03
Sep
07

Vic Van Saarloos

“Weet dat op de hele rotwereld geen mooier vak bestaat dan dat van journalist”
Mosterd. Vi-Va-Sa. Het is eens iets anders dan politiek secretaris of federaal afgevaardigde. Vic Van Saarloos (overleden op 31 augustus 1994) wàs dan ook anders. Nochtans was ook hij een Gerard Van Moerkerke-product, wat zijn carrière bij De Rode Vaan betreft. Het is immers bij hem dat Vic ging aankloppen in 1953 toen hij bij Mercantile in Antwerpen aan de deur was gevlogen.
Toch heeft ook vinnige Vic ooit nog een partijfunctie opgenomen. Gedurende één jaar (1956), in Antwerpen. Dat hoorde toen zo, veronderstellen we.
In 1959 werd hij daarbij ook nog vertegenwoordiger van het Chinese Persagentschap, wat gewoon inhield dat hij dagelijks een twintigtal lijntjes moest doorseinen. Maar lang heeft ook dat niet geduurd want belangrijke politieke verschuivingen hebben daar in 1963 een stokje voor gestoken.
Maar welk stokje werd er eigenlijk tussen Vic en De Rode Vaan zelf gestoken? Hij die zoals hij zelf zegt zijn hart heeft verpand aan De Rode Vaan “net of dat blad van mij zou zijn”…

Dat blijkt een lastige vraag te zijn. Vic staart een tijdje voor zich uit (worden wij te pathetisch als we schrijven dat we menen dat zijn ogen enigszins vochtig worden?) en springt dan plots recht. “Een ogenblikje!”
Op een wip is hij de kamer uit en we horen hem op de trap stommelen. Even later is hij er weer, gevolgd door zijn twee trouwe maar gecastreerde katers, en met twee boekjes in de hand. “Hier,” zegt hij en hij duwt ons volgend gedicht voor de neus:

USSR - PRAAG 8/68

Ooit heb ik U als denkend mens aanbeden.
Eens heb ik in het glazen huis geloofd.
Ooit werd me zelfs, om U, het brood ontroofd,
maar ik bleef staan, zoals mijn vrienden deden,
die vrij, als ik, hun vast geloof beleden,
de kaken hard en met geheven hoofd,
tot plots het laaiend koortsen werd gedoofd
en het “waarom” ontviel aan hen die streden.

‘t Rebelse hart doorgloeid van spijt en
bitterheid en radeloze haat
en wenend als een man om uw verraad,
zag ik mijn droom in tweeën splijten.
Geen pijn, mijn vriend, kan harder bijten,
dan van de vaderhand die zinloos slaat.

Dat is een afdoend antwoord meent hijzelf en wij sluiten ons daarbij aan. Meer wil hij er dan ook niet over kwijt. “Laten we het liever over de positieve kanten hebben,” zegt hij en ook hiermee zijn we het eens.
“En wat was dat dan wel,” vragen we, “je meest positieve ervaring?”
Vic Van Saarloos: Dat was in Waterschei, tijdens de grote mijnstaking. Ik ben daarheen geweest samen met Jan Debrouwere op het hoogtepunt van de strijd. Wij verkeerden nog in de waan dat het maar intimidatiepogingen waren van de rijkswacht. Jan gebruikte zelfs de term “losse flodders”. Maar uiteindelijk zagen we ze naast ons vallen. Jan heeft er dan nog één opgeraapt en op de achterbank van zijn auto geduwd die dan op een wip met een grote plas bloed was bedekt.
Ik ben toen achtergebleven temidden van de traangasgranaten. Luister, dat zijn zo van die dingen die u bijblijven en die u inzicht geven in uw taak als journalist. Eén van die grote principes is volgens mij dan ook: zien wat er gebeurt, erbij zijn en er verslag over uitbrengen op zo’n manier dat de mensen inzicht krijgen, niet alleen in de politieke betekenis, maar in alles wat met het leven verband houdt. En daar is de politieke strijd een onderdeel van. Misschien het belangrijkste, dat kan wel, maar zeker niet het enige. Ik heb vaak de indruk gehad dat dit in de partij wel eens uit het oog werd verloren en opzij geschoven als zijnde gevoelsargumenten.
Nu, om terug te keren op Waterschei: zoals gebruikelijk bij een weekblad worden bepaalde bladzijden tamelijk lang op voorhand klaargemaakt. Zo ook mijn rubriek “Mosterd”. Het kon soms voorvallen, als ik met vakantie ging bijvoorbeeld, dat ik voor vier weken kopij afleverde, maar anderzijds gebeurde het ook dat onder de druk van de omstandigheden de journalist het haalde op de cursiefjesschrijver. En dan mocht er reeds een cursiefje gezet zijn (in lood was dat toen nog), dan werd dat toch nog uit het blad gehaald en vervangen door een op de actualiteit geënt stuk. Zo ook in Waterschei, waar ik op het laatste nippertje een stukje heb geschreven over een wenende rijkswachter tussen zijn schietende collega’s. Zoiets frappeert me dan. De menselijke dingen.
Het is dat soort zaken dat me doet zeggen: de schoonste stiel op heel de wereld is die van journalist, op voorwaarde dat je de dingen mag schrijven, zoals je ze zelf voelt, zelfs al bega je daarbij de grootste vergissing. Die vrijheid moet je hebben. De vrijheid om je te vergissen.
ENTERTAINMENT
- Ik kan aannemen dat zoiets inderdaad een piekbeleving is voor iemand die cursiefjesschrijver is, maar dan wel voor een blad als De Rode Vaan. Toch heeft u ook steeds gepleit voor louter vrijblijvende cursieve stukjes. Ook dàt moest en moet kunnen, heeft u herhaaldelijk gezegd.
Vic Van Saarloos: Ik ben van mening dat een journalist geen louter informerende taak heeft. Hij moet weliswaar informatie brengen. Hij moet ook duiding brengen. Ik vind het nog steeds verkeerd dat men wel eens zegt dat hij louter de koude feiten moet brengen en de beoordeling daarvan aan de lezers overlaten. Als men immers voor een blad van een bepaalde partij werkt, dan is het niet meer dan normaal dat men de duiding brengt welke die partij voorstaat. Anders ga je maar voor een vrouwenblaadje werken.
Daarbij komt echter dat volgens mij de journalist de momenten moet weten uit te kiezen waarop hij, bij al het zware politieke proza dat hij de lezer heeft voorgeschoteld - en dat geldt dan vooral voor De Rode Vaan - wat lichtere kost opdient. Want wat is een politieke partij? Een politieke partij is nog altijd een strijdformatie, dat wil zeggen dat ze bestaat uit strijders of militanten, die recht hebben op verpozing. In de Tweede Wereldoorlog werd dat zeer goed begrepen door de Amerikanen die ervoor zorgden dat hun G.I.’s geregeld werden bezocht door de grote showbizzvedetten, die aan het front entertainment kwamen brengen. Vandaar dat ik vind dat, wanneer je de militanten elke dag de baan opstuurt met pamfletten, ’s morgens vroeg naar de fabrieken, ’s avonds laat nog vergaderingen bijwonen of sympathisanten bezoeken, dat die mensen dan recht hebben op een beetje verpozing in hun krant.
Dat was de functie van mijn rubriek “Olie en Azijn”, als ik het goed heb nog een geesteskind van Jan Debrouwere. Tegenwoordig moet dit min of meer opgevangen worden door de “minibrokjes”, maar volgens mij komen die niet meer op dezelfde manier op de lezer over (want ik lees nog altijd De Rode Vaan). In die “minibrokjes” vind ik de poging terug, die destijds gebeurd is om de zeer populaire rubriek die “Olie en Azijn” was geworden opnieuw te politiseren. Om de steller van die rubriek ervan te overtuigen dat, nu die rubriek populair geworden was, daarin een middel moest worden gevonden om opnieuw de politiek daar in te voeren om die zo de lezer in te lepelen. Ik heb de indruk dat dit bij de “minibrokjes” ook zo het geval is. Men verdrààgt nog wel een ludieke zinswending, maar de hoofdzaak moet blijkbaar zijn: politieke commentaar brengen.
Ik zeg niet dat men daar moet van afstappen, maar dan zou er wel ergens anders in De Rode Vaan een rubriek moeten zijn die - waarom niet - gewoon gek, plezierig of op z’n Aantwaarps “plezaant” is. Er zijn genoeg mensen in de Communistische Partij die van leuke dingen houden. Die eens graag een goeie mop horen en die niet van oordeel zijn dat De Rode Vaan van de eerste tot de allerlaatste bladzijde dof en grijs moet zijn en bol staan van de ernst. Ik vind dat er tenminste één bladzijde of twee en als het kon drie bladzijden aan iets luchtigers zou mogen worden besteed.
- Dan bent u ook wel de geknipte persoon om nog enkele andere ludieke figuren die ooit op De Rode Vaan hebben gewerkt uit het donker te laten oplichten…
Vic Van Saarloos: Een figuur die mij onmiddellijk voor de geest komt en die zich de laatste jaren een zekere reputatie heeft bijeen geschreven als een grote verdediger van het Antwerpse dialect, is oud-redacteur Jack De Graef. Die had lange tijd een rubriek die heette “Korte Wapper” of “Kleine Wapper”, ik wil er vanaf zijn. Dat was zo rond 1956-57.
EEN GRAPJAS IS NOOIT ALLEEN
Vic Van Saarloos: Andere vrolijke of plezierige figuren moet je wel met een loep gaan zoeken op De Rode Vaan. Ik denk nog aan iemand, die destijds een fantastisch spitse pen had, maar met zijn huidige functie zal hij het misschien niet zo leuk vinden dat ik hem in het rijtje der ludieke figuren rangschik, want het betreft Jan Debrouwere. Net als Jack De Graef een grote jazzliefhebber overigens. Ik bewaar aan het plezierige proza van Jan de beste herinneringen en daar sta ik zeker en vast niet alleen mee. Ik ben er dan ook van overtuigd dat Jan in de grond van zijn hart daaraan met een zekere fierheid zal terugdenken, omdat hij op die manier een aantal mensen gelukkig heeft kunnen stemmen.
Vic Van Saarloos beklemtoont tot slot nogmaals het belang van humor in een blad: “Tenslotte zijn de lezers van De Rode Vaan meestal mensen die een hele week in de fabriek of op de werf of weet ik veel waar hard hebben gewerkt, die na hun uren nog veel tijd besteden aan partijwerk en die dan toch recht hebben op een paar amusante zaken, waarop zij overigens bij het colporteren kunnen wijzen. Want het is toch eerst dàt waarmee je bij de mensen moet afkomen om je waar aan de man te brengen. Ik zeg altijd: een grapjas is nooit alleen. En dàt is de verpakking waarmee je het geheel van de politieke informatie moet omgeven om bij de mensen het verlangen te doen ontstaan om méér te willen weten. Misschien draait de gebalsemde Lenin zich nu om in zijn mausoleum, maar ikzelf grijp liever naar een publicatie waarin iets leuks staat dan naar één die van de eerste tot de laatste letter droge koek is. Dan moet ik me echt forceren. Om met een ander blad te vergelijken, zou ik bijna durven zeggen: de Humo’s waarin Kamagurka het meeste kotst, daar heb ik ook de meeste artikels in gelezen!”
Het is inderdaad merkwaardig dat de KP op dergelijk vlak soms katholieker probeerde te zijn dan de paus. In een licentiaatsverhandeling uit 1980 haalt Marniks Puype bijvoorbeeld de negatieve houding tegenover rock’n'roll aan als één van de redenen waarom de oplage van “De Rode Vaan” uiteindelijk zo klein werd dat men van een dagblad naar een weekblad moest overschakelen. Toen ik n.a.v. “20 jaar Sgt.Pepper’s” er “De Rode Vaan” van 1967 op navlooide, bleek dat het uitbrengen van deze monumentale elpee de redactie totaal ontgaan was. In hun plaats treffen we Jacques Raymond, Hugo Dellas, Rina Pia, Lize Marke en andere Ronny Temmers aan. Hoe was dat mogelijk? Ik stelde toen ook deze vraag aan Vic Van Saarloos, die weliswaar niet de leider van de cultuurrubriek was (dat was Maarten Thijs, maar die had alleen aandacht voor literatuur en plastische kunst), maar die in zijn hoedanigheid van cursiefjesschrijver het later bijvoorbeeld toch over Miek en Roel zou hebben…
Vic Van Saarloos: Och, wij hadden daar hoegenaamd geen belangstelling voor. Maar dat was in feite al een vooruitgang, want in de jaren vijftig hebben we werkelijk nog vurige pamfletten geschreven tegen Elvis Presley en zo. Dat is bij mijn weten in het geval van The Beatles nooit gebeurd.
MIJN GEWETEN BEGINT OPNIEUW TE KNAGEN
Op 3 maart 1989 schreef Vic me de volgende brief:
“Broeder,
Ik vernam dat je de brui eraan gegeven hebt. Je goed recht, natuurlijk. Maar wel ontzettend jammer: én voor de RV én voor mezelf.
Getalenteerde mensen die op de RV willen werken, lopen niet zo dik gezaaid. Als ze dat dan toch doen, vind ik daar een dubbele vreugde in: ze trekken het algemene niveau van de krant omhoog en ze sussen mijn geweten…
Als ze naar de RV dag wuiven met het handje, is ook het verdriet dubbel: het peil van het blad daalt en mijn geweten begint opnieuw te knagen… Maar dat is vanzelfsprekend mijn probleem.
Hopelijk vind je in je nieuwe werkkring een zelfde voldoening als het schrijven voor de RV je ooit verschafte. Want weet, broeder, dat op de hele rotwereld geen mooier vak bestaat dan dat van journalist. Mogelijk moet je – zoals ook ik het heb gedaan – het vak eraan geven om dat ten volle te beseffen.
Je had een goeie pen, De Schepper. Je hebt me vele vreugdevolle momenten bezorgd. Daar blijf ik je dankbaar voor.
Het ga je goed.
Jezeertoegenegenenjegraaggelezenhebbende Vic”
Op 31 augustus 1994 stierf Vic Van Saarloos. Hij is amper zeventig jaar geworden. Op weg naar zijn crematie reed mijn vriendin hopeloos verloren, zodat we pas op het kerkhof arriveerden toen alles al achter de rug was. Ik had nog net de kans om mijn medeleven te betuigen aan zijn weduwe. Van de andere aanwezigen herkende ik niemand, tenzij… Jan Debrouwere.

Ronny De Schepper


0 Reacties tot “Vic Van Saarloos”


  1. Geen Reacties

Reageer




Blog-teller

  • 84,816 keer aangeklikt

uit de oude doos