Op 15 april 1975 begon mijn burgerdienst met een hilarische veertiendaagse opleiding bij de Civiele Bescherming in Liedekerke. Hilarisch omdat de meeste dienstweigeraars verlate hippies waren die elke gelegenheid te baat namen om een stickje op te steken. Destijds had ik op kot en in ‘t Broebelke daar ook wel eens van geproefd, maar aangezien ik geen roker ben, werd ik meestal ziek van de tabak alleen al. Ik deed daar in Liedekerke dus niet meer aan mee, maar onze slaapzaal hing dusdanig vol met geestverrijkende dampen dat ik niet anders kon dan meegiechelen met de rest.
Eigenlijk moest ik (wegens Roddy) helemaal niet “onder de wapens”, maar omdat er in de wet letterlijk stond dat men dan ontheven was van “legerdienst”, moest ik wél mijn burgerdienst doen (dank u, Oxfam-Antwerpen, voor de verkeerde informatie!). In de zomer komt er wel een wetswijziging (misschien wel omwille van mij, ha!) waarin er sprake is van “dienst” tout court. Dat weet Armand De Troyer mij althans achteraf te vertellen, want omwille van een paar stakingen aan d’unief (cfr.het “incident” waarover Marc Uytterhoeven het heeft), waaraan ons viertal (Walter Claes, Wim Hofman, Herman De Tollenaere en ikzelf) had deelgenomen alhoewel dat eigenlijk niet mocht (soldaten mogen ook niet staken) werd het uiteindelijk nog 15 oktober 1975. Schooljaar begonnen en “dus” zonder werk. Nogmaals, dank u, Oxfam.
Maar goed ik heb dus toch nog een half jaar burgerdienst verricht bij Prof. Alex Bolckmans op het Seminarie voor Scandinavistiek en Literaire Sociologie van de Rijksuniversiteit van Gent. Eerst mocht ik nog studiebegeleiding geven voor de studenten Moderne Literatuur uit de eerste kandidatuur, maar toen bleek dat ik op mijn eindexamen geen onderscheiding had gehaald, werd dat verboden. Van dan af bestond mijn taak in het plakken van nummertjes op boeken uit de bibliotheek…
Geen wonder dat ik uitkeek naar interessanter zaken. Zo maakte ik via een Nederlandse correspondentievriend, Piet Muys, kennis met de cajunmuziek, waarin ik mij begon te verdiepen, mede dankzij de bibliotheek van prof.Broeckx (om de hoek). Diezelfde bibliotheek kwam mij ook van pas toen ik een vruchteloze poging deed om mij voor jazz te interesseren. Voor de platenvoorbeelden kon ik terecht in de Stedelijke Mediatheek van Gent, bij Jeff De Visscher en Suuz Borms.
Ook deed ik een programmavoorstel aan de toenmalige BRT1-radio en dat werd zowaar aanvaard. Ik was dat eigenlijk al helemaal vergeten, maar onlangs vond ik een brief terug, gedateerd op 20 mei 1975 en gericht aan uitgeverij Loeb, en die gaat als volgt:
“Tijdens de maanden juli, augustus en september zal ik elke zondagavond van tien tot elf op BRT1 een programma verzorgen over rock’n'roll, blues, country en andere muzikale stijlen, die een beeld geven van de jaren vijftig. Nu leek het mij wel leuk enkele van deze uitzendingen te commentariëren aan de hand van gedichten van Jan Kal, omdat deze dichter wel een tegelijk erg typische en toch merkwaardige kijk op een aantal fenomenen uit die tijd heeft (Buddy Holly, de Everly’s…).
Nu is het zo dat ik hier op het Seminarie voor Skandinavistiek mijn vervangende legerdienst doe en dus slechts 75 BEF per dag verdien. Ik kan mij bijgevolg gedurende de twee volgende jaren niet veroorloven boeken, platen e.d. te kopen (ook door de BRT word ik nota bene niet betaald, omdat elke bezoldigde nevenactiviteit tijdens die periode verboden is). Daarom doe ik voor zoiets steeds een beroep op uitleendiensten.
Anderzijds heeft u misschien wel al gehoord van de drastische besnoeiingen in de werkingskredieten van de Belgische universiteiten, met het gevolg dat onze collega’s van het Seminarie van Nederlandse Literatuur al gedurende een jaar geen boeken meer kunnen bestellen. Daarom hebben ze ook de bundel ‘Fietsen op de Mont Ventoux’ niet, alhoewel die wegens zijn onmiskenbare hoge literaire kwaliteiten zeker niet zou mogen ontbreken in hun bibliotheek.
Daar het mij nu voor u wel erg interessant leek dat langs de radio een beetje meer aandacht besteed werd aan deze bundel, zou ik u willen vragen of het niet mogelijk is mij hiervoor een present-exemplaar ter beschikking te stellen.”
Dat ik nooit antwoord heb gehad van Loeb, is eigenlijk niet zo erg (maar wel onbeleefd). Veel erger was dat die programma’s uiteindelijk nooit zijn doorgegaan (wie weet hoe mijn leven was verlopen indien dit wél het geval zou zijn geweest). En dat kwam zo. Eigenlijk heb ik in mijn brief namelijk ook een heel klein beetje gelogen. De BRT wilde mij immers wél betalen. Maar – dat is dan weer wél waar – dat mocht dus niet van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (waaronder burgerdienst destijds viel). Daarom stelden prof.Bolckmans en ikzelf voor om de som te storten op de rekening van het Seminarie. Maar dat mocht dan weer niet van de BRT of weet ik veel. Alleszins vond men (ik geloof dat het Jan Schoukens was, met wie ik in verbinding stond) het blijkbaar veel te omslachtig en heeft men de hele zaak maar afgeblazen. Jammer maar helaas, zoals men dan pleegt te zeggen…
0 Reacties tot “Burgerdienst bij professor Bolckmans”
Reageer