand gekomen omdat ze in de studio de CD van Sara Bettens muzikaal hadden verzorgd. Helaas werd het daarna opnieuw stil rond Mich. Al zagen we hem elk jaar wel blakend van gezondheid en met ingevette kuiten aan de start van de Ronde van Vlaanderen. Daar zorgde hij eerst met Jean Blaute, nadien met Jan De Smet voor animatie aan de start in Brugge.
Mich Verbelen: “Ik heb mijn gitaar inderdaad nog niet weggegooid. Well, I’m still alive and pickin’ and singing and stomping the bass. Kom eens naar een optreden van de Silver Foxes, featuring Patrick Riguelle en de onvolprezen Pol De Poorter, en mezelf natuurlijk, ook zeer onvolprezen. Zet uw cowboyhoed dan maar op, want we spelen zowel country als western. Ik heb ook een CD’tje gemaakt met Tucker Zimmerman en Little Jimmy. Maar het belangrijkste is allicht dat ik ondertussen grootvader ben geworden. Ik ga overigens nog elke dag netjes werken. Help ook mijn vrouw in haar pas opgestart bedrijf. Beantwoord mijn mails veel te laat of niet. Probeer nog een beetje te sporten. Nog steeds kort van stof. Cholesterol is ok. Drink nog graag en veel. Rook nog steeds.”
Ronny De Schepper
(*) Hierbij, omdat niemand ernaar vraagt, de originele bewerking:
THE WILD FARMER’S DAUGHTER
muziek: Yvan Heylen
tekst: Ron Dovan
This is an old American folksong about a wild farmer’s daughter.
Somewhere down south
Amidst the mountains of Kentucky
There lies a little village
Divided in some big farmlands
Of course
On one of them
There lives a wild farmer’s daughter
She’s only thinking about sex
And the boy next door
A couple of miles away
He loves her like a nut
But she won’t even look at him
Although he has made a song for her
With very nice words
And when he passes her ranch in the evening
And he sees that her candle’s still burning
He puts his hands deep in his pockets
And with his head a little bent
He sings his song
For her! For her!
Hey good-looking
You know that I love you so
Show me now how much you love me too
Hey good-looking
You know that I love you so
Show me now how much you love me too
And take me take me take me
Take me and light my fire
Take me take me take me
Take me or I’ll die
Do it then! Do it then!
Good-looking, good-looking
But you know
What can you do about it
Such a fire can’t be extinguished in a year
And each time when the trees start blooming
It begins again
Her eyes are on fire
She don’t want a quiet one
She wants a wild one
Although he isn’t so quiet
But his fire is not so visible
And when he passes her ranch in the evening
And he sees that her candle’s still burning
He puts his hands deep in his pockets
And with his head a little bent
He sings his song
For her! For her!
Hey good-looking
You know that I love you so
Show me now how much you love me too
Hey good-looking
You know that I love you so
Show me now how much you love me too
And take me take me take me
Take me and light my fire
Take me take me take me
Take me or I’ll die
Do it then! Do it then!
Good-looking, good-looking
And the years went by
And she became twenty-nine
One day he returned from the church
Through the canyons
Alone
And he saw her
It’s now or never
He thought
Like Elvis
And he stopped her and said:
Damn wretch
I love you
And I’ve made a song about it
Hey good-looking
You know that I love you so
Show me now how much you love me too
Hey good-looking
You know that I love you so
Show me now how much you love me too
And take me take me take me
Take me and light my fire
Take me take me take me
Take me or I’ll die
Do it then! Do it then!
Good-looking, good-looking
And she had listened with pointed ears
And while she kissed him
She wiggled with her cunt
Ge hebt dat goed gedaan nonkel!