Vanavond om 22.50 uur op La Deux het beroemde concert van John Lennon en The Plastic Ono Band (met Eric Clapton, Klaus Voorman en Alan White) op het Toronto Peace Festival in 1969. De bijdrage van “de gillende Japanse dwerg” blijft gelukkig beperkt tot een met tampax geblinddoekte act waarbij ze een aantal woorden op grote borden geluidloos uitspreekt.
“Wat ik nu zeg, meen ik: had Mark Chapman 60 centimeter opzij gemikt, dan was hij nu mijn held geweest. Na Yoko was niets nog hetzelfde: de vriendschap binnen de Beatles was kapot en Lennon ging ook vervelen. Hoor ik hem oh Yoko I love you zingen, dan denk ik: ik ben blij voor u, maar verveel mij niet. Toen ik onlangs de autobiografie van Cynthia Lennon las, dacht ik: het was toch wel een foute klootzak. Hoe kan de man die nummers als All you need is love geschreven heeft, zijn zoontje maanden op een telefoontje laten wachten?” (Jan Leyers)
Met John Lennon stierf een generatie. Of zoals hij zelf zei: “De droom is voorbij, niet alleen de Beatles, maar dat hele generatie-gedoe”
Helemaal onder de acne zat ik en dan kan het je niet verdommen dat je op school wat beter presteert dan je vrienden. Niet op school wil je schitteren, maar op t-dansants, zoals dat toen heette. Je wil geen diploma’s maar meisjes versieren. Daarom had ik voor mezelf vrij onlogisch de rol van Paul McCartney gereserveerd, terwijl de échte Paul (een knappe zwartharige fabrieksarbeider) de hoofdrol van John Lennon voor zijn rekening nam. Een jongen die later een collega-journalist zou worden cumuleerde de vrouwelijke hoofdrol met die van George Harrison en verder was er nog een (huidige) politieman die alle bijrollen, inclusief Ringo Starr, vertolkte. Ik heb het over de opname van het thriller-luisterspel “Michelle” in november 1966.
“DAAROM BEN IK EEN GENIE”
November 1956. De zestienjarige John Winston Lennon heeft zich “Rock around the clock” van Bill Haley aangeschaft en is wild van de skiffle-optredens van Lonnie Donegan. Hij heeft nog meer muzikale invloeden ondergaan in zijn woonplaats. Liverpool, aan de monding van de Mersey, is immers een havenstad met een poort op Ierland en op de Verenigde Staten. Zware industrie zorgt voor een zekere welstand, maar geeft de straten ook een troosteloos uitzicht. Milieuverontreiniging heet dat sinds de jaren zeventig.
Amerikaanse matrozen brengen hun muziek mee. De blanken country and western dat vooral in de smaak valt van de talrijke Ieren die zich in Liverpool hebben gevestigd, maar knapen als Lennon zijn meer geïnteresseerd in de blues van de zwarten. Op die manier zal hij later ook Chuck Berry en Little Richard leren bewonderen, al worden Elvis Presley en Buddy Holly eveneens zijn idolen.
Maar “knapen als Lennon”: wat betekent dat? John: “Toen ik zo’n jaar of twaalf was, dacht ik reeds dat ik een genie moest zijn, maar ‘t viel niemand op. Ik dacht er geregeld over na of ik nu een genie was of gek. Ik dacht, nou, ik kan niet gek wezen omdat niemand me links laat liggen; daarom ben ik een genie. Ik bedoel, genialiteit is een vorm van gek-zijn en we zijn ‘t allemaal… Een paar leraren merkten me op, moedigden me aan om ‘t een en ander te lezen, om te tekenen of te schilderen – om mezelf uit te drukken. Maar meestal probeerden ze me godverdomme tandarts of leraar te laten worden… Ik werd artiest omdat de vrijheid me nauw aan het hart lag – in een klaslokaal of kantoor kon ik niet aarden.” (*)
Al gauw – ook omdat zijn ouders gescheiden zijn en zijn tante Mimi die hem opvoedt totaal geen vat op hem krijgt – loopt John Lennon dan ook haagschool. Zo ontmoet hij Paul McCartney, een modelleerling, die evenwel een crisisperiode doormaakt omdat op een vrij beslissende leeftijd net zijn moeder is overleden. In diens spoor loopt – zo goed als met een snotneus nog – George Harrison. In Liverpool wordt er vlug geroddeld dat Lennon de twee knaapjes aan het verloederen is. De waarheid is dat ze samen muziek maken. Als The Quarrymen. En als The Quarrymen zijn ze méér Beatles dan onder de beroemde naam zelf. Dan is het nog écht. De vriendschap dus. Hun producer George Martin vertelt over zijn eerste contact met hen: “Ze waren heel solidair, weet je. Ze namen het altijd voor mekaar op, ze beschermden mekaar echt, zoals een Liverpoolse jeugdbende dat zou doen. Ze vormden een echte eenheid, een groep in de ware zin van het woord. Epstein en ik stonden daarbuiten.”
“INDIVIDUELE VRIJHEID WAS EEN WEELDE”
Epstein, dat is Brian Epstein, een homofiel platenhandelaar die enkele jaren na The Quarrymen wel wat ziet in het trio. En vooral dan in John, wordt er gefluisterd… Sedert beide protagonisten gestorven zijn, steken de geruchten over een verhouding tussen John en Brian steeds meer de kop op. Zo speelde acteur Ian Hart, die de rol van John Lennon vertolkt in “Backbeat”, ook deze rol in een korte film over het begin van deze verhouding, nl.tijdens een vakantie in Spanje die begon op 2 april 1963. Het strafste is wel dat Cynthia Lennon Powell op dat moment hoogzwanger was! Op 8 april wordt Julian geboren, maar vader John keert pas op 11 april terug. Hey Jude, don’t take it bad! (**)
Wat optredens betreft is het dan even kalm, maar op 29 april vertrekt John echter alweer met vakantie. Deze keer met de andere Beatles naar de Canarische eilanden.
Volgens Albert Goldman in “The Lives of John Lennon” had Epstein met Lennon een SM-verhouding. Hij suggereert zelfs dat Epstein om het leven zou zijn gekomen tijdens een SM-spel met een Coldstream Guardsman. Zijn advocaat David Jacobs, die 16 maanden later zélf op dergelijke manier omkwam, zou dit helpen verdoezelen hebben.
Op het moment dat Julian wordt geboren, schrijven Lennon en McCartney reeds eigen nummers, maar eerst moet er nog een contract in Hamburg worden afgewerkt als rock’n'roll-groep. Ene Pete Best gaat mee als drummer. Hij heeft zijn eigen schare fans, maar in weerwil van cafétwisten neemt Epstein, voornamelijk in overleg met Lennon, een drummer uit een concurrerende groep in dienst voor een paar demo-opnamen: Ringo Starr.
Het begin is eerder ontgoochelend. De meeste firma’s wijzen hen af. Enkel Parlophone wil het wagen omdat ze sowieso toch al verlieslatend zijn. De eerste single “Love me do” (5 oktober 1962) wordt geen echt succes. De eerste elpee “Please please me” (11 april 1963) wordt op de hoes dan ook vrij voorzichtig aangeprezen: “De meest opwindende en geperfectioneerde groep sedert The Shadows.” Er wordt wel veel nadruk gelegd op het ontluikende schrijverstalent: “Het ingebouwde schrijversteam Lennon-McCartney heeft reeds een pak eigen composities achter de hand om van nu tot 1975 met een gezapig tempo steeds nieuwe originele singles uit te brengen!”
Alhoewel het juist is dat er zelfs tot op de allerlaatste elpee (”Let it be”) wel eens wordt teruggegrepen naar dergelijke oude nummers (”One after 909″), toch is het zo dat reeds onmiddellijk na de trits “I want to hold your hand”, “She loves you” en “From me to you”, John en Paul niet meer écht samen schrijven. Van dan af krijgen we een Lennon- of een McCartney-compositie die eventueel door de andere partner wat beter uitgewerkt wordt. In het beste geval ontstaan er collage-nummers waarin de onderscheiden bijdrage van John en Paul zeer duidelijk te horen is (b.v. “We can work it out” en “A day in the life”).
Voor de fans hield men verborgen dat John ondertussen een meisje uit de buurt had bezwangerd (Cynthia Powell) en met haar was getrouwd op 23 augustus 1962. Ter gelegenheid van de eerste huwelijksverjaardag wordt in ‘63 “She loves you” uitgebracht. Dat was misschien wel waar, maar het omgekeerde was dus duidelijk lang niet altijd het geval. Met de instemming van de pers werden zowel het huwelijk als het bestaan van Julian zo lang mogelijk geheim gehouden en dat was uiteindelijk tot op 10 oktober 1963. (***)
Maar toen was de sneeuwbal al aan het rollen en was er geen houden meer aan. De hele wereld (jonger dan 25) lag aan hun voeten. Er speelden zich hysterische taferelen af. Na elk optreden wachtten er steevast een aantal zieken en invaliden om door hen te worden aangeraakt in de hoop op genezing. Het was John Lennon die toen zei: “We zijn beroemder dan Jezus Christus.” (****) Maar hij was het ook die er als eerste angstcomplexen aan overhield. Angst om op straat te worden neergeschoten bijvoorbeeld…
Zijn eerste vrouw Cynthia schrijft in haar boek “A twist of Lennon”: “Individuele vrijheid was een weelde uit het verleden geworden. De onvermijdelijke stap (…) was een stap in de richting van de drugs en de daaruit volgende vrijheden van de geest.”
DE ENTREE VAN “DE GILLENDE JAPANSE DWERG”
Zoals John Lennon zich muzikaal reeds van Paul McCartney was beginnen te verwijderen, zo begonnen op persoonlijk vlak de moeilijkheden met Cynthia zich op te stapelen. Toen Yoko Ono ten tonele verscheen (”de gillende Japanse dwerg” dixit Rik Zaal van NRC-Handelsblad) was dan ook het hek van de dam. Zoals algemeen bekend had hij haar ontmoet op 8 november 1966 tijdens een voorbezichtiging van haar tentoonstelling “Unfinished Paintings and Objects” in de Londense Indica Art Gallery, maar het is pas op 1 mei 1968 dat ze echt bij hem zou intrekken. Dat gebeurt terwijl Cynthia in Griekenland zit, samen met Julian en… Donovan!
Het dient trouwens gezegd dat John Lennon nu vaak wordt omschreven als “de slimste van de vier”, wat in zeker opzicht misschien wel waar is (vanuit een andere hoek kan deze omschrijving evenzeer worden geclaimd door Paul McCartney), maar dat maakt Lennon nog niet tot de intellectueel die velen in hem zien. Dat Lennon in onvrede leefde met de maatschappij in het algemeen en met zijn eigen functioneren daarbinnen, staat buiten kijf (”Ik voelde me altijd schuldig omdat ik geld opstapelde…”), maar zijn reacties daarop waren eerder emotioneel dan rationeel. Zo switchte hij op een tiental jaren tijd van boedhisme en pacifisme over trotskisme en maoisme terug naar christendom. Dat hij bevriend is geweest met politieke activisten zoals Angela Davis, Jerry Rubin, Abbie Hoffman en John Sinclair is natuurlijk een feit, net politieke liederen als “Luck of the Irish”, maar heeft ook Paul McCartney niet “Give Ireland back to the Irish” gemaakt?
Zijn collega Todd Rundgren besluit dan ook “John Lennon is geen revolutionair. Hij is een lul. Hij balkt maar wat over de revolutie, maar verder gedraagt hij zich als een complete malloot. Ik word er ongemakkelijk van. Hij is gewoon egocentrisch. Hij wil publiciteit. En als de revolutie hem aan publiciteit kan helpen, spant hij de revolutie wel voor zijn kar.”
Vanaf 1968 is het eigenlijk Yoko Ono die John Lennon leidt. Op de zogenaamde “dubbele witte” is zij voor het eerst te horen is met het regeltje “not when he looked so fierce” uit “Bungalow Bill”.
Maar eigenlijk is ze meer aanwezig in “Julia” dat niet (enkel) over Johns overleden moeder gaat, maar ook over Yoko, want de toevoeging “Ocean Child” is een letterlijke vertaling van haar naam.
Overigens zou Lennon méér betaald hebben aan haar man Tony Cox opdat die van haar zou scheiden, dan hijzelf aan Cynthia heeft betaald.
“Sexy Sadie” gaat nochtans niét over haar. John zou dit hebben geschreven nadat Mia Farrow bijna verkracht werd door de Mahesh Maharishi Yogi. Al slaat de tekst inderdaad op de Mahesh, toch is dat niet meteen duidelijk.
Een andere tekst die discussies losweekte was die van “Revolution”. Op de keerzijde van “Hey Jude” zingt John immers: “If you talk about destruc¬tion, don’t you know that you can count me out”, maar op de “witte”, hervat hij zich en zingt ook “in”.
Bij het “experi¬mentele” “Revolution n9″ wordt het obsederende “nummer nine”, gevormd door het steeds maar herhalen van iemand die jaren daarvoor in de Abbey Road-studio’s een examen over muziek afgenomen en eigenlijk zei: “Question number nine”. En het betekent dus zeker niet “turn me on, dead man”, zoals sommige professionele platen-achterstevoren-spelers beweren.
Voor het vreselijke “What’s the new Mary Jane” van John, dat nummer over “she who had a pain at the party”, wat kon betekenen dat ze haar maandstonden had, maar het kon evengoed ook een “bad trip” zijn, kreeg John gelukkig geen toestemming om het op de plaat te zetten. Het is hoe dan ook duidelijk een nummer onder invloed van Yoko Ono, want blindverliefd als John is, maakt hij met haar platen die men aan de straatstenen niet kwijt kan, maar wel aan onvolwassen gebleven Beatlemaniakken. Erger wordt het wanneer hij ook het merendeel van zijn eigen solo-elpees door haar om zeep laat helpen.
Een uitzondering was “Rock’n’roll”. In oktober 1973 ging John Lennon immers de platenstudio in opnieuw (na “Let it be”) met Phil Spector als producer. De bedoeling was om een lp te maken met oude favorie¬ten. Tijdens de opnamen zelf was de sfeer uitstekend, maar nadien nam Spector traditiegetrouw de banden mee naar huis om eraan te “prutsen”. Lennon had heel wat moeite om er weer aan te raken en toen het eenmaal zo ver was, stonden ze hem niet meer aan. Op vier nummers na, werden alle songs in oktober 1974 opnieuw overgedaan.
Nog was Lennon niet tevreden, maar toen een piraat, een zekere Morris Levy, op het Roots-label de plaat aankondigde, moest Apple wel een “officiële” versie uitbrengen (de zgn. “Rock’n'roll”-elpee). Toch is in bepaalde circuits nog altijd de Roots-editie te verkrijgen. Opmerkelijk daarbij is niet alleen dat het om afwijkende versies gaat, maar ook dat er twee nummers op staan die niet op “Rock’n'roll” staan, nl. “Be my baby” (van The Ronettes uiter¬aard) en “Angel Baby” (van Rosie & the Originals uit 1960).
Ondertussen had Paul McCartney een vrouwelijke steun gevonden voor de weg die hij wilde bewandelen: Linda Eastman, een rijkeluisdochter met showbizz-ambities. Op een week tijd trouwen zowel Paul en Linda (12 maart 1969) als John en Yoko (20 maart). Zakelijk zijn The Beatles nog bij elkaar (er zullen zelfs nog twee elpees verschijnen), maar John Lennon verklaart: “Ik geloof er niet in, de droom is voorbij. En ik heb ‘t niet alleen over de Beatles, ik heb ‘t over dat hele generatie-gedoe… Ik besloot de groep te verlaten toen ik begreep dat ik artistiek niets meer uit de Beatles zou kunnen krijgen en hier was iemand (Yoko Ono dus, RDS) die me kon interesseren voor een miljoen dingen.”
Zakelijk had Paul McCartney de nederlaag geleden: de drie anderen hadden na de dood van Brian Epstein voor Rolling Stones-manager Allen Klein geopteerd, terwijl Paul zijn schoonvader Lee Eastman had voorgesteld. Veel later zal hij trouwens toch nog zijn gelijk halen, als zal blijken dat Klein The Beatles voor zo’n vijf miljoen dollar had opgelicht.
Als revanche weet Paul het zo klaar te spelen dat hij het uiteindelijk is die als eerste aan de pers bekend maakt dat hij opstapt. Hun beide eerste solo-elpees zijn meteen een programmaverklaring: McCartney wil goed in het gehoor liggende ontspanningsrock brengen, Lennon schreeuwt zijn zeer persoonlijke frustraties uit. Het verschil? McCartney heeft zijn stijl later met de groep Wings nog geperfectioneerd, Lennon daarentegen heeft zijn eerste solo-album niet meer overtroffen. Daarvoor was de greep van Yoko op zijn genre te sterk. En sedert 8 december 1980, toen Lennon voor de deur van zijn appartement werd neergeschoten door een geflipte fan, weten we met zekerheid dat ze nooit meer zal worden overtroffen…
EPILOOG
“Wat ga je doen als je 64 bent?” was een vraag die vaak aan Lennon werd gesteld (ook al is het dan een typisch McCartney-nummer). Eén van zijn antwoorden daarop was: “Kinderboeken schrijven, denk ik. Het moet een enorme voldoening geven als ik op kinderen van later zoveel indruk zou maken als Het Schatteneiland of Alice in Wonderland op mij maakten!”
O.K., John Lennon heeft niet meer de kans gekregen om kinderboeken te schrijven. Maar wel “Working class hero” en “Strawberry fields forever” en “Girl” en “You’ve got to hide your love away” en “Nowhere man” en… en… Moet daaraan nog commentaar worden toegevoegd?Ronny De Schepper
(*) De meeste citaten van John Lennon komen uit “Rolling Stone” en zijn in het Nederlands verschenen in Humo of Knack en in boekvorm bij Bruna.
(**) Men kan zich afvragen waarom John Lennon dit nummer van Paul McCartney “liet passeren”. Het antwoord is vrij eenvoudig: hij dacht dat het over hemzelf ging i.p.v. over Julian.
(***) Een paar jaar later trapt Ringo Starr in identiek dezelfde val met het kapstertje Maureen Cox (de carrière van Zak was zo mogelijk nog korter dan die van Julian) en nog wat later is het de beurt aan George Harrison (met Patti Boyd, door minnaar Eric Clapton later vereeuwigd in “Layla”). Al die huwelijken hebben Beatlemania niet overleefd. Zelfs de verloving van Paul McCartney – zoals steeds iets minder impulsief dan de anderen – met de actrice Jane Asher knapte af.
(****) “Ik was de woordvoerder, en zoals gewoonlijk als er vuil werk op te knappen viel was ik de leider – wat er ook aan de hand was, als er stront aan de knikker was moest ik het woord doen.” Aldus John Lennon, maar studentenleider Abbie Hoffman repliceerde daarop: “De Beatles mogen dan al populairder zijn dan Jezus maar straffe gasten als voorzitter Mao, Ho Sji Minh en Che Guevara met zijn prachtige lange haren zijn zelfs populairder dan de Beatles.”
Selectieve discografie
Met The Beatles:
Please please me (1963)
With the Beatles (1963)
A hard day’s night (1964)
Beatles for sale (1964)
Help (1965)
Rubber soul (1965)
Revolver (1966)
Sgt.Pepper’s lonely heartsclub band (1967)
Magical Mystery Tour (1967)
Het zogenaamde “dubbele witte” album (1968)
Abbey Road (1969)
Let it be (1970)
Met Yoko Ono en The Plastic Ono Band of solo:
Two virgins (1968)
Wedding album (1969)
Live peace in Toronto (1969)
Plastic Ono Band (1970)
Imagine (1971)
Some time in New York City (1972)
Mind games (1972)
Walls and bridges (1974)
Rock’n'roll (1975)
Double fantasy (1980)
Op Valentijnsdag zo uithalen naar Yoko! Het is schoon! Ondanks alles wat zgz. B.fans beweren, was ze de grote liefde en inspiratie voor John Lennon, en vermoedelijk het beste wat hem ooit overkomen is. Veel van zijn krachtigste werk komt door haar, toegegeven: ook veel van de grootste rommel ;-). Maar de John Lennon/Plastic Ono Band is een uniek meesterwerk, dat hij nooit met de B., laat staan met PmC, had kunnen maken. En in tegenstelling tot zoveel B., geen haar verouderd.
RDS: ‘t Strafste is dan nog dat ik me heb vergist. Het concert dat ik heb beschreven is dat in Madison Square Garden, dat uiteindelijk dan veel beter bleek te zijn dan dat in Toronto. In Toronto kruipt “de gillende Japanse dwerg” voor de eerste twee nummers in een zak, wat natuurlijk niet slecht was, maar nadien wilde ze dan toch per se meegillen op “Yer Blues” en “Cold Turkey”. Soms kijkt John Lennon dan eens opzij en dan zie ik hem denken: “Waarom heb ik me niet zoals ieder normaal mens gewoon een fietsbel aangeschaft?” maar dat zal wel “hineininterprätierung” zijn, want – ik moet het toegeven – hij zag haar graag en vooral, hij keek naar haar op. Figuurlijk dan, want in de realiteit keek hij heel de tijd op haar neer…