14
Mrt
08

Maria Callas

Op 16 september van vorig jaar was het precies dertig jaar geleden dat Maria Callas is gestorven op haar appartement in Parijs. Wellicht is het daarom dat er op dit moment zoveel stukken over Callas circuleren. Een tijdje geleden was er één met Chris Lomme in de hoofdrol. Daarna kroop Pascale Platel in de huid van de legendarische sopraan. Als er dient gezongen te worden, dan neemt echter de sopraan Heather Hunter de handschoen op. Ze wordt daarbij begeleid door het Emanon Ensemble onder de leiding van Raf De Keninck.
En nu speelt Toneelhuis Colisse&Co “La Divina”, een creatie in een regie van Herman Van Den Bulcke. Speeldata: 18 – 19 – 25 – 26 april 2008 om 20u15 en 02 – 03 mei 2008 om 20u15. Locatie: Tuinbouwschool (in het kasteel), Brusselsesteenweg 165, Melle 9090. Reserveer: 09 229 24 70 – www.colisse.be

Het eerste optreden van Maria Callas op het Festival van Verona dateert uit 1947. Toen stond Italië natuurlijk ook op zijn kop voor de tweestrijd tussen Coppi en Bartali. In tegenstelling tot wat men misschien zou verwachten, behoorde Callas tot de Bartali-clan. Dat had wellicht te maken met haar oorlogservaringen, toen ze had opgetreden voor de Duitse en Italiaanse bezetters. Daarvoor werd ze na de oorlog door de KKE (de communistische partij van Griekenland) beschuldigd, maar in tegenstelling tot een minder fortuinlijke collega-acteur werd ze niet op een paal gespietst (*).
Al had Callas dus blijkbaar belangstelling voor gespierde rennerskuiten, toch werd er op het Festival van Verona in juli 1948 over haar eigen onderdanen geschreven: “Het was onmogelijk een onderscheid te maken tussen de poten van de olifanten op de scène en die van Aida, gezongen door Maria Callas.” (Stassinopoulos, p.82 en 127)
Eigenlijk mogen we de weinig fijnzinnige criticus van de opvoering van “Aida” dankbaar zijn, want dankzij hem werd het genre opera van een gewisse dood gered. Het was voor Maria Callas immers de aanleiding om een drastische vermageringskuur te beginnen. Haar stem kreeg daardoor een hardere, metaalachtiger klank, maar vooral: zij werd er zich van bewust dat opera op de eerste plaats theater is, dat je daar niet enkel je vocale kunstjes staat te verkopen, maar dat je acteert met je hele lijf.
Hààr transformatie betekende de doodsteek voor de Bianca Castafiori’s en bracht interessante regisseurs (Luchino Visconti, Franco Zeffirelli) naar de operazalen. Al kun je dat uiteraard niet horen op “Collection vol.1″ met “Vissi d’arte” uit “Tosca” van Puccini met het orkest van de Scala, geleid door Victor de Sabata (1953); “Un bel di vedremo” uit “Madama Butterfly” van Puccini met het Philharmonia Orchestra, geleid door Tullio Serafin (1954); “O mio babbino caro” uit “Gianni Schicchi” van Puccini (1954); “Signore, ascolta” uit “Turandot” van Puccini (1954); “Si mi chiamano Mimi” uit “La Bohème” van Puccini (1954); “Donde lieta usci”, eveneens uit “La Bohème” (1954); “Una voce poco fà” uit “Il Barbiere di Siviglia” van Rossini (1955); “Ebben? Ne andro lontana” uit “La Wally” van Catalani (1955); “Mercè, dilette amiche” uit “I Vespri Siciliani” van Verdi (1955) en “Ombra leggiera” uit “Dinorah” van Meyerbeer (1955), telkens dus met het Philharmonia Orchestra, geleid door Tullio Serafin.
Nadien volgt “Mosaics” met “Casta Diva” uit “Norma” van Bellini deze keer met het Orchestra Sinfonica di Roma della RAI, maar ook geleid door Tullio Serafin (1955); “Il doce suono”/”Ardon gli incensi”/”Spargi d’amaro pianto” uit “Lucia di Lammermoor” van Donizetti, met het RIAS-orkest, geleid door Herbert von Karajan (1955). In 1955 was ze overigens reeds 28 kilo afgeslankt, omwille van het “olifanten-incident”, maar ook dàt is niet te horen aan “Coppia iniqua” uit “Anna Bolena” van Donizetti, met het orkest van de Scala, geleid door G.Gavazzeni (1957); “E strano” uit “La Traviata” van Verdi met het orkest van Covent Garden, geleid door N.Rescigno (1958).
“Collection vol.2″ kwam tot stand nadat ze afscheid had genomen van de scène. Dit gebeurde op 19 mei 1958 tijdens “Il Pirata” in de Scala van Milaan. Aangezien ze in conflict lag met directeur Ghiringhelli, richtte zij zich bij de aria “Vedete, il palco funesto” naar zijn loge. Op deze CD vinden wij “Printemps qui commence” en “Mon coeur s’ouvre à ta voix” terug, beide uit “Samson et Dalila” van Saint-Saëns, met het Nationaal Radio-orkest van Frankrijk, geleid door Georges Prêtre (1961).
Zou het overigens toeval zijn dat de mooiste liefdesaria door een vrouw gezongen meteen ook het supreme voorbeeld van huichelarij is? In “Samson et Dalila” van Camille Saint-Saëns fluistert Dalila in “Mon coeur s’ouvre à ta voix” zoete woordjes in het oor van Samson, gewoon om te weten te komen, waar het geheim van zijn formidabele kracht nu eigenlijk zit. Als Maria Callas dit voor mij had gezongen, zou ik ook meteen bereid geweest zijn eender wie te verloochenen. Alleen jammer dat de klagende stem op de achtergrond is vervangen door een klarinet, zij het dat deze keuze toch van inzicht getuigt, want normaal is dat Samson, die zachtjes klaarkomt. Want let wel op: Samson is géén hond. En bij mijn weten is Dalila ook niet Geert Verhulst. Alhoewel… met zijn droeve castratenblik zou hij misschien ook “J’ai perdu mon Eurydice” uit “Orphée et Eurydice” van Gluck kunnen zingen, wat Callas eveneens met Prêtre heeft opgenomen in 1961, net als “Je veux vivre dans ce rêve” uit “Roméo et Juliette” van Gounod en “L’amour est un oiseau rebelle” en “Les tringles des sistres tintaient”, beide uit “Carmen”. Ze krijgt hierbij repliek van Nadine Sautereau, sopraan, en Jane Berbie, mezzo.
Op het einde van haar carrière ging ze nog eens toeren door Japan met “Tosca”, maar daar had ze zo’n last van de zenuwen dat Montserrat Caballé haar moest komen vervangen. Toen deze later van Joan Sutherland de partituur van “Norma” als verjaardagsgeschenk kreeg, ging ze in Parijs bij Maria Callas raad vragen. Eerst was Callas wat vies gezind, maar uiteindelijk stonden ze daar beiden in dat appartement te zingen, met alleen de huishoudster Dolores als publiek.
Anderzijds heeft la Callas steeds geweigerd een plaat uit te brengen met iets anders dan klassieke muziek. Nochtans zeggen lui die het kunnen weten dat ze voor Onassis graag (en uiteraard goed) de sirtaki zong. Een nooit vervulde wens van Maria Callas was dan weer dat iemand een opera voor haar zou componeren over het leven van Maria Magdalena.

Ronny De Schepper

(*) Al heeft een en ander misschien ook te maken met het feit dat haar biografie, waaruit deze gegevens komen, geschreven werd door Arianna Stassinopoulos, die bekend staat als “right-wing”!


0 Reacties tot “Maria Callas”



  1. No Comments Yet

Reageer




Blog-teller

  • 199,292 keer aangeklikt

uit de oude doos